U bent hier:

Vakrebellen

Leerlingen uit het technisch en beroepsonderwijs leren een vak. Ze worden opgeleid om heel goed te worden in een bepaald ambacht: metaalbewerking, textiel, houtbewerking… Zo kunnen ze later in de industrie of als zelfstandige aan de slag. Maar wat als een kunstenaar langskomt in de les?

Dan krijg je Vakrebellen! De vakrebellen zijn leerlingen 4BSO -hout, basismechanica en elektrische installaties- van het VTI Tielt. Ze zetten samen met hun docenten hun materiaalkennis en ervaring eens helemaal anders in, ze experimenteren, verkennen grenzen en maken kunst samen met internationaal befaamd kunstenaar Nick Ervinck. Samen verkenden ze de mogelijkheden van architectuur, sculptuur, design, nieuwe media en 3D-printen.

Er werden vier werkdagen met workshops georganiseerd. Tussen de contactmomenten werd er verder gewerkt in de klas onder begeleiding van de vakleerkrachten.

De eerste werkdag - in het atelier

‘Bij aanvang van het project gingen we op bezoek bij het atelier van Nick Ervinck’, vertelt Dieter Soetaert, leraar houtbewerking. Bij jongens van 14-15 jaar is dat wel noodzakelijk, zodat ze niet uit de lucht komen vallen. Nick vertelde hoe hij zijn loopbaan als kunstenaar begon en gaf duiding over hoe hij zijn kunstwerken realiseert.

‘Ik heb hier heel mooie dingen gezien. Wij deden oefeningen om out-of-the-box te denken, waarbij je van bestaande afbeeldingen een nieuw beeld creëert. De kunstenaar doet dit ook. Hij bestudeert bestaande dingen en creëert dit tot iets nieuws. Achter ieder kunstwerk schuilt een verhaal. Door hier te zijn ga ik toch met andere ogen naar kunst of een kunstenaar kijken.’ (Quinten Vanwalleghem, 4BSO)

De tweede werkdag – in de vaklokalen

‘De leerlingen gingen aan de slag met isimo, stokjes, isolatieschuim, karton, latten … en maakten in kleine groepjes ruimtelijk werk’, vertelt Nick Ervinck. ‘We zochten naar een interessante constructie, maar tegelijkertijd ook naar een ontwerp dat vanuit de studenten zelf kwam.’

De leerlingen van de houtafdeling werkten meer met volumes, terwijl de leerlingen van de metaalafdeling en electromechanica meer werkten met ribstructuren. Dit met het oog op het uitvoeren van de ontwerpen in de respectievelijke materialen.

‘Eens klaar, lichtten de leerlingen hun object toe. Er werd nagedacht of deze uitvoerbaar waren in hout/respectievelijk metaal. Is het doenbaar, en daarenboven interessant genoeg? Op welke manier, met welke machines én op welke schaal zou dit best gebeuren?’, vertelt Erwin Soenens, leraar metaalbewerking. ‘Dit bleek geen evidente oefening, maar wel erg interessant. Door na te denken over de technische uitvoering op een andere schaal deed de leerlingen op een heel andere manier kijken naar sterkteleer!’

‘In de klas werkte we zonder Nick verder. In elke groep werden een drietal beelden gekozen die in een andere schaal (groter) werden uitgewerkt in hout of metaal.’

De derde werkdag – Vind jij dit goeie kunst?

Het bleek voor de leerlingen niet evident om te werken rond ‘kunst’. Op school krijgen ze hierrond weinig vorming en meestal hebben ze er (bijgevolg) geen voeling mee. Ook voor de leerkrachten was het geen materie waarmee ze vertrouwd waren. Daarom laste Nick een spoedcursus kunstinitiatie in.

‘We bespraken een aantal voorbeelden’, vertelt Nick. ‘De textiele installaties van Ernesto Neto, het werk van Arne Quinze in Oostende en alle commotie daarrond, de installaties met o.a. stofmaskers van Honoré d’O, het urinoir van Marcel Duchamp als mijlpaal in de kunstgeschiedenis, de meubelinnovaties van Joris Laarman, de mobiles van Alexander Calder, Michael Borremans’ duurst verkochte schilderij, de sportwagen met overgewicht en de One Minute Sculptures van Erwin Wurm … Vind jij dit goeie kunst, en waarom (niet)? Kunst lokt vaak reacties los. Het is leerrijk om hier bij stil te staan, en je mening te kunnen verantwoorden.’

Nick legde uit dat kunst heel stoer kan zijn, maar ook technisch, innovatief en poëtisch. Er kan ook veel humor inzitten. Hij legde uit wat voor hem het verschil maakt tussen een goede en een slechte vorm: het belang van spanning. En dat spanning vaak voortkomt uit contrasten, uit een dualiteit: hard/zacht, recht/vloeiend, organisch/geometrisch ...

Vormoefeningen

‘Na de kunstinitiatie-les van Nick was het tijd voor de derde workshop. We hebben de gemaakte maquettes uitvergroot in hout en metaal en deden vormoefeningen met metalen voorwerpen. Elke leerling voegde één element toe met als doel te komen tot een interessante sculptuur. Eens klaar werd besproken wat we ervan vonden en hoe zou het verbeterd zou kunnen worden moest je het in het echt uitwerken. Wat als we het bijvoorbeeld op zijn kop zouden zetten?’

De vierde werkdag - Aan de slag dus met een hele berg legoblokken!

In de vierde workshop zijn we eigenlijk volop bezig met de composities: kijken hoe de verschillende onderdelen op een niet-logische manier samengebracht kunnen worden. Opdracht: bouw een vorm met spanning op, een niet voor de hand liggende vorm. Klaar? Volgende opdracht: pas je vorm aan zodat er maximum twee horizontale lijnen inzitten. Zo werd geprobeerd om het maximum te halen uit een aantal restricties. Bijkomend aandachtspunt: zorg ervoor dat je beeld vanuit alle posities interessant is, niet slecht aan één kant.

Voor het definitieve kunstwerk werden de metalen volumes, al eerder gemaakt, samengebracht tot een spannende compositie. Daar werden houten tussenstukken voor gemaakt door de afdeling houtbewerking. Het werd geen kunstwerk dat op 1-2-3 tot stand kwam, maar waarbij de intensieve zoektocht het werk zo waardevol maakte.

Out-of-the-box denken

‘Onze leerlingen uit 4 BSO leren niet meer voldoende om creatief na te denken’, vertelt Peter. ‘Nu kregen ze de kans om, via een kunstenaar, na te denken over beeldende kunst en hun fantasie de vrije loop te laten. Je merkt dat ze er meer over beginnen na te denken. Als we verlichtingsmateriaal plaatsen zeggen ze nu soms… ‘Zouden we dat niet beter op die of die plaats zetten, of meer omhoog of omlaag doen, want dat is esthetisch mooier.’ Ze beginnen meer out-of-the-box te denken. Dat heeft ongetwijfeld een invloed op de projecten waar ze in hun job aan zullen meewerken.‘

Dien je eigen subsidieproject in

Cultuurpartner:


Schooljaar: 
2015-2016


Projectverantwoordelijke: 
Aida van Haverbeke