Checklist: Aan welke inhoudelijke criteria moet een dynamoPROJECT voldoen?

Deze checklist gebruikt de jury om een projectaanvraag te beoordelen.

Basisvoorwaarden

  • Leerlingen en leerkrachten doorlopen samen met minimum één externe culturele partner een samenhangend en creatief traject dat stap voor stap wordt opgebouwd en de tijd krijgt om uitgediept te worden. De leerkracht professionaliseert zich hierdoor en kan deze vaardigheden in de lessen integreren.
  • Het traject dat de externe partner aflegt met de leerlingen en leerkrachten samen duurt meerdere dagen.
  • Je project loopt tijdens de lesuren en is gekoppeld aan de lessen. Activiteiten die plaatsvinden tijdens de middag of na de schooluren komen niet in aanmerking.
  • Maak het op maat van je doelgroep. Laat je inspireren, maar kopieer niet letterlijk een ander project. Bouw je verder op een voorgaand project? Onderbouw dan de evolutie of verandering in je nieuwe projectaanvraag.
  • Voor een project tussen 1 september en 31 januari dien je een aanvraag in voor 15 mei van het voorgaande schooljaar.
  • Voor een project tussen 1 februari en 30 juni dien je een aanvraag in voor 15 november van hetzelfde schooljaar.
  • Dien het volledige aanvraagformulier in op Cultuurkuur.
  • Lees het volledige reglement met de inhoudelijke en financiële voorwaarden.

 

De projectaanvraag bestaat uit 3 tabbladen. Zie hoe een projectaanvraag eruit ziet.

Mogelijke denkvragen bij tabblad ‘Projectgegevens’

1. Omschrijf de inhoud van je project.

  • Wat ben je van plan om te doen?
  • Wie is er als externe partner betrokken bij het project en wat is zijn concrete inbreng?
  • Wie wordt betrokken bij dit project (leerlingen/leerkrachten/ouders …)? Waarom kies je voor deze
    groep leerlingen?
  • Hoe ziet het traject er voor een individuele leerling uit? Zijn er meerdere workshops /
    werkmomenten per leerling? Hoe worden de workshops/werkmomenten aangepakt? Hoe wordt het
    traject met de externe partner(s) opgebouwd?

2. Hoe past dit project in de cultuurwerking van je school?

  • Heeft je school een visie op cultuuronderwijs? Past het project binnen deze visie?
  • Hebben jullie al eerdere projecten of acties ondernomen vanuit de cultuurwerking van je school?
  • Bouwt dit project verder op voorgaande projecten?

3. Waarom is dit een project op maat van je school/opleidingsprofiel?

  • Welke noden zijn er (op creatief vlak)? Hoe komt dit project aan deze noden tegemoet?
  • Welke expertise halen de leerlingen en leerkrachten uit de samenwerking met de externe partner(s)
  • Welke vakken/lessen worden betrokken bij dit project?

4. Hoe geeft dit project kansen aan leerlingen om zichzelf beter te leren kennen en te ontplooien?

  • Hebben de leerlingen een eigen inbreng en inspraak? Gebeurt dit zowel vooraf, tijdens en na het
    project? Worden leerlingen uitgedaagd om het proces mee vorm te geven?
  • Hoe worden de leerlingen tot creatieve zelfexpressie gebracht?

5. Hoe ga je dit project evalueren?

  • Wanneer is het project voor jullie als onderwijsinstelling geslaagd? Welke doelen wil je bereikt
    hebben? Hoe ga je evalueren of je deze doelen bereikt hebt? Op welke manier wil je jezelf professionaliseren?
  • Betrek je alle partners in de evaluatie (leerlingen, leerkrachten, directie, ouders, externe partners …)
  • Kan dit project in de toekomst gedragen worden door de school (en de externe partner), zonder de
    tussenkomst van cultuurkuur?

Aandachtspunten bij tabblad ‘Externe partners’

  • Je werkt een samenwerking met minstens één externe partner uit op maat van de doelgroep.
  • Je gaat in dialoog met de externe partner en je stelt de verwachtingen van beide partijen op elkaar
    af. Het boeken van een kant-en-klaar aanbod is geen dynamoPROJECT en is geen samenwerking op
    maat.
  • Het is belangrijk dat leerlingen een samenhangend traject doorlopen dat gradueel
    opgebouwd is, dat de tijd krijgt om uitgediept te worden en dat gekoppeld is aan de lessen.
    De externe partner stapt in een actief en creatief proces met de leerlingen. De leerkracht is
    betrokken bij het hele verloop, professionaliseert zich hierdoor en kan deze vaardigheden in
    de lessen integreren.
  • Een louter museumbezoek, voorstelling of losstaande, eenmalige workshop is geen samenwerking.

Aandachtspunten bij tabblad ‘Uitgaven en inkomsten’

  • Je moet duidelijk omschrijven bij het tabblad ‘Projectgegevens’ waarvoor het subsidiegeld precies gebruikt zal worden. Pas op voor verdoken kosten! Brengen bepaalde keuzes of activiteiten kosten voor leerlingen met zich mee die vermeden kunnen worden? Kinderen bijvoorbeeld zelf rode kleren van thuis laten meebrengen voor een toonmoment kan een besparing lijken, maar is voor sommige gezinnen een extra financiële drempel.
  • In dit tabblad ‘Uitgaven en inkomsten’ maak je de kostenraming van jouw dynamoPROJECT. Let op, niet alle kosten komen in aanmerking. Lees hiervoor ‘Welke kosten komen in aanmerking bij een dynamoPROJECT?
  • Het maximale ondersteuningsbedrag voor een creatief schoolproject is 2000 euro. Deze subsidie kan je
    gebruiken voor 4 soorten projectkosten:
    • Ondersteuning externe partner Maximum 2000 euro
    • Door leerlingen te verwerken materiaal Maximum 500 euro
    • Vervoersonkosten van leerlingen en leerkrachten Maximum 500 euro
    • Toegangsgeld Maximum 250 euro