U bent hier:

Van helse woede tot geluidloze ontgoocheling

Elke leerling moet zich fijn en veilig voelen op school. Zonder angst voor pesterijen. Hoe kan cultuureducatie daaraan bijdragen? Dat toont het project ’t Zal WELzijn.

Vier rijen van twee stoelen. Meer is er niet nodig om een taxibus uit te beelden. Aan het stuur zit D. Hij leeft zich helemaal in en neemt fictieve scherpe bochten. Zijn gebrom bootst het hoge toerental van de motor na. Tot er een lifter naast zijn bus opduikt. Dan staat hij bruusk op de rem. Pieeeep! Een klasgenoot stapt in. De zelfgekozen emotie ‘woede’ spat van zijn gezicht. Ongerustheid, minachting of puur verdriet: elke nieuwe passagier introduceert een nieuwe emotie die de anderen in een vingerknip overnemen.

Het is onwaarschijnlijk hoe vijf jongens van het laatste jaar tuinbouw in OV 3 zich inleven en ‘smijten’ in dit improvisatietheater. Ook met meneer Gerd, hun klasleraar, en Kelvin erbij. Die laatste is preventiemedewerker en assistent van de zorgleraren in De Varens in Brugge. ‘Deze leerlingen zijn 17 of 18 jaar. Ze dragen elk hun bagage mee en vormen als klas een uitdaging. Regelmatig moest er eentje bij ons afkoelen’, vertelt Kelvin. ‘Pesterijen waren geen uitzondering. Net daarom schreven we deze groep in voor het project. Het was een gok, maar het bleek de juiste. Hannes heeft die mannen mee. En sinds de start van het traject zien we hen beduidend minder bij ons opduiken.’

Alleen maar mime

Hoe fixt Hannes van MUS-E Belgium dat? Hij legt de nadruk op positief denken en reageren. Hij laat de jongens de vrijheid om iets wel of niet te doen, om te vertellen of te zwijgen. Ze hebben zelf de regie in handen, beslissen zelf wanneer ze klaar zijn om in de groep te stappen. Hannes startte de eerste sessie met twee uur mime.  Met alleen non-verbale communicatie zette hij de jongens ertoe aan zijn bewegingen, acties en emoties te ‘spiegelen’. Hij nam zijn onafscheidelijke hoed, rook eraan, trok zijn neus op. Gaf hem dan door. De volgende had het meteen begrepen, trok een even vies gezicht en deed alsof hij erin spuwde. Ook in de gang, in de leraarskamer lukte het. Een vreemde knuffelen en hem vragen hoe het ging? Ze kregen het voor elkaar zonder woorden.

Een en al emotie

Vandaag mogen emoties uitvergroot worden. Extreme boosheid spat van hun gezicht en gaat samen met explosief geroep. Het wordt ijzig stil als ze ‘teleurgesteld zijn in jezelf’ moeten verbeelden. Niet elke leerling is even expressief, maar ‘Je kan hier nooit iets slecht doen’, benadrukt Hannes. Ze staan in een kring en geven met een vuistje hun blije gevoel door aan de volgende. Of ze moeten in de kring stappen en vol boosheid hun naam en hobby’s roepen. Wie begint er? Dan wijzen ze graag naar elkaar. ‘Niet wijzen, vertrek vanuit jezelf’, benadrukt Hannes nog een keer.

Flashmob in het station?

Bij de volgende oefening staan ze met de ogen toe op een rij. Als ze de opgelegde emotie ‘verdriet’ hebben opgeroepen, mogen ze naar voor komen om het Hannes te tonen. ‘Stap pas in het midden als je er klaar voor bent en de emotie kunt vasthouden.’ In deze veilige context -achter gesloten deuren, met de gordijnen toe- lukt dat heel aardig. Hannes zou met hen graag een flashmob doen. De school vinden ze te vertrouwd: daar durven ze het niet allemaal. Maar het station van Brugge? Dat zien ze wel zitten. En het filmpje op school tonen? Ook dat kan.

BenX als inspiratiebron

Wat kunnen ze tonen in het station? Iets korts dat de aandacht trekt en positief eindigt? Het verhaal van BenX biedt inspiratie. De graphic novel staat in het klaslokaal en ze zagen met Kelvin ook de verfilming. Het verhaal maakte indruk. De scène op de lessenaar? De busscène?  Het tellen van de stoeptegels? Er rijpt een idee voor de flashmob. ‘Die kan ook mislukken’, waarschuwt Hannes, ‘maar dat doet geen afbreuk aan wat we tot nu toe al bereikt hebben.’

Harnassen afleggen

Hannes geeft vijf sessies in deze klas en eentje aan de leraren. Daarin zal hij hen enkele technieken aanleren zodat het effect van dit traject ook erna verder kan sluimeren. De jongens zijn alvast enthousiast. In een bespreking geven ze aan dat ze zich meer durven tonen, dat ze stilaan hun stoere harnas voor elkaar durven afleggen. De groep laat het nu wel toe om gewoon te doen. Niemand voelt er zich nog ongemakkelijk bij. Kelvin besluit: ‘Ik heb oude vooroordelen opzij kunnen schuiven. Jullie zijn anders, aangenamer dan we weten.’

Cultuur in de Spiegel uitgelicht

De docent werkt hier uitgesproken met het lichaam als cultuurdrager. Vooral gezichtsuitdrukkingen vormen de basis voor de stukjes geluidloos theater dat ze produceren. Als leraar kan je met Cultuur in de Spiegel de activiteiten die je doet uit elkaar halen en kijken hoe ze bij de vier culturele vaardigheden passen. Zo wordt het een instrument om je werking te analyseren en het cultureel bewustzijn van leerlingen te vergroten. Hannes integreerde het waarnemen door leerlingen de mimiek van anderen te laten observeren. Ze kopieerden die, vulden die aan en waren zo met verbeelden bezig. Ook gaven ze er hun eigen interpretatie aan. Er is ook veel ruimte voor reflectie en het verwoorden van gevoelens naar elkaar toe. Dat past binnen het conceptualiseren en analyseren.

 

Elke leerling moet zich fijn en veilig voelen op school. Zonder angst voor pesterijen. Via het project ’t Zal WELzijn -een initiatief van de VLOR i.s.m. CANON Cultuurcel en Iedereen Leest- ontdekten 54 scholen hoe cultuureducatie daaraan kan bijdragen. Ze werkten allemaal volgens de theorie van Cultuur in de Spiegel. Meer tips om aan welbevinden in de klas te werken vind je op onze inspiratiepagina.

Dien je eigen subsidieproject in

Cultuurpartner:


Schooljaar: 
2016-2017

Projectverantwoordelijke: 
Leerlingbegeleidster Katrien Balyu en preventiemedewerker Kelvin Bossuyt