U bent hier:

Poëtische sneetjes in een creatief korstje

24 paar kinderogen fonkelen. Ze mogen dat zwarte tekenboekje houden! Het vierde leerjaar van de Vrije Basisschool Sint-Michiel in Keerbergen versiert het met zorg.  Bladzijde na bladzijde vult het zich met eigen schrijfsels en illustraties. Wie hen begeleidt bij het creëren van al dat moois? Dichter en illustrator Sandrine Lambert van Artforum.

1 2 3 PIANO is haar eigen verhaal over een olifant die graag piano wil spelen. Hij heeft helaas niet de juiste poten. Dat breekt zijn hart tot hij zijn toetertalent ontdekt. ‘Met welk dier zouden je jezelf vergelijken?’ vraagt Sandrine aan de klas. Louise kiest voor het stokstaartje, want ze speelt hockey-met-een-stokkie. En Anna fladdert net als een lieveheersbeestje van hier naar daar. Elk kind komt zijn dier op het landschap op het bord plakken. Staan ze dicht bij de groep, of houden ze van rust?

Monotype en andere technieken

De illustraties in 1 2 3 PIANO zijn met de monotype-techniek gemaakt. Sandrine toont hoe ze dat doet: ze legt een tekening onder een plastic mapje, overtrekt die met verf en stempelt die dan in spiegelbeeld op het blad. Ze leert de kinderen wel meer nieuwe tekentechnieken. Carbonpapier en letterstempels liggen op alle banken. ‘Het beeldende en het schrijven probeer ik door te geven omdat dat mijn ding is. Het inspireert hen. Het is fijn dat wij vanuit onze specialiteit iets kunnen toevoegen aan het waardevolle dat er al is’, zegt Sandrine.

Gemene k-zin

Tussen alle activiteiten door lost de docent ook telkens een sneetje van het Brooddoos-boek van Dimitri Leue. Ook Rood van Jan De Kinder kwam al aan bod. De kinderen maken er nieuwe illustraties en tekstballonnen bij met de net ontdekte technieken. Voor nu staat er poëzie op het programma. De zeven Zaventemse zotten zetten hen op weg met alliteraties. Ze maken een k-zin. Zonder vieze woorden! Kip Karel kan kakelen, klimmen, kussen, kijken, kopen en – dan mag het even rijmen- het snelste lopen. Ook de gemene variant, met een kwade kiekenkop in de hoofdrol, lukt. De kinderen schrijven het over in hun zwarte boekje en mogen er zelf iets aan veranderen. Wie wil, leest zijn versie voor.

Zinnen mooier maken

Dan volgt een associatieoefening bij een foto op het bord. Zon, samenzijn, vuisten, kring, teamwork … Met de vijf mooiste woorden van het lijstje maakt de klas telkens een zin. Hoe maak je zo’n zin mooier? Je kan met dezelfde letter beginnen, of herhalingen invoegen, je kan vergelijkingen maken of woorden in een ritme laten klinken. De zinnen op het bord worden langzaam een gedicht over vriendschap. Daar maken ze weer hun versie van in hun tekenboek. Iemand die het wil voorlezen?

Over flarden en geuren

Tijd voor een onzinopdrachtje. Sandrine laat twee lezers een willekeurig stukje uit een al even willekeurig boek voorlezen. Door elkaar. De anderen noteren woorden of flarden zinnen die ze verstaan hebben. En hop, de basis voor een stukje poëzie is gelegd. Door geuren te associëren met een persoon ontstaat er een vers over een gekke oma die citroensoep maakt. ‘Maar zo vreemd is ze niet, ze maakt gewoon haar eigen lied.’

Diepgang

‘Er is in dit traject veel meer diepgang omdat je zo lang met dezelfde kinderen werkt’, merkt Sandrine op. Tweeëneenhalve dag is ze hier aan de slag. ‘Maar ook omdat we er het thema van welbevinden en pesten in verwerken. Zo hebben we meer aandacht voor elkaar, naar elkaar te luisteren, teksten rond samenzijn, vriendschap en samenwerken. Soms gaat dat ten koste van de poëzie. Gewone onzindingetjes kunnen dan wat minder.’

‘Ik noteer een pak ideeën’

‘Ik zie heel veel leuke dingen die ik begin volgend schooljaar ook zelf kan inzetten als we rond talenten werken’, zegt juf Chris De Loose. ‘De activiteiten zijn ook op het lijf van deze kinderen geschreven. Zo’n vierde leerjaar staat nog voor heel veel open. Ik zie sommige kinderen ook op een heel andere manier nu. Een jongetje dat wat teruggetrokken is in de les, bloeit nu helemaal open. Prachtig om te zien!’

Selectie voor het toonmoment

‘Ik probeer hun creativiteit op meerdere niveaus te stimuleren zodat ze eens anders omgaan met woorden en beelden. Ik werk niet graag te resultaatgericht. Ik zie wel wat eruit komt. Volgende week is er een toonmoment met een heuse tentoonstelling in de bib. Ze zullen hun eigen mooiste werkjes daarvoor selecteren.’ Maar eerst is het tijd voor een sneetje uit Brooddoos. Het boek is uit. Gelukkig is er straks ook nog het korstje.

Cultuur in de Spiegel uitgelicht

In het traject van Sandrine komen beelden, woorden, teksten en reflectie uitgebreid aan bod. Hoe legt ze de link met de vier culturele vaardigheden uit Cultuur in de Spiegel? ‘Ze luisteren naar een verhaal, naar elkaar, observeren technieken, ruiken aan geuren. Dat is allemaal waarnemen.  Bij het boek Rood hebben we zelf een verwerking gemaakt van wat we lazen en zagen. We gingen ook een stapje verder door na te denken over wat er zou kunnen gebeuren in een andere situatie. Dat zijn voorbeelden van verbeelden. Het conceptualiseren kwam aan bod toen ze zichzelf vergeleken met een dier. Ze plaatsen het in een groter geheel om hun plaats in de groep te duiden. Bij alles wat we doen, is er veel plaats voor reflectie. Straks zullen we ook iets kritischer naar onze gedichten kijken en meningen uitwisselen over wat we zullen houden voor de tentoonstelling. Zo sluiten we af met het analyseren.’

 

Elke leerling moet zich fijn en veilig voelen op school. Zonder angst voor pesterijen. Via het project ’t Zal WELzijn -een initiatief van de VLOR i.s.m. CANON Cultuurcel en Iedereen Leest- ontdekten 54 scholen hoe cultuureducatie daaraan kan bijdragen. Ze werkten allemaal volgens de theorie van Cultuur in de Spiegel. Meer tips om aan welbevinden in de klas te werken vind je op onze inspiratiepagina.

Dien je eigen subsidieproject in

Cultuurpartner:


Schooljaar: 
2016-2017

Projectverantwoordelijke: 
Chris De loose