De dansacademie 2.0

Hedendaags of klassiek. Meer keuze biedt een dansacademie doorgaans niet. Niet zo in die van Harelbeke. Daar volg je nu ook hiphoples. Zo spelen ze in op de leervraag van de jongeren en maken ze komaf met het clichébeeld van de elitaire opleiding.

Leerkracht met dansende leerlingen op één been.
groepje dansende leerlingen
Groepsles dansende leerlingen

Het lijstje opties dat de dansafdeling van Harelbeke aan de leerlingen voorlegt, is lang. Vanaf 4 jaar kan je hier terecht voor kleuterdans. Dan volgen de Danskriebels en vanaf de tweede graad (8 jaar) kies je voor jazz, hedendaagse of klassieke dans. Die opleidingen combineren steeds anderhalf uur klassieke balletles -de basis voor elke danser- met een uur training in een zelf gekozen stijl. Vanaf tien jaar ligt er ook een nieuwe weg op tafel: de hiphopklas. Deze leerlingen moeten de klassieke techniekles niet volgen. Bij het begin van het tweede werkjaar telt de richting 20 dansertjes.

Breed perspectief aan dansstijlen

Waarom koos de academie ervoor om ook deze optie aan te bieden? ‘Er zijn heel veel privé-initiatieven die zich op deze stijl richten’, licht directeur Inge Kerkhove toe. ‘Nu springen we ook op die trein. We sluiten zo aan bij de leervraag van de kinderen. We vinden het belangrijk dat we amateurdansers kunnen prikkelen met verschillende stijlen.’

Ze hoopte ook meer jongens aan te trekken, maar dat is na 1 jaar nog niet gelukt. Leraar Arne Schögler zag wel nieuwe gezichten opduiken in zijn hiphopklas: ‘Ze hebben het gezelschap van leerlingen die de hiphoples combineren met andere stijlen in de academie. De jongeren zonder voorkennis zien aan hen dat ze gemakkelijker bewegingen oppikken of sneller vooruitgaan. Daarom volgen enkele kinderen die vorig jaar via hiphop instapten nu ook de klassieke techniekles. We motiveren hen ook om dat te doen.’

Leerlingen blijven langer

Een bijkomend voordeel van de diversificatie van het aanbod is dat leerlingen die na enkele jaren eens wat anders willen, een alternatief binnen de academie vinden. ‘Ze schakelen over naar een andere leraar of dansstijl. Zo kunnen ze aftasten wat ze echt leuk vinden en krijgen ze nieuwe energie en impulsen. Bied je die opties niet aan, dan gaan ze elders zoeken en ben je ze kwijt’, zegt leraar Annelies Eggern.Ze kiezen nu bewuster een stijl en volgen een danspakket dat hen helemaal op het lijf geschreven is.’

'Leerlingen die na enkele jaren wat anders willen, vinden een alternatief binnen de academie'

Als je hier als kleuter begint, kan je voor 14 jaar vetrokken zijn. Maar zo communiceert directeur Inge het niet: ‘Dat langetermijndenken past niet in de huidige tijdsgeest. Elk trimester leren ze iets, zo stellen we het voor.  En er zijn dus veel zijwegen mogelijk.’

En nu tapdans?

Welke succesfactoren zien ze om zo’n vernieuwing te doen slagen? ‘Het is altijd een beetje een gok, want je hebt de programmatienormen. Daar kan je enthousiasme op botsen. We moeten ook rekening houden met onze locatie. Dit gebouw is eigenlijk te klein. Het is enorm puzzelen om de dansers hun plaats te geven. Zelfs al blijven we naar aantal gelijk, door de grotere diversiteit in de richtingen, hebben we meer ruimte en aangepaste accommodatie nodig.’

 Ook de leraren zijn een belangrijke factor. ‘Ze moeten sterk zijn in hun eigen disciplines, elkaar goed aanvullen en niet bang zijn om leerlingen naar elkaar door te verwijzen. Ga luisteren naar die mensen. Soms zal je verrast zijn van het talent in je eigen team.  Dan kan je iets unieks aanbieden zonder een specialist van buitenaf aan te moeten trekken.’ ‘En’, vult leraar Arne aan, ‘je moet een directie hebben die open staat voor de ideeën van de leraren. Zullen we volgend jaar starten met tapdans? (lacht)

Ook in andere domeinen

De Academie muziek, woord, dans Harelbeke biedt ook in andere domeinen nieuwe richtingen aan: van DJ of theatermaker, tot musical en live/electronics. Een bewuste keuze, zo zegt directeur Inge Kerkhove: ‘We doen dat vanuit onze visie om zo breed mogelijk kansen te bieden en een breed publiek aan te spreken. Maar het is ook een noodzaak. Harelbeke is enorm aan het vergrijzen. Bovendien zitten we tussen de grote aantrekkingspolen Waregem en Kortrijk geprangd. Veel kinderen gaan daar naar school. We moeten echt moeite doen om ze hier te krijgen. Meegaan met je tijd en een nieuw publiek aanboren helpt ons daarbij.’

Inge wil met de nieuwe opties ook het klassieke, elitaire imago doorbreken dat een academie nog achtervolgt. Al is het goedkoper om te dansen of een instrument te leren in het DKO dan in een privé-initiatief. Ook de kwaliteit van de opleiding benadrukken de leraren graag. Leraar Annelies: ‘Elk kind mag hier verder doen. We zullen wel wijzen op je werkpunten als onderdeel van je leerproces. Het is bewust niet zo vrijblijvend als ‘gitaar leren spelen met een tienbeurtenkaart.'