U bent hier:

Theater maken met je klas

Waarschuwingsbericht

cultuurkuur.be maakt gebruik van cookies. Meer weten.

Vertrek eens vanuit een boek of een verhaal! Want boeken en theater hebben een hoop raakvlakken. Het gaat bij beide om het vertellen van verhalen. De fantasie mag de vrije loop. Verhalen lezen, verhalen bedenken en spelen en natuurlijk: naar verhalen kijken! In dit artikel geven we je inspiratie voor een voorstelling in de klas en om zelf aan de slag te gaan.

Speel het boek!

Kies een prentenboeken en lees het boek voor aan de kinderen. Kies vervolgens een aantal personages uit het boek en kies daar een bepaalde handeling bij. Bijvoorbeeld: een heks die een soepje maakt of een krokodil die door het water zwemt, op zoek naar een lekker hapje. Speel de handelingen van de personages met de kinderen.

Vertel daarna nog een keer het verhaal aan de kinderen, maar nu in je eigen woorden. Kort en bonding, met nadruk op de handelingen en emoties van de personages. De kinderen staan voor hun stoel, in een kring of verspreid in de ruimte en spelen na wat er wordt verteld. Het helpt de kinderen als je zelf tijdens het vertellen ook meespeelt.

 

Levend voorleesboek

Verdeel de klas in groepen van ongeveer vier kinderen. Elk groepje verzint een verhaal. Dit verhaal leest één van de kinderen voor aan de klas. Bij het verhaal laten ze ook plaatjes zien. De plaatjes worden niet getekend, maar uitgebeeld! Met elkaar kiezen ze ongeveer zes momenten waarop ze een ‘plaatje’ laten zien. Met elkaar maken ze, voor elk van deze momenten, een stilstaand beeld (tableau-vivant).

 

Je eigen verhaal

Laat de kinderen een verhaal schrijven over iets wat ze zelf hebben meegemaakt met hun vrienden. Het mag iets grappigs, spannends, droevigs of iets moois zijn. Geef de kinderen een maximum aantal regels die ze hiervoor mogen gebruiken, bijvoorbeeld 20. Hierdoor blijven ze bij de kern. Verzamel alle verhalen.

Verdeel de kinderen in twee- of drietallen. Wanneer ze met z’n tweeën zijn, krijgen ze twee verhalen toegewezen, als ze met een drietal zijn krijgen ze drie verhalen toegewezen.
Het leukste is, wanneer dit niet één van hun eigen verhalen is.

Elk groepje gaat met de verhalen aan de slag. Ze maken van elk verhaal een korte scene. Laat ze hierbij gebruikmaken van de 4 W’s:

  • Wie
    Welke personages spelen de kinderen? Wat zijn deze personages van elkaar? 
    Hoe speel je het personage en hoe laat je onderlinge relaties zien?
    Bijvoorbeeld: Twee heksen zijn dikke vriendinnen van elkaar. De kinderen nemen de houding en stem aan van een heks en doen vriendelijk tegen elkaar.
  • Waar
    Waar vindt de scene plaats? En hoe laat je dat zien?
    Bijvoorbeeld: In een donker bos, ze hebben moeite om te zien waar ze lopen.
  • Wat
    Wat gebeurt er in de scene? In elke goede scene zit een conflict.(Dat hoeft niet een ruzie te zijn)
    Bijvoorbeeld: De heksen zoeken een gele paddenstoel voor in hun toverdrank. Er is er maar één, die ze beide willen hebben. Ze laten toverspreuken op elkaar los. Uiteindelijk eindigen ze beide als kikkers. De paddenstoel blijft ongerept achter.
  • Waarom
    Waarom gebeurt het? Wat is de reden?
    Bijvoorbeeld: De heks die de toverdrank maakt, wordt de machtigste heks. Ze zijn al jaren heimelijk jaloers op elkaar.

Deze vier punten moeten de kinderen zo snel mogelijk duidelijk maken in de scene. En ze moeten zich zo goed mogelijk houden aan wat er in het verhaal staat beschreven. Misschien zitten er meer personages in het verhaal, dan dat er spelers zijn. Dan kunnen ze dubbelrollen spelen. Uiteindelijk presenteert iedereen hun scenes. Klopt de scene volgens de schrijver van het verhaal?

Je kunt de verhalen ook direct laten uitspelen. Laat dan één van de kinderen een verhaal voorlezen, terwijl een groepje kinderen direct speelt, wat er wordt verteld. Dit is organisatorisch een interessant alternatief, want het scheelt een hoop voorbereidingstijd.

 

Samen een voorstelling maken

Verdeel de klas in vier groepen. De eerste groep schrijft een verhaal, de tweede groep speelt het verhaal, de derde groep maakt de attributen/decor en de vierde groep maakt de muziek of kiest een lied dat ze erbij willen zingen.

Een leuke manier om met een groepje een verhaal te schrijven, is door elk kind om de beurt een paar zinnen op te schrijven. Zo schrijven ze met elkaar steeds verder aan het verhaal. Misschien zijn er ook wel een paar kinderen die het leuk vinden om te helpen met regisseren. Laat elk kind iets doen waar hij of zij helemaal zijn of haar ei in kwijt kan.

Je kan de presentatie ook voor een aantal andere klassen of voor misschien wel de hele school houden. 

 

Tot slot

  • Deel deze pagina