U bent hier:

Woordenoorlog met poëzie en podcast

Rood. Bloed. Moord. Liefde. Valentijn. Twee rijen leerlingen houden een associatierace tegen elkaar. Als de laatste eindigt met ‘Knuffel’, loopt ze naar voor om de rij te herbeginnen. Welke groep geraakt het verst in deze ludieke woordenoorlog?

Michiel warmt met oefeningen als deze de klas 2MWb van het OLVC in Antwerpen op voor een traject van drie dagen. Woord, poëzie en welbevinden staan daarin in centraal. ‘De dynamiek in deze klas was niet optimaal door de aanwezigheid van enkele uitgesproken leiders. De houding van die slimme mannen drukte de andere leerlingen naar de achtergrond. Nu komen zij eens op een andere manier aan bod’, zegt zorgcoördinator Katrien Thiré.

De beatboxers van de klas

Drie dagen is Michiel van Jeugd & Poëzie in deze klas. ‘Dat schrikt eerst wat af’, zegt klasleraar Jeroen Rombouts. ‘Die mannen hebben hun lessen echt wel nodig. Maar andere klassen gingen op taaluitwisseling en uiteindelijk kon deze groep een project over welbevinden goed gebruiken.’ Jeroen werd volledig lesvrij gemaakt: ‘Het voelde niet aan alsof het mijn klas was. Tot nu. Nu leef ik van maandagochtend tot woensdagmiddag met hen mee. Ik zie die mannen nu op een andere manier dan tijdens 50 minuten wiskunde. De betrokkenheid en het begrip groeit aan de twee kanten. Ik wist dat er beatboxers in de klas zaten, nu weet ik wie dat zijn en wat ze kunnen.’

Durven dichten

Hoe pakt Michiel het aan? Door bijvoorbeeld een scène uit uit het jeugdboek Wonder van R.H. Palacio na te spelen. ‘De docent Mister Brown schrijft daarin een principe op het bord. Dat is een soort levensmotto en daar staat hij dan bij stil. Ook wij overlopen de principes uit het boek. Wat zou het voor jou betekenen?  Achter welke kan jij staan? Zo leren ze elkaar beter kennen.’ Ze noteren ook voor zichzelf een principe. Je innerlijk maakt je uiterlijk. Hard work pays off. Durf dingen die je niet durft. Het wordt de basis voor een nieuw gedicht.

Angst voor het witte blad

Schrikt poëzie de leerlingen niet af? ‘Rappen kan ook. Dan maakt het al wat cooler. Sommige leerlingen moeten loskomen voor de angst voor het witte blad. Daarom doen we veel associatieoefeningen en leer ik hen andere techniekjes. Soms komt daar plots toch weer een Valentijnsgedicht uit. Dat is omdat ze met dat typische poëzie-idee in hun hoofd zitten.’ Michiel deelt een sjabloon uit dat handvaten geeft om tot een origineler resultaat te komen. Eerst noteren leerlingen daarop drie mooie zinnen uit een selectie van gedichten rond pesten. Dan maken ze associaties bij elk zintuig en ze vormen met vijf mooie woorden weer willekeurige zinnen.

Waar maak je anders soundscapes?

Michiel koppelt ook audio aan de poëzie. ‘Zo betrekken we er andere media bij. In welk vak krijg je anders de kans om audiofragmenten te bewerken en een soundscape te maken? Ook die wereld wil ik hen tonen. Met de teksten die ze zelf schreven, geluiden die ze opnamen en interviews maken we dan een podcast. Zelfs tijdens de middagpauze nemen ze de recorder mee. Ik probeer leerlingen het grootste stuk van de montage zelf te laten doen, maar in verschillende groepen aan hetzelfde bestand werken, is een uitdaging.’

 

Als leraar graai je toch vaak in dezelfde pot. Ik pik ideeën van Michiel. Leerlingen durven ook op een andere manier tegen hem te spreken.

klasleraar Jeroen

Graaien in dezelfde pot

‘Dat Michiel externe expertise op onze school binnenbrengt, is interessant. Als leraar graai je toch vaak in dezelfde pot. Ik pik ideeën van Michiel. Leerlingen durven ook op een andere manier tegen hem te spreken’, zegt Jeroen. ‘Hij startte vanochtend met een introductiefilmpje waarin zware getuigenissen van leeftijdsgenoten aan bod kwamen. In het kringgesprek erna vertelden ze open over eigen ervaringen of over wat ze zagen in hun omgeving. Iedereen werd er stil van en had enorm respect voor elkaars verhaal.’

De luisteraar moet er zelf een verhaal bij verzinnen

‘Het is leuk, mevrouw’, zeggen Dave, Achmed, Sidi, Mohamed, Sean en Rohan eensgezind. ‘Gedichten moeten niet rijmen. We hebben ook al rond stellingen gewerkt. Vind jij vrouwen grappiger dan mannen? Nu moeten we geluiden associëren met een thema. Wij kozen ‘zelfmoord’ en hebben bijvoorbeeld al het zenuwachtige klikken met een pen opgenomen. Wij kiezen geluiden waarbij de luisteraar zelf een verhaal kan verzinnen.’ Een piepende deur. De trap die kraakt. Een autokoffer die dichtslaat. Cultuur toont zich hier in woord , klank en verbeelding.

Cultuur in de Spiegel uitgelicht

Poëzie schrijven draait helemaal rond de vier speerpunten van Cultuur in de Spiegel. Julie Steyaert van Jeugd en Poëzie legt uit hoe je die cultuurtheorie op Michiels activiteiten kan toepassen: ‘Het begint bij waarnemen en observeren. Dat kan heel letterlijk en dicht rondom de leerling, zoals ze hier geluiden opnamen. Hoe giet ik deze waarnemingen in woorden? Dat is het verbeelden. Door te schrappen, woorden te vervangen, synoniemen te zoeken, linken te leggen met andere (grotere) vergelijkingen, ga je met weinig woorden naar de essentie. Via dat conceptualiseren kom je tot het analyseren. Leerlingen evalueren en waarderen elkaars gedichten op een positieve en creatieve manier. Voor volwassenen is de stap van waarnemen naar conceptualiseren snel gemaakt, maar voor kinderen en jongeren zijn de vier stadia cruciaal om tot een echte cultuur-educatieve beleving te komen. Cultuur in de Spiegel helpt om aan die vier vaardigheden de nodige ruimte te geven.’

 

Elke leerling moet zich fijn en veilig voelen op school. Zonder angst voor pesterijen. Via het project ’t Zal WELzijn -een initiatief van de VLOR i.s.m. CANON Cultuurcel en Iedereen Leest- ontdekten 54 scholen hoe cultuureducatie daaraan kan bijdragen. Ze werkten allemaal volgens de theorie van Cultuur in de Spiegel. Meer tips om aan welbevinden in de klas te werken vind je op onze inspiratiepagina.

Dien je eigen subsidieproject in

Cultuurpartner:


Schooljaar: 
2016-2017

Projectverantwoordelijke: 
Zorgcoördinator Katrien Thiré