Aanbod voor scholen: kies het juiste onderwijsniveau
Twijfel je over het juiste onderwijsniveau? Wil je extra uitleg over de verschillende onderwijsniveaus?
Het onderwijs in Vlaanderen bestaat uit verschillende onderwijsniveaus.
Enkele vuistregels:
- Leerlingen zijn leerplichtig vanaf 5 jaar.
- Zowel in het basis- als secundair onderwijs is er een onderverdeling tussen gewoon en buitengewoon.
- Basisonderwijs is de overkoepelende term voor kleuter- en lager onderwijs.
Structuur van deze pagina:
- Basisonderwijs: gewoon en buitengewoon kleuter- en lager onderwijs
- Gewoon secundair onderwijs
- Buitengewoon secundair onderwijs
- Andere onderwijsvormen: deeltijds kunstonderwijs, volwassenenonderwijs, hoger onderwijs
Basisonderwijs
Het gewoon basisonderwijs bestaat uit:
- Gewoon kleuteronderwijs
- Gewoon lager onderwijs
Het buitengewoon basisonderwijs bestaat uit:
- Het buitengewoon kleuteronderwijs: 7 types voor kleuters met speciale noden
- Het buitengewoon lager onderwijs: 8 types voor kinderen met speciale noden
Kinderen met met specifieke noden die een individueel aangepast curriculum (IAC) nodig hebben, kunnen met een IAC-verslag van het CLB een individueel aangepast curriculum volgen. Dit is een leerprogramma op maat van de leerling. In het IAC-verslag staat welk type expertise het beste bij de leerling past. Het CLB bezorgt het IAC-verslag aan de ouders na een onderzoek. Met dit IAC-verslag kan de leerling naar het gewoon onderwijs of het buitengewoon onderwijs.
In een school voor buitengewoon onderwijs is speciale hulp aanwezig. Therapeuten, opvoeders, artsen en orthopedagogen versterken het schoolteam.
Het buitengewoon kleuteronderwijs is ingedeeld in 7 types, volgens de speciale zorg die de kleuters nodig hebben:
- Type 2: verstandelijke beperking
- Type 3: emotionele of gedragsstoornis (zonder verstandelijke beperking)
- Type 4: motorische beperking
- Type 5: kinderen in een ziekenhuis, preventorium of residentiële setting
- Type 6: visuele beperking
- Type 7: auditieve beperking, spraak- of taalstoornis
- Type 9: autismespectrumstoornis (zonder verstandelijke beperking)
Het buitengewoon lager onderwijs is ingedeeld in 8 types, volgens de speciale zorg die de leerlingen nodig hebben:
- Dezelfde 7 types als bij buitengewoon kleuteronderwijs, aangevuld met:
- Type basisaanbod: voor kinderen met specifieke onderwijsbehoeften voor wie het gemeenschappelijk curriculum met redelijke aanpassingen niet haalbaar is in een school voor gewoon onderwijs.
Secundair onderwijs
Het gewoon secundair onderwijs bestaat uit 3 graden, ingedeeld in studiedomeinen, finaliteiten en onderwijsvormen.
Bekijk de video of lees de info hieronder.
- Deze is oriënterend en bestaat uit leerjaren A en B, afhankelijk van het al dan niet behalen van een getuigschrift in het lager onderwijs.
- De 2de graad bestaat uit het 3de en het 4de leerjaar.
- De 3de graad omvat het 5de en 6de leerjaar, en het 7de leerjaar.
Leerlingen maken een keuze voor een studierichting die het beste aansluit bij hun interesses en mogelijkheden, binnen een studiedomein, finaliteit en onderwijsvorm.
- Elke studierichting heeft een specifieke finaliteit of doel. Deze bepaalt wat een leerling na het secundair onderwijs kan doen: gaan werken of verder studeren. Er zijn 3 finaliteiten. Aan elke finaliteit zijn 1 of meerdere onderwijsvormen gekoppeld:
- Doorstroomfinaliteit: voor wie wil verder studeren in het hoger onderwijs, abstract-theoretisch
- Domeinoverschrijdend; aso
- Domeingebonden: kso en tso
- Arbeidsmarktfinaliteit: voor wie meteen wil gaan werken, praktijkgericht
- Gewoon secundair onderwijs: bso
- Buitengewoon secundair onderwijs:
- Opleidingsvorm 4: buso OV4
- Opleidingsvorm 3: buso OV3
- De studierichtingen met arbeidsmarktfinaliteit kunnen duaal of niet-duaal aangeboden worden. Duaal leren is leren op school én op de werkvloer.
- Dubbele finaliteit: doorstroom en arbeidsmarkt, theoretisch en praktijkgericht
- Deze bereiden voor op professionele bacheloropleidingen, graduaatsopleidingen of de graduaatsopleiding Basisverpleegkunde én op de arbeidsmarkt.
- Je vindt ze in de onderwijsvormen kso en tso.
- Binnen de 3de graad worden enkele studierichtingen ook duaal aangeboden. Duaal leren is leren op school én op de werkvloer.
- Doorstroomfinaliteit: voor wie wil verder studeren in het hoger onderwijs, abstract-theoretisch
- Er zijn 8 studiedomeinen:
- Economie en organisatie
- Kunst en creatie
- Land- en tuinbouw
- Maatschappij en welzijn
- Sport
- Stem
- Taal en cultuur
- Voeding en horeca
- De studierichtingen uit het bso, kso en tso behoren tot 1 van die 8 studiedomeinen: ze zijn domeingebonden. De studierichtingen uit het aso behoren niet tot een studiedomein: ze zijn domeinoverschrijdend.
- In de 3de graad kun je nog een 3de jaar volgen, het 7de leerjaar.
- Vanaf het schooljaar 2025-2026 vind je deze onder de volgende namen:
- 7de leerjaar gericht op hoger onderwijs, na een diploma onderwijskwalificatie niveau 3 (OK3)
- 7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt, na een diploma OK3
- 7de leerjaar gericht op het hoger onderwijs, na een diploma OK4
- 7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt, na een diploma OK4
Buitengewoon secundair onderwijs
Het buitengewoon secundair onderwijs is er voor leerlingen met specifieke noden. Met een IAC-verslag of OV4-verslag van het centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB) kunnen zij starten in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs (buso). In dat verslag staat welk type expertise en welke opleidingsvorm het meest geschikt is voor de leerling.
Het buitengewoon secundair onderwijs is ingedeeld in 8 types, volgens de speciale zorg die de leerlingen nodig hebben:
- Type basisaanbod: voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften voor wie het gemeenschappelijk curriculum met redelijke aanpassingen niet haalbaar is in een school voor gewoon onderwijs.
- Type 2: verstandelijke beperking
- Type 3: emotionele of gedragsstoornis (zonder verstandelijke beperking)
- Type 4: motorische beperking
- Type 5: leerlingen in een ziekenhuis, preventorium of residentiële setting
- Type 6: visuele beperking
- Type 7: auditieve beperking of een spraak- of taalstoornis
- Type 9: autismespectrumstoornis (zonder verstandelijke beperking)
Er zijn 4 opleidingsvormen (OV). Een opleidingsvorm zegt iets over wat je na het buitengewoon secundair onderwijs kan doen. Een school kan 1 of meer opleidingsvormen aanbieden. Leerlingen uit verschillende types kunnen er terecht.
- OV1: Maatschappelijke participatie en eventueel werken in een omgeving met ondersteuning
- OV2: Maatschappelijke participatie en eventueel werken in een omgeving met ondersteuning
- OV3: Maatschappelijke participatie en tewerkstelling in het gewone arbeidsmilieu
- OV4: Algemeen, beroeps-, kunst- en technisch onderwijs
Andere onderwijsniveaus
Deeltijds kunstonderwijs
Deeltijds kunstonderwijs (dko) is er voor kinderen, jongeren en volwassenen.
- Er zijn lang- en kortlopende studierichtingen.
- In het deeltijds kunstonderwijs (dko) volg je een studierichting in 1 van deze 4 artistieke domeinen:
- Beeldende en audiovisuele kunsten
- Dans
- Muziek
- Woordkunst - drama
Volwassenenonderwijs
In het volwassenenonderwijs zijn er 2 onderwijsniveaus:
- De centra voor basiseducatie (Ligo-CBE)
- De centra voor volwassenenonderwijs (CVO)
Hoger onderwijs
Na je studies secundair onderwijs kan je verder studeren in het hoger onderwijs. Ook nadat je al hoger onderwijs volgde, of als je werkt, kan je een opleiding hoger onderwijs volgen.
Soorten opleidingen:
- Graduaatsopleiding
- Professionele bacheloropleiding
- Academische bacheloropleiding
- Masteropleiding
- Lerarenopleiding
- Na je graduaat, bachelor of master
- Doctor
- Schakelprogramma
- Voorbereidingsprogramma
- Postgraduaat