U bent hier:

3 woorden: woord - wandel - wolk

Waarschuwingsbericht

cultuurkuur.be maakt gebruik van cookies. Meer weten.

Met het verhalenproject Woord - wandel - wolk nam V-Tex, een buurtafedeling van de Kortrijkse Freinetschool De Levensboom, deel aan het stadsfestival Memento. Leerlingen schreven, illustreerden en improviseerden verhalen en droegen ze uit in hun wijk. Leerkracht Vincent Vandevyvere: ‘We zijn vertrokken van een heel eenvoudig idee, maar we hebben er een mooi en sterk ding van gemaakt.’

‘Het was een mooi toeval’, vertelt leerkracht Vincent Vandevyvere. ‘De bibliotheek van Kortrijk, waarmee onze school al eerder had samengewerkt, organiseerde in onze wijk de derde editie van het woordfestival Memento.’

‘Ik liet het idee een zomer lang rijpen en ik las een interview met Erik De Jong van Spinvis, die vertelde dat hij niet meer dan drie woorden nodig heeft om een songtekst met een goed verhaal te verzinnen. Dat is waar, dacht ik. En zo is de driewoordenregel de heel eenvoudige, maar bruikbare basis voor het geheel geworden.’ Je kiest drie willekeurige woorden en er ontstaat van zelf een verhaal in je hoofd. Met deze regel hebben kinderen verhalen geschreven en verhalen verzonnen en die met de buurt gedeeld. 

‘Als Freinetschool zijn we altijd enthousiast over projecten, maar dankzij de inbreng van dynamoPROJECT konden we ons bezinnen over hoe we Woord – wandel – wolk een niveau hoger konden tillen.’

Verhalenschrijvers en illustratoren

‘We besloten om het woordproject te integreren in onze keuzeatelierwerking op vrijdagnamiddag. De Letterzetters, het schrijverscollectief van de Stad Kortrijk, bleken een logische partnerkeuze. We laten onze leerlingen wel vaker vrij schrijven, maar nu lieten we hen begeleiden door de Letterzetters. Door feedback te krijgen en aan de teksten te blijven schaven, maakten ze een collectie mooie gedichten, waarvan we er acht hebben geselecteerd die een maand lang met speciale belettering op enkele ramen in de buurt hebben geprijkt.’

Een andere groep leerlingen maakte tekeningen bij de teksten. ‘Zij gingen aan de slag met illustratrice Astrid Verplancke.’

Verhalenvertellers en radiotechnici

Uit een ander atelier kwamen verhalenvertellers voort. ‘Het ene kind schrijft liever, het andere vertelt liever mondeling. Met dezelfde driewoordenregel hebben we en groep leerlingen laten improviseren. Weer anderen kregen ateliers radiotechniek van het Kortrijkse Medialab Quindo, zodat ze de verhalen van de anderen kwaliteitsvol konden opnemen.’ De vertellers en de radiotechniekers trokken samen de wijk in en belden aan bij buurtbewoners. ‘Hallo, wij zijn verhalenverzinners. Hebt u zin in een verhaal? Als u ons drie woorden geeft, bedenken we er één voor u.’ Op het eind van het verhaal stelden de vertellers voor om de week erop nog een keer terug te komen. ‘Zo versterkten de leerlingen hun band met de buren’, legt Vincent uit. ‘Er zijn prachtige dingen uit ontstaan.’

‘Zo hebben we een leerling die nog maar net naar ons land kwam als vluchteling. Haar Nederlands stond nog niet op punt, maar omdat ze een talig kind is en er een echte verteller in haar schuilt, hebben we haar uiteraard laten meedoen.’ Het meisje vertelt over haar bezoek aan een oude buurvrouw: ‘Ze gaf me de woorden ‘vriendschap’ en ‘eenzaam’, en ze woont ‘alleen’. Ik denk dat ze zelf wat eenzaam is, dus ik ga wat vaker bij haar op bezoek’ Enkele dagen later brachten zij en haar mama de vrouw een maaltijd en sloegen een praatje met haar.

Reportage

Van de opgenomen verhalen van de leerlingen maakte Hadewijch Vanhaverbeke, die de radio-ateliers vanuit het RITCS had begeleid, een geluidsreportage. ‘De montage is heel warm en mooi geworden’, vindt Vincent. ‘Net zoals de raamgedichten hebben we de reportage op het Mementofestival gepresenteerd. En later hadden we ze nog als fijn aandenken aan het project.’

Kruisbestuiving

‘We zijn een brede school, dus we hebben vanzelf al de neiging om uit te kijken naar allerlei externe expertise die we kunnen binnenhalen. Maar dankzij de middelen van dynamoPROJECT kun je daar een stap verder in gaan: je kunt er bijvoorbeeld meer externe professionele krachten bij betrekken’, zegt Vincent. ‘De kers op de taart was voor mij de duurzaamheid. Met zo’n project ben je toch bewuster bezig. Je moet er vooraf grondig over nadenken, alles plannen … het geeft alles een extra sérieux en extra kwaliteit.’

‘Ook de kruisbestuiving tussen leerkrachten en externen is een pluspunt. ‘Neem nu de ateliers van Astrid Verplancke: ze legde haar illustratietechnieken uit in een lokaal waar nog andere leerkrachten rondliepen. Kenden die een bepaalde druktechniek nog niet, dan kwamen ze uitleg vragen. Op die manier gaf Astrid haar expertise door aan de collega’s, ook aan degenen die niet rechtstreeks bij het project betrokken waren. Daar kunnen wij de komende jaren zelf wat mee.’

Het grootste cadeau

Maar het grootste cadeau? Dat was toch hoe hij de leerlingen in de loop van het project zag floreren. ‘We hebben de leerlingen gaandeweg enorm zien groeien in creatief schrijven, tekenen, improviseren … Dankzij de verschillende begeleiders en de feedback die zij gaven, werd hun werk echt naar een volgend niveau opgetild. De leerlingen waren dan ook ontzettend trots op wat ze hebben gedaan. En helemaal terecht.’

Tips van meester Vincent

  • Blijf dicht bij jezelf als je een creatief project op poten zet. Kun je niet zingen, organiseer dan geen koor. Dit project paste bij ons, dat maakte het makkelijk om er een diepgaand traject van te maken.
  • Blijf dicht bij je school. Wat zijn de eigen mogelijkheden en welke eventuele partners vind je in je eigen buurt? Zo zijn het schrijverscollectief De Letterzetters en Medialab Quindo lokale partners. Bij hen kunnen we nu in de toekomst wellicht terecht voor andere vragen.
  • Laat de dingen organisch ontstaan. Wij dachten aan een project met bejaarden, en net op dat moment hoorden we van het bejaardentehuis dat het wou werken rond eenzaamheid verdrijven. Zo vonden we elkaar vanzelf.
  • Voel de noodzaak en ga daarop door. Vaak hoor je leerkrachten zuchten: ‘Wanneer moet ik dat er nog bijnemen? Daar ben ik niet goed in.’ Ook over zulke twijfels moet je durven te praten: wat is voor alle betrokkenen realistisch? Op onze school hebben we een atelierwerking op vrijdagnamiddag. Daar paste het project prima in. We hebben onze hele werking dus niet overhoop hoeven te halen om iets nieuws te leren.
  • Durf je eigen netwerk aan te spreken. Ga na wie je zelf kent. Iemand had een tante met een bedrijf dat belettering verzorgt. Ikzelf heb een vriend die doceert in de radio-afdeling van het RITCS. Met illustratrice Astrid Verplancke hadden we al eerder samengewerkt. We konden aansluiten bij het stadsfestival van de bibliotheek. Je maakt het jezelf iets comfortabeler als je partners kiest die al in je netwerk zitten. Dan is het een kwestie van een mailtje te sturen, iets te gaan drinken en alles door te praten.
  • Werk samen met je externe partners iets leuks uit, met een meerwaarde voor iedereen. Een échte samenwerking is altijd een win-winsituatie.

Foto's: © Quindo en Broos Claerhout