U bent hier:

Van ontwerp tot realisatie

Externe ontwerpers begeleiden lln. bij praktijkopdrachten

Door lln. een eigen ontwerp te laten maken van een te realiseren werkstuk, wordt een grotere betrokkenheid bekomen en wordt hen geleerd creatief te denken, zowel naar idee als naar uitvoering.

Leerlingen van diverse afdelingen worden in contact gebracht met een industrieel ontwerper (Roel Vandebeek). Samen wordt de opdracht, gegeven door de vakleerkracht, besproken. Er volgt dan een marktonderzoek waarin reeds bestaande, relevante, cases worden verzameld en onderzocht. Indien nodig worden ergonomische eisen bestudeerd. Hierna volgt een brainstormsessie waarin lln. gestimuleerd worden om zo veel mogelijk eigen ontwerpen te bedenken en voor te stellen aan medeleerlingen. Na een technische bespreking kiest de groep de meest geschikte ontwerpen die vervolgens worden uitgevoerd. Tenslotte vindt een toonmoment plaats waarin de realisaties geopenbaard worden aan schoolbewoners, ouders en een externe jury. Op het einde van het traject volgt een museale presentatie voor het grote publiek.

 

Reeds enkele jaren merkte onze school (een technische school) hoe moeilijk het werd om de leerlingen blijvend te motiveren voor hun praktijkopdrachten.Waar jaren geleden leerlingen niet uit de werkplaatsen weg te slaan waren blijkt het nu hoe langer hoe moeilijker om hen drie uur na mekaar aan hun opdracht te laten werken. Ondanks fikse investeringen in het opfrissen van de ateliers en de aankoop van de nieuwste didactische middelen (CNC-machines enz.) bleven we met het voornoemde probleem zitten. Je zou kunnen stellen dat we nieuwe hardware gekocht hadden maar nog steeds de oude software gebruikten om mee te werken. We waren op zoek naar vernieuwende didactische werkvormen om ons project gestalte te geven.
Onze school heeft een rijke traditie in het creatief benaderen van leerlingen. Aanvankelijk  werden creatieve leerkrachten uit eigen school ingeschakeld om vakoverschrijdend met verschillende leerlingengroepen aan de slag te gaan (de leraar lassen deed een muziekproject, de leraar houtbewerking, die beeldhouwer was in zijn vrije tijd, deed projecten met de lassers). Afdelingen werkten mee aan het realiseren van kunstwerken allerhande om de schoolomgeving te verfraaien.
Regelmatig werd er beroep gedaan op externe kunstenaars om leerlingen bij dit soort projecten te begeleiden. Het was bijvoorbeeld een fantastische ervaring om samen met Koen Vanmechelen op school een Golem te bouwen. Tijdens dit project werd al snel duidelijk hoe gedreven leerlingen van verschillende leeftijden aan dit project meewerkten. Sommigen bleven na schooltijd om het project maar tijdig af te krijgen. Ook de workshops met De Kunstbank vzw, waar alle leerlingen van onze school aan meewerkten, bleken een groot succes. Iedereen op school was stomverbaasd hoe betrokken onze leerlingen (waarvan meerdere colega's zeiden dat hen dat toch niet zou interesseren) waren bij deze projecten.
Vanuit deze ervaringen groeide het idee om praktijkopdrachten te laten begeleiden door externe kunstenaars en vormgevers. Alleen al de aanwezigheid van deze creatievelingen brengt leerlingen en leerkrachten in een andere sfeer. Er wordt nu dan ook gewerkt met opdrachten waarbij alle leerlingen aangespoord worden een eigen ontwerp te maken. Indien het technisch niet haalbaar is om alle ontwerpen uit te voeren worden kleine groepjes gevormd. Alle leerlingen maken wel zelf een maquette. Uit deze vormstudies worden dan de uit te voeren projecten gekozen.
Bij deze werkvorm stuit je echter al snel op reacties van medecollega's: "we zijn toch geen ontwerpers aan het opleiden", "dat kunnen onze leerlingen onmogelijk aan","wat voor zin heeft het een stoel te maken waar je niet op kan gaan zitten", enz.
De ervaring leert ons echter dat door te volharden in onze opzet en de nadruk te leggen op de daaruit verkregen positieve resultaten zelfs de ergste tegenstanders van het project nu medestanders geworden zijn en vragen om mee te mogen instappen. Heel belangrijk hierbij zijn de toonmomenten. Hier moeten leerlingen niet alleen hun project laten zien maar moeten zij ook uitleggen hoe hun product tot stand is gekomen. Bovendien is de confrontatie met het grote publiek en buitenstaanders voor deze leerlingen een enorme opstreker. Tijdens de museale presentatie, met inleider en receptie, worden gewone uitvoerders creatieve makers, ontwerper en uitvoerder samen, denkers en voelers.
Het werkstuk wordt hun werkstuk. De betrokkenheid en gedrevenheid waar we naar op zoek waren, kunnen we dan ook met deze werkvorm oproepen.
Koken kost geld. Dus ook deze projecten vragen een financiële input van de school. Heel belangrijk is dan ook de visie die de directie heeft in verband met dit soort projecten. Reacties uit eigen school, ouders, het bedrijfsleven en andere scholen kunnen hierbij wonderen verrichten.

Tips voor leerkrachten

  • Leerlingen krijgen een digitale camera en gaan binnen en buiten de school op onderzoek hoe kasten en andere voorwerpen open en dicht kunnen gedaan worden. Ze worden extra gestimuleerd om niet alleen meubels te fotograferen. Hoe worden kledingsstukken geopend en gesloten en kunnen we deze systemen gebruiken bij ons kastenproject? Alle foto's worden verzameld en besproken.
  • Maak een maquette van je ontwerp in tekenpapier. Na bespreking maak je een maquette in het materiaal dat je uiteindelijk zal gebruiken voor je project. Maak hierna een prototype met afvalmateriaal.

 

Dien je eigen subsidieproject in


Schooljaar: 
2008-2009


Projectverantwoordelijke: 
Milissen Marc marc.milissen@scarlet.be