Atelierweek Kind in de Stad

Welkom in het Instituut der Poëtische Oplossingen voor Stadsaffaires! Minions op de catwalk, drama in café de Vuile Hoek of een oase van rust in de Tuin van Eden. Het is de wervelende finale van de muzische atelierweek Kind in de Stad van Freinetschool Het Trappenhuis in Gent. Een fantasierijke week waarin de kinderen even alle zeggenschap hadden over hun stad. ‘De kinderen kwamen met de gekste ideeën’, zegt Els Rosseau, directeur van de school.

De kinderen van het Trappenhuis wonen in hartje Gent, een drukke stad waar niet overal voldoende plaats is voor de kinderen om zich uit te leven. Maar hoe zou de stad eruit zien als de kinderen zelf burgemeester waren? Ze lieten hun fantasie de vrije loop en leidden op het einde van de rit iedereen rond in hun stad. Kamperen of op hotel? Duiken of parachutespringen? Elke keuze die het routeteam voorlegt, brengt de bezoeker naar een andere plek. Een vuilnismuseum waarin afval een nieuwe bestemming kreeg, een maquettekamer met nieuwe versies van de Gentse Dampoort, een modeshow met een eigen kledinglijn of een roadmovie waarin de kinderen zwemmend of slaapwandelend naar school gingen.

Brainstormen over de stad

De voorbereidingen voor de atelierweek startten lange tijd op voorhand. De school nam het Gentse Jeugdtheaterhuis Larf! onder de arm. Larf! reikte ideeën aan voor een rode draad doorheen de volledige week. De leerkrachten werkten de verhaallijnen verder uit. ‘Wij wilden vooral de nadruk leggen op de muzische vorming’, zegt Els Rosseau. ‘We ontdekten dat we niet alleen met muziek en toneel aan de slag konden, maar dat er veel meer mogelijkheden waren.’

De kinderen van de lagere school dachten in de aanloop naar de atelierweek na over wat zij graag wilden veranderen in de stad. ‘Minder lawaai, meer groen, geen vieze geuren en minder afval waren ideeën die uit de brainstorm naar voor kwamen. Vanuit het Freinetprincipe geven we als leerkrachten en directie de aanzet, maar we weten nooit op voorhand wat het resultaat zal zijn. De leerlingen hebben vaak veel leukere ideeën die we samen met hen uitwerken.’

Carrousel van workshops

Tijdens de atelierweek werd de lagere school in twee gesplitst. De jongste drie leerjaren en de oudste drie werden daarna in verschillende groepjes verdeeld. De groepen schoven na een halve dag door naar een volgende activiteit, zodat iedereen kon deelnemen aan alle projecten. Elke nieuwe lichting bouwde verder op het werk van de vorige groep. De dramadocenten van Larf! leerden de leerlingen en de leerkrachten in workshops van telkens twee uur de kneepjes van het vak. Daarna konden de groepen zelf aan de slag. ‘We oefenden met de leerlingen hoe je kleine tekstjes kan schrijven en hoe je die aan iemand kan vertellen’, zegt Monique Janssen, artistiek medewerker van Larf!. ‘We gingen met hen de straat op en dachten samen na over hoe je een personage kan aankleden. De insteek van de workshops veranderde wel naargelang de leeftijd van de kinderen.’

Een voetbalschoen en een Dampoortdierentuin

Elk project werd gedurende de hele week begeleid door dezelfde leerkracht. Bij meester Lars stond alles in het teken van afval. ‘We wilden de kinderen bewust maken van afval en van wat je er eigenlijk allemaal mee kan doen’, zegt Lars. Ze vulden een aantal vuilniszakken op straat, gaven spullen een nieuwe bestemming of maakten er leuke creaties mee die ze tentoonstelden in het vuilnismuseum. Een blikje, een aansteker en een paar sigaretten toverden de kinderen bijvoorbeeld om tot een sigarettenautootje. ‘Afval heeft vaak een hele weg afgelegd voor het op straat belandt’, vertelt Lars. ‘De kinderen bedachten zelf wat het verhaal was achter de dingen die ze gevonden hadden.’ Zo werd een schoen plots de schoen die voetballer Benteke verloren had en een paar moersleutels het gereedschap waarmee de school gebouwd was. 

Ze zijn niet te vinden voor een stad vol grijze muizen. Een blinkende euroman bij wie je even geld kan krijgen, een robot die afval opruimt, een bloemenmeisje dat een heerlijke geur verspreidt, ridderpolitiemannen en minions die snoepjes en fruit uitdelen, zouden het straatbeeld kunnen opleuken. 

Het uitzicht van de stad Gent kan duidelijk beter volgens de kinderen. Het groene hart van hun stad kreeg de naam Tuin van Eden, een rustig dakterras met boomstammen, vliegende kartonnen vogels en een tipi. De kleuters schilderden met hun voetjes de vijver op de tonen van het dierencarnaval van Camille Saint-Saëns. Uit de boxen klinkt poëzie, geschreven en voorgedragen door de kinderen. ‘Ze zijn hun gedichten in de stad deur aan deur gaan voordragen’, legt juf Lotte uit. Als echte architecten ontwierpen de leerlingen ook maquettes van hun Dampoort. Van een speeltuin en een zwembad tot een dierentuin waar je kan wachten als je de trein hebt gemist. 

Op een eenhoorn naar school

Tijdens de atelierweek dachten de kinderen van het Trappenhuis na over hoe ze graag zouden leven in de stad. Ze zijn niet te vinden voor een stad vol grijze muizen. Een blinkende euroman bij wie je even geld kan krijgen, een robot die afval opruimt, een bloemenmeisje dat een heerlijke geur verspreidt, ridderpolitiemannen en minions die snoepjes en fruit uitdelen, zouden het straatbeeld kunnen opleuken. ‘Op maandag knutselde de eerste groep collages over hun ideeën’, legt juf Imelle uit. ‘De volgende bende maakte levensgrote tekeningen van zichzelf en daarna hebben we de kledij van onze personages gemaakt. De kinderen stikten zelf alle stoffen kledingstukken.’

De manier waarop ze ’s ochtends naar school komen, vonden de kinderen toch wat saai en gewoontjes. Met de helikopter, met de monstertruck of op een vliegende eenhoorn zou veel cooler zijn. ‘Met behulp van tekeningen in stopmotionfilmpjes werden de vreemdste vervoerswijzen in de praktijk omgezet’, zegt juf Lotte. De meer haalbare ideeën werden echt uitgevoerd. Al slaapwandelend, al dansend, als een fanfare of al zwemmend met zwembroeken en zwembootjes over straat, leverde een heuse roadmovie op. En in café de Vuile Hoek tonen de kinderen in een muzikaal toneelstuk hoe het stadsleven zeker niet moet zijn.

Wordt vervolgd?

Op het einde van de week bekeek iedereen in de eigen leefgroep het resultaat van al dat harde werk. ‘Zo kunnen we later in de klas verder inspelen op hun ervaringen en reacties’, zegt Els. De leerkrachten nemen de expertise alvast mee naar volgende ateliers. Hoe het project verder evolueert, hangt af van de interesse van de kinderen. ‘Sommige kinderen zullen misschien nog een paar ideeën verder willen uitwerken, anderen zullen graag een nieuw hoofdstuk beginnen’, vertelt Els. ‘Uiteindelijk is dit een project dat voortkomt uit hun fantasie.’