U bent hier:

Moderne dans tegen pesten

De Kleine Reus in Steenkerke is bijzonder. Met 20 leerlingen is het een van de kleinste lagere scholen van Vlaanderen. ‘We zitten daardoor dicht op elkaars lip en moeten dus wel volop samenwerken en verdraagzaam zijn’, zegt directeur Linda Lermytte.  Daar speelt danscoach Kim Cras van Passerelle graag op in.

‘Ik werk vooral op de laag onder ‘pesten’: wat is er nodig om het te voorkomen? Kinderen die voor zichzelf durven opkomen, die zichzelf als mooi ervaren, die sterk staan in hun schoenen en overtuigd zijn van wat ze zelf doen. Ook zetten veel oefeningen in op samenwerking en groepscohesie. Dat zorgt er vanzelf voor dat de groep aangenamer aanvoelt’, verduidelijkt Kim.

Veilig en vertrouwd

‘Daarbij vind ik veiligheid en vertrouwen in de groep heel belangrijk. Het is ook de enige afspraak die ik met de kinderen maakte: iedereen mag zichzelf zijn, er is niks juist of fout. Ik wil er echt op rekenen dat ze achteraf niet met elkaar lachen.’ In het begin werkt elk kind samen met een partner die ze graag hebben. Daarvan komen de 20 leerlingen tussen 6 en 12 jaar in de loop van het traject steeds gemakkelijker los.

Een tennisbal als diamant

Hoe ze dat doet? Met oefeningen als ‘de diamant’ waarbij de kinderen zo dicht mogelijk bij de diamant (een tennisbal) moeten blijven. ‘Als de diamant hoog is, ben jij ook hoog, als hij rolt, rol jij ook.’ Wat later staan ze in 2 groepen dicht bij elkaar en moeten ze in de ruimte bewegen door elkaar te volgen. Zonder te praten, met de ogen toe als dat lukt. ‘Zo leren ze om als groep samen te blijven, om mekaar aan te voelen en lichaamsnabijheid te ervaren’, zegt Kim.

Moderne dans tegen pesten

Als de groten letterlijk op de kleinsten moeten leunen, leren ze eens op een andere manier om op elkaar te vertrouwen’, stelt Linda vast. ‘Als ze elkaar naar de overkant moeten dragen, ondersteunen ze de ander. Letterlijk én figuurlijk. Dat je zo aan welbevinden en pestpreventie vanuit het medium ‘moderne dans’ kan werken, is nieuw voor ons. Het is leuk dat we die expertise via het project ’t Zal WELzijn op onze school krijgen. Het voelt als een fijn verrassingscadeautje! Onze taak is nu hierop verder te bouwen na deze sessies.’

De diepere laag

‘Ik vind die diepere laag in dit traject absoluut een meerwaarde’, zegt Kim. ‘Het grote verschil zit in er wel of niet over te reflecteren. Anders blijft het gewoon bij een leuk oefeningetje.’ Kim zal alle losse elementen stilaan verbinden tot een echte voorstelling. Ze leert hen tussendoor ook dansbewegingen aan: ‘Ik ben gemakkelijk gestart met eenvoudige armbewegingen. Zo kon ik meteen inschatten hoe snel ze een beweging oppikken.’ Ze maken ook hun eigen versie van de move tegen pesten door een beweging van elke leerling aan elkaar te koppelen. ‘Met je buik naar voor, want je staat op een podium’, pepert ze haar pupillen meermaals in.

Mooi abstract beeld om naar te kijken

Al hebben alle oefeningen dus een link met het thema, voor het publiek dat het toonmoment in de Week tegen Pesten zal zien, zal die niet meteen duidelijk zijn. ‘Ik vind niet dat je dat naar het publiek moet expliciteren. De ervaring voor de kinderen zelf vind ik belangrijker. Het abstracte beeld zal ook gewoon mooi zijn om naar te kijken. En het zo mooi mogelijk doen? Ook dat is ondergeschikt aan het feit dat ze er als groep zullen staan, dat ze dat durven voor een publiek.’

Elkaar letterlijk en figuurlijk dragen

Ze hebben allemaal het boek Brooddoos van Dimitri Leue gelezen en Kim refereert er regelmatig ook naar. Maar er echt mee werken? ‘Nee, dat doe ik niet. Omdat kinderen dan misschien te letterlijk het boek zouden uitbeelden. Zo zou hun creativiteit dan beknot worden.’ De 20 leerlingen liggen nu op de grond van de turnzaal. In hun denkbeeldige veilige bed. Op een teken van Kim veranderen ze traag van slaappositie. Steeds sneller moeten ze wisselen. Hun ogen zijn toe. Hun gezichten lachen. 

Cultuur in de Spiegel uitgelicht

Spiegeloefeningen focussen op het waarnemen. Dansbewegingen kopiëren is een onderdeel van wat Kim doet, maar ze werkt vooral met het verbeelden. ‘Zo moeten de kinderen eerst een typische eigenschap van iemand verwoorden en die dan van het verbale naar het non-verbale vertalen.’ Veel oefening hebben een diepere betekenis: het wandelen in de ruimte staat ook voor je eigen parcours durven afleggen. Kim benoemt dat ook zo en legt nadrukkelijk de link.  ‘Analyseren is voor elk kind evident. Voor sommigen is het moeilijk om concepten aan de verbeelding te koppelen en omgekeerd. Ik ga daarom niet te diep in de analyse met hen.’ De vier culturele vaardigheden van Cultuur in de Spiegel worden hier 12 uur lang intensief bewandeld. Op het niveau van elk kind.

 

Elke leerling moet zich fijn en veilig voelen op school. Zonder angst voor pesterijen. Via het project ’t Zal WELzijn -een initiatief van de VLOR i.s.m. CANON Cultuurcel en Iedereen Leest- ontdekten 54 scholen hoe cultuureducatie daaraan kan bijdragen. Ze werkten allemaal volgens de theorie van Cultuur in de Spiegel. Meer tips om aan welbevinden in de klas te werken vind je op onze inspiratiepagina.

Dien je eigen subsidieproject in

Cultuurpartner:


Schooljaar: 
2016-2017


Projectverantwoordelijke: 
Linda Lermytte