U bent hier:

Gij vuile brooddoos

‘3 weken lang werkten we rond het boek van Dimitri Leue. We kropen in de huid van de hoofdpersonages en gingen creatief aan de slag met brooddozen, schreven teksten en maakten geluid- en video-opnames. Uiteindelijk openden we een mini-tentoonstelling om ons werk te exposeren. We voelen dit project wellicht nog lang nazinderen!’ deelt juf Tieneke of Facebook.

‘Hier zijn geen brooddozen welkom.’ ‘Gij zijt een brooddoos en wij niet!’ ‘Smerig brooddoosscharminkel!’ Luidsprekers spuwen venijnige opmerkingen terwijl auteur Dimitri Leue vanuit een fotokader op de vensterbank het vijfde leerjaar van GBS De Springplank breed toelacht. Zijn boek ‘Brooddoos’ gaf in deze school in Glabbeek de aanzet om anderhalve dag muzisch rond welbevinden en pesten te werken. ‘Het is een speels, niet-belerend en dun boek dat gebaseerd is op een toneelstuk’, vertellen Barbara en Sarah Beel van Casablanca. ‘We hebben er de openingsscène uit voorgelezen en zijn dan alle personages gaan verkennen vanuit verschillende muzische invalshoeken.’

Minimaliseren helpt niet

In die openingsscène maken we kennis met het sterke meisje Casie. Welke woorden pester Mo haar ook naar het hoofd slingert, ze kraakt niet. Tot hij haar plots een brooddoos noemt. De kinderen die meelachen helpen haar niet. De papa’s en mama’s zeggen: ‘Het zal wel niet zo erg zijn.’ En ook de juf minimaliseert. ‘Dat fragment brengt dus meteen iedereen in een klassieke pestsituatie.’

Het lijf van de acteur

Voor een eerste stukje theatrale verwerking moesten de leerlingen als acteurs hun lichaam gebruiken. Hoe zou het zijn als jij Mo zou spelen? Welke houding neemt hij aan? Welke blik heeft hij in zijn ogen? Wat doet hij met zijn handen? Het lichaam en de mimiek van de leerlingen worden dreigend. Als groep beangstigen ze nog meer. Ze bedenken ook pestzinnen en nemen die op. ‘Dat was spannend en tegelijkertijd ook interessant’, zegt Barbara daarover. ‘Op dat moment kwam de lijn tussen fictie en realiteit echt dicht bij elkaar te liggen.’

Fragiele zakdoekjes

Om een personage goed te kunnen spelen, moet een acteur ook het innerlijke verkennen. Dat doen ze met de figuur van Casie. Stel dat je tijdens de middag alleen met Casie in de klas zou zitten en je mocht haar één vraag stellen. Welke zou dat zijn? Jij bent Casie en Mo komt op je af. Hoe voel je je? Cassie wil ‘Help’ roepen. Op welke manier zou ze dat doen? De leerlingen schrijven hun antwoord op een fragiel papieren zakdoekje. Behoedzaam. Op het ene staat er in grote letter HELP, het andere bulkt van de mini-hulpkreetjes. De zakdoekjes worden anoniem toegeplooid.

Wat schuilt er binnenin?

En dan gaat de klas beeldend aan de slag met een volgend fragment. De belangrijkste boodschap? Iedereen denkt altijd wel iets over je. Maar het is niet omdat ze je buitenkant zien, dat ze weten wat er vanbinnen speelt. Afgedankte brooddozen worden omgetoverd in mini-kijkdozen over zichzelf. De protestzin ‘Ik ben geen brooddoos!’ siert de buitenkant. Binnenin schuilt een zelfgemaakt spelletje met acht persoonlijke eigenschappen die verborgen zitten achter kleurrijke vingerafdrukken.

Ik ben ik!

In een kort toneel komen al die elementen samen en krijgen ze een nieuwe dimensie. De opgenomen pestzinnen schallen door de klas, Mo en zijn bende komen op. Bij elke ‘Bang’ duikt een stoere pester in elkaar terwijl een andere leerling met zijn brooddoos voor zijn gezicht opstaat. Er klinkt nu rustige muziek en de doos met tissues komt tevoorschijn. Enkele leerlingen pakken er een willekeurig doekje uit, hun klasgenoten lezen door elkaar wat erop staat. ‘Ik ben bang’, ‘Ik weet niet hoe ik het moet vertellen’, ‘Help me’. En dan volgt de finale boodschap: ‘Ik ben geen brooddoos. Ik ben ik. Wil je me leren kennen? Kom me dan maar wat vragen.’ Waarop de spelletjes uit de dozen komen.

Groeien in zelfkennis

Het is doorwerken voor Barbara en Sarah. Ze staan elk in voor een vijfde leerjaar en dit is de eerste keer dat ze het traject uitvoeren. Maar alle puzzelstukjes vallen tijdig op hun plaats. De twee klassen kunnen elkaars eindproduct bewonderen. ‘Muzisch werken versterkt kinderen en laat ze groeien in zelfkennis. We zien dit project als een teaser waarmee de leerkracht nu verder werkt naar de Week tegen Pesten toe. Als een druppel in een emmer tegen pesten.’ ‘Uiteraard hebben we hier op school al vaak rond het thema gewerkt, maar ik had geen idee hoe ik het muzische eraan kon vastkoppelen’, zegt juf Sigrid. Zij is alvast klaar om verder te borduren: ‘Zo’n project met professionals voedt mij. Ik heb weer inspiratie voor twee of drie jaar.’

Cultuur in de Spiegel uitgelicht

Cultuur in de Spiegel is een boeiende theorie die toont dat je cultuur breed mag zien, dat je het kan opentrekken’, zeggen de zussen Beel van Casa Blanca. ‘We werken vaak multidisciplinair, zoals hier met houdingen, voorwerpen, letters en uitroepen. Bijna automatisch passen we ook de vier culturele vaardigheden waarnemen, verbeelden, conceptualiseren en analyseren toe.’ In de huid van Mo kruipen, het beeldende werk op en in de brooddoos: het zijn creatieve oefeningen die kinderen echt een besef bijbrengen over hoe pesten werkt en wat het met iemand doet.

 

Elke leerling moet zich fijn en veilig voelen op school. Zonder angst voor pesterijen. Via het project ’t Zal WELzijn -een initiatief van de VLOR i.s.m. CANON Cultuurcel en Iedereen Leest- ontdekten 54 scholen hoe cultuureducatie daaraan kan bijdragen. Ze werkten allemaal volgens de theorie van Cultuur in de Spiegel. Meer tips om aan welbevinden in de klas te werken vind je op onze inspiratiepagina.

Dien je eigen subsidieproject in

Cultuurpartner:


Schooljaar: 
2016-2017


Projectverantwoordelijke: 
Sigrid Vanden Bempt (leraar 5e leerjaar)