De puntjes op de walvis

Een leerling zet stipjes. Oneindig veel stipjes. Visual artist Wietse Hindryckx helpt haar, want de hele rug van de speelse walvis moet vol. De kolos maakt deel uit van een meterslange muurschildering in de gangen van het Ensorinstituut. Thema? De onderwaterwereld. De zeedieren en bijhorende patronen hebben de 12 leerlingen van 3 Graphic Design samen met de 6 leerlingen van De Branding zelf ontworpen.

""
""
Op een muur schilderen twee leerlingen een walvis
""
""
""
""
""
""
""
""

Siets Bloemen is leraar manuele technieken. In haar praktijklessen zitten de leerlingen van het Ensorinstituut samen met die van De Branding, een school voor jongeren met een autismespectrumstoornis (OV4 type 9). Ilse, leraar van De Branding, is haar co-teacher en zorgt voor de ondersteuning. ‘Het is het eerste jaar dat we zo samenwerken’, vertelt Siets. ‘Voor iedereen was het zoeken. Begrip opbrengen voor elkaar, samen iets realiseren: die dingen zijn geen evidentie. Dit project kan hen naar elkaar laten toegroeien en hen een blijvend en zichtbaar resultaat bieden waar ze als groep trots op kunnen zijn.’

Dat ze voor een muurschildering kozen is niet toevallig. Het Ensorinstituut is enorm betrokken bij The Crystal Ship, het streetart-project van de stad Oostende. Siets: ‘Dit is een nevenproject met een kleinere groep, waar de nadruk ligt op het procesmatige. Bovendien betekent het echt een opwaardering van deze schoolgang.’

Basquiat, Banksy en Wietseart

Hoe kwam ze met Wietse Hindryckx in contact? ‘Ik kwam zijn werk al verschillende keren in het straatbeeld van Brugge tegen’, zegt Siets. ‘Het is heel toegankelijk van stijl. Ik heb hem gemaild en hij kwam meteen met voorstellen voor de aanpak.’

Voor dit project is hij drie weken na elkaar, een hele of halve dag op school. ‘De eerste keer heeft hij uitgelegd wat streetart is, waar het vandaan komt, welke boodschap de artiesten willen uitdragen.  Hij introduceerde de leerlingen in de wereld van Banksy en Basquiat. Ze kennen nu het verschil tussen een tag en een piece en zijn nieuwsgierig naar het graffitistraatje van Gent. Er is een goede leraar aan Wietse verloren gegaan (lacht).’

‘Hij heeft toen ook zijn eigen werk getoond en verteld hoe hij inspiratie vindt in geschiedenis, dieren en reizen. Hij werkt niet met spuitbussen, maar schildert met penseel en verf. Patronen zijn zijn handelsmerk. Hij deed er jaren over om een eigen stijl te ontwikkelen. Het is goed dat leerlingen horen dat zoiets niet uit de lucht komt vallen.’

Wietse bracht drie schetsen van dieren mee. Hij toonde op het bord hoe hij die tekeningen opbouwt. Nadien bedachten de leerlingen zelf dieren en patronen om de tekening op te vullen. Hij leerde hen er diversiteit en een mooi lijnenspel in te brengen.

Van de eerste keer goed

De week erop had Wietse verf en borstels mee. In een wip zette hij een grote octopus en vis op de muur. Nadien waren de ontwerpen van de leerlingen aan de beurt. Van Wietse moesten ze die meteen met een verfborstel (en met weinig verf en lichte druk) op de muur schetsen. De grote schaal en de niet-alledaagse ondergrond maakte dat bijzonder. De contouren werden dan opgevuld met patronen. Wietse voegde een blauwe waterlijn toe die het geheel bindt. Verder beperkte hij het aantal kleuren: zwart, blauw en oker. ‘Zo wordt het een mooie combi van zijn stijl en de inbreng van onze leerlingen’, zegt Siets.

De laatste sessie staat in het teken van afwerken. De groep die dan niet aan de muurschildering werkt, maakt uitnodiging en affiches met een collagetechniek om de inhuldiging van de muur aan te kondigen.

Een andere kijk in je klas binnenhalen

Als praktijkleraar heeft Siets al veel ervaring. Wat voegde Wietse daar nog aan toe? ‘Hij heeft de vakkennis voor zulke grote werken. Bovendien is het leuk om een ander standpunt en een andere kijk in de klas binnen te halen. Ik leerde van hem dat het ontwerpproces niet te lang moet duren. Terwijl ik nog een ontwerpje zou maken en nog een, ging hij al snel over naar de muur. Direct met penseel en verf dan nog. Ik zou nog projecties overwegen en beginnen zeuren over niet perfecte lijnen. Wietse laat hen verder werken en weet dat het in het geheel wel goed komt. Hij gaf hen het zelfvertrouwen om dat te doen, moedigde hen aan en stelde mij gerust dat een fout lijntje in het geheel niet zou opvallen. En effectief, het kwam goed. Heel goed zelfs.’

Tips van Sietske

  • Voor sommige leerlingen is het moeilijk om een hele namiddag aan hetzelfde te werken. Voorzie  daarom enkele andere opdrachten zoals het maken van de uitnodiging, de affiche…
  • Splits de groep op: de ene helft ontwerpt een dier, terwijl de andere helft zich verdiept in de patronen. Dat bleek een ideale werkwijze omdat leerlingen zelf kozen in welke groep ze zaten.

Culturele vaardigheden en dragers

Wil je meer inzetten op cultuur in jouw klas? Ontdek de theorie Cultuur in de Spiegel.

CIS cirkel basis

Culturele vaardigheden

waarnemen

  • De leerlingen keken naar het werk van Banksy en Basquiat. Ook bestudeerden ze en observeerden ze (houdingen van) dieren. Zo deden ze inspiratie op voor hun eigen werk.

verbeelden

  • Een eigen dier binnen het concept bedenken? Maxim tekent bijvoorbeeld een rat die van de boot valt. Dat is niet echt een zeedier, maar geef je de rat een snorkel, dan past die wel weer in het thema.

conceptualiseren

  • De leerlingen moesten hun werken aan mekaar voorstellen en beschrijven waar ze hun inspiratie haalden en waarom ze beslissingen hadden genomen.
  • Bij street art hoort heel wat jargon: tags, graffiti writings, murals en pieces kennen nu geen geheimen meer!

analyseren

  • De leerlingen ontleden de stijlen van andere graffitikunstenaars: ze verklaren stijlkenmerken en leggen verbanden tussen verschillende werken.

Dragers

lichaam

  • Hoe hard en hoe zacht duw je op je verfborstel?

voorwerpen

  • Verf, borstels, de muur als drager voor de schildering, voorbeelden van andere dieren, van andere murals.

taal

  • Vertellen welke keuzes je maakt in je ontwerpen.

Grafische tekens

  • Patronen ontwerpen en de herhaling ervan.