Boekenmeester Jan | De vuurjongen die voor leesvonken zorgt

Jan Lambrechts is voltijds leescoördinator. Hij werkt ideeën en leerlijnen uit om het leesplezier en de leesvaardigheid te bevorderen. Van de kleuters tot het zesde leerjaar. Zijn motto: ‘Elke leerkracht een boekenjuf/meester’.

""
""
""
""
""
""
""
""
""
""

Er zijn verschillende redenen om als school voor een leescoördinator te kiezen. De dagelijkse praktijk van de leraren en de vele wetenschappelijke onderzoeken wijzen uit dat de kwaliteit van het lezen niet de goede richting uitgaat. Leesplezier valt dan altijd als eindwoord. Wij hebben met de school een duidelijke keuze gemaakt: lezen wordt onze rode draad. Die keuze zet ons aan om onze hele visie, op verschillende fronten, te herbekijken. We willen boeken en leesplezier integreren in heel onze werking en dat ook tonen in de schoolgangen en aan de buitenwereld. Ik probeer als een vuurjongen voor leesvonkjes te zorgen en de leerkrachten van gesneden broodjes te voorzien.

We zetten sterk in op een nieuwe schoolbib die we ‘Fantasielines’ doopten. We willen er geen kringloopwinkel van boeken van maken en daarom investeert de school heel hard in nieuwe boeken, rond 2500 euro per schooljaar. In november 2016 is de bib opengegaan.

Elke klas doet mee aan Kwartiermakers. Zo komt elke groep minstens één keer per week in de bib.  

 

Wie is Jan Lambrechts?

School:

Leescoördinator op Basisschool Sint-Mauritius in Bilzen.

Favoriete kinderboek:

Koning van Katoren, Jan Terlouw, Lemniscaat.

De drie R’s van de bib

Elke klas heeft eigen boeken, aangevuld met die van de bibliotheek van Bilzen, De Kimpel. 1200 boeken van De Kimpel circuleren er op school, 3 per kind. De oudervereniging heeft voor elke klas een kastje gesponsord om die boeken in te zetten. We proberen 6, 7 keer op een schooljaar te gaan. Alle 400 leerlingen hebben een bib-kaart.

Stilaan wennen de kinderen aan boeken uitlenen en inleveren. Hoe moet je je gedragen in een bib? Dan komen de drie R’s aan bod: rustig zijn, respect voor boeken en andere mensen, rondsnuffelen.

Trainen …

Materie alleen is echter niet voldoende. Er moet ook iets mee gebeuren. Vergelijk onze leesaanpak met sporten. Om dat goed te kunnen, moet je trainen. Om gemotiveerd te blijven, speel je wedstrijden. Vertaald naar lezen betekent dat dat we zorgen voor trainings- en toepassingsmomenten.

‘Bij hardop denkend voorlezen verklankt de leerkracht wat er in zijn hoofd gebeurt’

Bij het trainen motiveren we de leerlingen om hun kennis en vaardigheden te verbeteren door effectieve instructie, goede voorbeelden en herhaald oefenen. Daarom zetten we sterk in op hardop denkend voorlezen, waarbij de leerkracht verklankt wat er in zijn hoofd gebeurt.

Ook de leesstrategieën maken een belangrijk deel uit van onze werking. Tijdens de personeelsvergaderingen heb ik de leerkrachten telkens over 1 strategie ingelicht. Ik heb er kaartjes van gemaaktvoorzien van een illustratie. Mijn collega’s gebruiken die kaartjes nu ook, zelfs in de kleuterklas. We laten ze cyclisch terugkomen.

… en toepassen

De toepassingskansen zijn de vele boekactiviteiten die we organiseren. Zo zorgen we ervoor dat leerlingen hun leeservaringen kunnen doorgeven. Om de drie weken organiseert de leerkracht een boekenpraat. Ik heb voor een bundel met 50 verwerkingsactiviteiten gezorgd. Dat zorgt voor inspiratie en afwisselende werkvormen: een boekendate, verkoop een voorwerp uit het verhaal … Er is ook een bundel met boekenkringwerkvormen. Daarin vind je een 40-tal boekverwerkingsopdrachten die je met de klas kan doen. De kaftencarrousel waarbij ze titels bij de juiste cover moeten plaatsen, is bijvoorbeeld heel leuk.

‘Elke auteur schrijf iets op de wall of fame van onze bib’

We nodigen ook regelmatig een auteur of illustrator uit. Yoeri Slegers en Michael Olbrechts  kwamen tekenen. De kinderen waren er dol op. Zo proberen we hen kort genoeg bij een boek te brengen zodat ze erin blijven plakken. Elke auteur die bij ons op bezoek komt, schrijft iets op onze wall of fame in de schoolbib. Dat wordt een mooie verzameling. Marc de Bel tekende bijvoorbeeld een Boeboek.

Jeugdboekenmaand leidt tot schoolfeest

We zijn ook heel intensief met de Jeugdboekenmaand bezig. Voor elk leerjaar kies ik een boek dat de leerkracht voorleest. Bij elk boek heb ik ook een lessuggestiepakket gemaakt waarmee leerkrachten aan de slag gaan. We linken er ook ons schoolfeest aan. Door zo intensief met het boek van de Jeugdboekenmaand bezig te zijn, heb je immers al veel inhoud en materiaal waarop je het schoolfeest kan bouwen. Verleden jaar resulteerde dat in een verhalenwandeling door Bilzen, nu zijn we volop aan het repeteren voor een schoolmusical.

De Beste Boekenjuf/meester van het jaar

De prijs voor de Beste Boekenjuf/Boekenmeester beloont leerkrachten (kleuterschool en basisschool) die een concrete en dagelijkse inzet tonen voor leesbevordering en het werken met kinderboeken in de klas. In het magazine brengen de kandidaten hun verhalen en je vindt er massa's tips en tricks rond lezen en leesplezier in de klas.

CANON Cultuurcel en de Groep Kinderboekenuitgevers zoeken een juf of meester, zorgleraar of -coördinator uit het basisonderwijs (kleuter- en lager) die zich inzet voor leesbevordering en werken met kinderboeken aanmoedigt.

Nomineer jouw kandidaat

Wie besmet jou met zijn of haar passie voor (voor)lezen? Wie vult de boekenhoeken op school met een rijk en recent aanbod? En wie wakkert in jouw team het leesvuur aan? Kortom, welke juf of meester heeft op jouw school het grootste hart voor boeken? Ken jij zo iemand? Nomineer je kandidaat via boekenjuf.be.

De KJV-boot

Samen met de bibliotheek van Bilzen ben ik dit schooljaar begonnen met de Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen (KJV). 34 kinderen uit het vijfde en zesde wilden graag meedoen. Dat was voor ons het eerste bewijs dat we op het goede spoor zaten. Er kon maar 1 KJV-groep zijn, daarom hebben we een auditie georganiseerd. De leerlingen moesten hun motivering in een gesprekje met mij toelichten. Wie uit de KJV-boot viel, is in een andere boot terechtgekomen, want we hebben ook een boekenbende en een boekenclub. Zo probeer ik dat positief te kaderen, want ik wil kinderen niet teleurstellen. Elke groep komt 1 of 2 keer per maand samen met mij in de schoolbib.

Het hele traject van de KJV-groep giet ik in een poster voor boven hun bed. We bespreken elk boek op een andere locatie. Het is meer een spel waarbij we het hebben over de inhoud, de verhaallijn, het hoofdpersonage, hun mening. We maken bijvoorbeeld zwerftuintjes als dat in het boek aan bod komt. En tijdens de activiteit wordt er gebabbeld.

‘Ik droom ervan dat boeken lezen een gewoonte wordt, zoals ’s morgens een boterham eten.’

Ouders soigneren

We vinden de lijn met de ouders heel belangrijk en leggen onze aanpak en visie uit. Ouders helpen ons bijvoorbeeld met de boekenbeurs die we organiseren. Maar we nodigen hen ook uit op een infoavond over ‘Hoe lees je een boek voor?’ Tijdens de voorleesweek lazen ze een fragment voor in de klassen. We geven ook hen de kans om nadien over hun ervaringen met elkaar te praten. Die ouders krijgen een andere connectie met de school, veel minder resultaatgericht.

Ons verhaal is nog lang niet af. Lezen moet het DNA van onze school worden, maar je kan niet alles in 1 keer veranderen. Je kan vuurwerk afsteken, maar dat is vlug uitgewerkt. We willen een solide, wetenschappelijke basis. De kans bestaat ook dat je als leescoördinator in de woestijn staat te schreeuwen. Zonder de leraren sta ik nergens. Over 3 of 4 jaar moet mijn functie overbodig zijn. Nu zitten we nog middenin een groeiproces.’

In de boekenkast van meester Jan