Wat wordt bedoeld met een meerdaags traject? Wat kan WEL en NIET?

Eén van de basisvoorwaarden is dat je met minimum één externe partner met eenzelfde groep leerlingen én hun leerkracht werkt in een traject gedurende meerdere dagen.

Wat kan wel?

  • WEL: Je wil moderne dans een plek geven in je lessen en je koppelt dat aan je thema van WO. Een choreografe doorloopt 8 wekelijkse sessies samen met jou en je leerlingen. Elke sessie bouwt verder op de voorgaande en daardoor krijgen je leerlingen veel inbreng in het proces.
     
  • WEL: Je wil met je leerlingen van 5 tso een muurschildering ontwerpen en je koppelt daaraan het vak chemie. Je leerlingen bedenken de slogan, integreren de lesinhouden in het ontwerp, zorgen voor het materiaal en worden van a tot z begeleid door hun een graffitikunstenaar. Deze komt daarvoor van maandag tot vrijdag elke voormiddag jou en je leerlingen begeleiden tijdens de projectweek.
     
  • WEL: Je werkte een thema uit rond circus, daarmee bereik je heel wat doelstellingen. Je wil er ook beweging aan koppelen, maar daarin sta je zelf nog niet sterk. Daarom komt een lesgever van een circusschool je helpen. 2 namiddagen gedurende 3 weken (6 keer dus) gaat hij met circustechnieken met jou en je leerlingen aan de slag. Wanneer het kan pakken jullie het aan in de vorm van co-teaching.
     
  • WEL: Je merkt dat je in de klas onvoldoende aandacht besteed aan film en fotografie. Daarom werk je wekelijks samen met een fotografe. Zo pik je heel wat nieuwe skills op om perspectief, optische illusie, stopmotion, detailfotografie … te integreren in je lessen. Omdat je de beelden ook graag wil leren monteren in een filmpje, nodig je een tweede partner uit om één sessie montage te geven aan je leerlingen. Dat kan, omdat het aansluit bij het traject met de fotografe. Lees Worden éénmalige workshops, voorstellingen, lezingen, exposities, museumbezoeken … ondersteund?

 Wat kan niet?

  • NIET: Je wil een verhaal schrijven met je leerlingen. Daarvoor nodig je een auteur uit die één keer een auteurslezing geeft. Je nodigt een andere partner uit die één les creatief schrijven geeft en daarna begeleid je zelf het verdere traject in je lessen. Dit komt niet in aanmerking omdat er geen partner is die een meerdaags traject aflegt met dezelfde groep leerlingen.

    Begeleidt de auteur die de lezing gaf, het schrijfproces met schrijftechnieken, opdrachten en bijsturingen tijdens de lesuren, dan leer je als leerkracht veel van zijn expertise en dan komt je project wel in aanmerking.

  • NIET: Je zou wel wat dramatechnieken willen bijleren om je lessen sterker te maken. Daarom organiseer je voor de 4 klassen van 5bso workshops drama. De partner komt 4 keer naar school en werkt 4 keer met een andere klas. Dit komt niet in aanmerking omdat de partner geen meerdaags traject aflegt met dezelfde groep leerlingen en hun leerkracht.

    Kies je voor één groep die samen met de externe partner, gespreid over meerdere dagen en tijdens de lesuren een kleine voorstelling of een filmpje met sketches maakt, dan komt je project wel in aanmerking.

  • NIET: Je wil aan de slag met het plaatselijk erfgoed in je schoolbuurt. Ideaal om te koppelen aan je leerdoelen! Daarvoor nodig je heel wat externen uit die hun steentje kunnen bijdragen: Je maakt een begeleide tocht met een boswachter, je volgt een workshop rond dialect, je gaat pottenbakken, je brengt oude liederen en verhalen weer tot leven met iemand van de erfgoedcel. Dit komt niet in aanmerking omdat er geen enkele partner een meerdaags traject aflegt met dezelfde groep leerlingen en hun leerkracht. Elke activiteit is erg waardevol, maar gaat niet verder dan een proefsessie. Het zijn bovendien losstaande activiteiten die niet verder bouwen op elkaar.

    Leg je met minimum één bovenstaande partners een meerdaags traject af tijdens de lesuren, dan komt deze samenwerking wel in aanmerking.

  • NIET: Je merkt dat de leerlingen hun schoolbuurt wel wat beter zouden kunnen leren kennen. Daarvoor spreek je een architectenduo aan met als doel het plein van de gemeente onder handen te nemen. Jij en de architecten bedenken een heel plan, de architecten leren je materiaalkennis en helpen je bij het bedenken van de opdrachten. Het architectenduo zet het project in gang met een eerste initiatieworkshop en de lessen daarna werk jij alleen verder met de leerlingen. Dit komt niet in aanmerking omdat de externe partner geen meerdaags traject aflegt met de groep en jij als leerkracht. Nascholing van leerkrachten (zonder leerlingen) komt ook niet in aanmerking.

    Begeleiden de architecten wel het traject gedurende meerdere dagen, bijvoorbeeld alternerend (Zij geven een sessie, jij werkt verder, daarna pikken zij in een sessie weer op waar jij eindigde, jij werkt daarop weer verder en zij gaan daarna verder waar jij vastliep … ) dan is er wel sprake van een meerdaags traject.