Boekenjuf Heidi | Rollen in de BBB

R.O.L. in de BBB. De leerlingen in de school van boekenjuf Heidi Van Eenoo weten maar al te goed wat het betekent: ze doopten hun bibliotheek Beste-Boeken-Bib (BBB) en komen er graag Rustig-Ongestoord-Lezen (R.O.L.).

de boekenhoek in de klas
Boekenjuf Heidi
Boekenjuf Heidi met enkele tentoongestelde boeken

Toen ik hier vijftien jaar geleden begon les te geven, was dit lokaal een materiaalhok’, zegt Heidi in de kleine maar knusse bib. ‘Later zijn hier, in samenwerking met een ouder die in de bibliotheek werkt, planken gehangen en boeken samengebracht. Zij kwam één keer per maand naar hier, maar toen ze daarmee ophield werd er niet meer echt iets met de bib gedaan. Bij mij knaagde dat.

Eerst hebben we geprobeerd iedereen op eigen initiatief de bib te laten bezoeken. Ik kwam vaak, maar sommige leerkrachten kwamen nooit. Iedereen heeft eigen talenten en dingen die hem minder aanspreken en daarop heb ik geen kritiek. Een van mijn collega’s is bijvoorbeeld fantastisch met muziek. Maar ik vond het wel jammer dat sommige leerlingen op die manier geen toegang kregen tot boeken.’

 

Wie is Heidi Van Eenoo?

School: Leerkracht van het vijfde leerjaar op Vrije Basisschool Christus-Koning - Sint-Lodewijkscollege in Brugge.

Favoriete kinderboek: Iep! van Joke Van Leeuwen, een van de beste kinderschrijvers.

Geeft de boekenmicrobe door omdat … 'Wij hadden thuis veel boeken maar weinig kinderboeken en mijn ouders hadden de tijd niet om met ons naar de bibliotheek te gaan. Mijn zus en ik lazen bij gebrek aan alternatief de boeken van mijn moeder: indianenverhalen, stationsromannetjes ... Toen ik oud genoeg was om zelf naar de bib te gaan, heb ik een aantal klassiekers gelezen. Vaak ’s nachts met een zaklamp omdat het boek uit ‘moest’. Ik heb ook veel voorgelezen aan mijn broer en zussen en nu lees ik elke avond voor aan mijn kinderen. Maar ik besef echt wel dat veel leerlingen thuis niet gestimuleerd worden. Ook bij mij als kind was er thuis geen leescultuur. Daarom is het belangrijk hen toch toegang te geven tot boeken, zodat ze zelf kunnen beslissen of lezen iets voor hen is.'

Middaglezen

Heidi is klasjuf in het vijfde leerjaar. Waar zij lesgeeft, zijn de vierde, vijfde en zesde leerjaren ondergebracht. Wat verderop in de straat is de school voor het eerste, tweede en derde leerjaar. ‘Een juf die dat ginds zag zitten en ik zijn naar de directeur gestapt om voor te stellen dat wij elk boekenjuf zouden worden in onze school. Dat werd positief onthaald, en ik ben meteen alles beginnen regelen. Zo heb ik snel voorgesteld om middaglezen te organiseren. Dat is een min of meer vast publiek, aangevuld met vrienden en vriendinnen. Een aantal komt altijd – zij die hun boek altijd uit hebben gelezen na een week – en verder wisselt het wat.’

In het begin bevatte de bib veel verouderde boeken, zegt Heidi nog. ‘Ik heb veel weggedaan en de laatste vijf jaar veel gekocht. In het begin heb ik veel zelf bekostigd. De directeur geeft me vertrouwen om een boek te kopen als ik het goed vind. Hij weet dat de boeken goed gebruikt worden. Een apart bibliotheekbudget is er niet, maar ik mag blij zijn met zo’n directeur die dit project steunt. Ik heb bijvoorbeeld naar aanleiding van Gedichtendag een aantal gedichtenboeken gekocht voor 3 en 4 euro. En ik ben eigenlijk nog op zoek naar wat doe-boeken of kookboekjes, want sommige leerlingen zijn ‘doeners’.’

‘Leerlingen moeten de kans krijgen om te stárten in het boek dat ze hebben gekozen, want anders dreigt het niet open te gaan’

Heidi Van Eenoo - leerkracht van het vijfde leerjaar

Het is vooral de mond-aan-mond-reclame die werkt

Aanvankelijk trok Heidi met andere klassen naar de bib wanneer haar klas ging zwemmen of als haar leerlingen zelfstandig aan opdrachten werkten. ‘De leerlingen mochten een boek komen kiezen en ik deed aan leesbevordering. Met de Leespluim bijvoorbeeld: die pluim stop ik letterlijk in de boeken die de leerlingen goed vinden – als een aanrader voor de anderen.

Meestal stel ik ook zelf een boek voor, eentje waarnaar ze niet spontaan zouden grijpen. Dan lees ik een fragment of toon ik iets op het internet in verband met het boek. Maar het is toch vooral de mond-aan-mond-reclame die werkt. Iemand die iets leest en dan een hele klas aansteekt: dat zie ik geregeld gebeuren. Ze geven elkaar advies. En zien lezen doet lezen.’

Elke vrijdagnamiddag word er gelezen

Sinds vorig schooljaar is juf Heidi op vrijdagnamiddag vrijgesteld voor de leesbevordering. Nu komen alle klassen van het vierde tot het zesde leerjaar om de twee tot drie weken langs. Heidi werkt een 35-tal minuten rond boeken en vervolgens mogen ze vrij lezen. ‘Natuurlijk praten ze tijdens het kiezen eerst nog wat, maar daarna is het 10 tot 15 minuten muisstil’, vertelt ze. ‘Dat is belangrijk en dat heb ik eigenlijk pas in de loop der jaren ingezien. Leerlingen moeten de kans krijgen om te stárten in het boek dat ze hebben gekozen. Je ziet dan dat ze vertrokken zijn en zullen voortlezen, terwijl het boek anders dreigt niet open te gaan.’

De Beste Boekenjuf/meester van het jaar

De prijs voor de Beste Boekenjuf/Boekenmeester beloont leerkrachten (kleuterschool en basisschool) die een concrete en dagelijkse inzet tonen voor leesbevordering en het werken met kinderboeken in de klas. In het magazine brengen de kandidaten hun verhalen en je vindt er massa's tips en tricks rond lezen en leesplezier in de klas.

CANON Cultuurcel en de Groep Kinderboekenuitgevers zoeken een juf of meester, zorgleraar of -coördinator uit het basisonderwijs (kleuter- en lager) die zich inzet voor leesbevordering en werken met kinderboeken aanmoedigt.

Nomineer jouw kandidaat

Wie besmet jou met zijn of haar passie voor (voor)lezen? Wie vult de boekenhoeken op school met een rijk en recent aanbod? En wie wakkert in jouw team het leesvuur aan? Kortom, welke juf of meester heeft op jouw school het grootste hart voor boeken? Ken jij zo iemand? Nomineer je kandidaat via boekenjuf.be.

Een koffer met de schatten van de juf

De leerlingen kiezen minstens één boek. De meesten nemen er twee mee, sommigen zelfs vier. Naast leesboeken zijn er strips, luisterverhalen, tijdschriften, gedichten, informatieve boeken, prentenboeken ... en een boekenkoffer met schatten van de boekenjuf.

‘Ik leen ook de tijdschriften uit, want er zijn leerlingen die niet graag lezen en een tijdschrift vindt dan soms wel ingang. Sommige leerlingen zullen nooit grote lezers worden – daarin moeten we realistisch zijn – maar ik stimuleer hen wel en ik suggereer ook boeken.’

Heidi vertelt over een jongen die letterlijk bang was van boeken. ‘Hij wilde zelfs geen boek aanraken en zeker niet meenemen. Hij kon ook niet erg goed lezen. In het begin gaf ik hem een boek met dieren om in te kijken. Hij zit in het vijfde nu en wilde misschien wel eens iets lezen, iets met monsters. Net als de meeste leerlingen wilde hij die dunne, aangepaste boekjes niet. Dus heb ik hem Dolfje Weerwolfje meegegeven en hij kwam me telkens heel fier vertellen waar hij was gebleven in zijn boek. Toen de schrijfster Vera Van Renterghem hier op bezoek was, hoorde ik hem super fier vertellen dat hij voor het eerst een boek bijna uit had. Nu is hij in het tweede boek bezig. Zijn leesvaardigheid is enorm verbeterd. Maar dat het dat boek werd, heeft veel meer te maken met wat hij erover gehoord had dan met een aangepaste inhoud voor moeilijke lezers.’

‘Het is toch vooral de mond-aan-mond-reclame die werkt. Iemand die iets leest en dan een hele klas aansteekt: dat zie ik geregeld gebeuren’

Heidi Van Eenoo - leerkracht van het vijfde leerjaar

Verfilmingen, knutsel- of tekenactiviteiten en strips bij het WO-thema

Om de leerlingen met boeken te laten werken, heeft Heidi verschillende methodes. Soms zijn het zoekopdrachten in groepjes, soms bekijken ze een fragment van de verfilming van een boek ... In haar eigen klas werkt ze vaak met prentenboeken voor knutsel- of tekenactiviteiten en reikt ze geregeld strips aan in het kader van een WO- of taalles.

Haar leerlingen van het vijfde lezen bovendien prentenboeken voor aan de leerlingen van het eerste leerjaar. Ook zij leest vaak voor: ‘Ik probeer in elke klas een oorlogsverhaal, een griezelverhaal, een ‘Sinteressant’ verhaal, een kerstverhaal … te lezen en op die manier de seizoenen te volgen. Ik probeer er elk jaar in elke klas een klassieker en een verfilmd boek tussen te steken, zodat we nadien naar de film kunnen kijken.

Mijn collega’s weten trouwens dat ik voorlees en zij doen dat nu ook weer vaker. Ik vertel hen trouwens altijd waaraan ik met ‘hun’ klas heb gewerkt. Soms lezen ze dan voort in een boek waaruit ik een fragment gelezen heb.’

‘Heel wat boeken hebben een duwtje nodig’

Heidi Van Eenoo - leerkracht van het vijfde leerjaar

Ouders

De ouders betrekt Heidi via berichten op de website en leessuggesties. ‘En tijdens het oudercontact zorg ik altijd dat er een tafel in de gang staat met leesboeken. Heel wat boeken hebben een duwtje nodig en ik weet niet of ouders dat wel altijd beseffen. Het is ook onze taak om dat te stimuleren.’

Hoe evalueert ze het lezen? ‘Ik lees vooral veel voor. Ik vind dat een systeem veel druk op de leerlingen kan leggen. Ik begrijp wel dat je leerlingen in het eerste leerjaar van nabij moet opvolgen, maar vanaf het tweede jaar kan je dat volgens mij overboord gooien. Dan gaat het over leesplezier en over veel voorlezen – zelfs in het zesde. In het tweede en het derde is er meestal nog veel aandacht voor boeken om het leesniveau van de leerlingen op te tillen, maar ik heb soms de indruk dat dat vanaf het vierde leerjaar wat stilvalt. Terwijl leespromotie heel belangrijk is.’

‘Leerlingen zeggen mij soms dat ze niet graag lezen. Omdat je het juiste boek nog niet gevonden hebt, antwoord ik dan. Ik ben trouwens van mening dat al wat ze lezen goed is. Uit elk boek kan je iets leren. Ik zal nooit over een boek zeggen dat het niet goed is of dat het een prutsboek is. Zo hebben sommigen commentaar op Geronimo Stilton, maar soms is dat voor de leerlingen op dat moment wat zij aankunnen. Zo kunnen ze groeien in lezen en ze zullen zelf wel beslissen wanneer het tijd is voor iets anders. Er zijn net zo goed veel leerlingen die bij de boeken van Roald Dahl blijven hangen. Als ze dat beu zijn, grijpen ze wel spontaan naar andere dingen. Je ziet hen gestaag vorderen. Ik ga daarin zeker niet forceren en ik zal nooit een boek afbreken.’