Ik voel, ik denk, ik zeg of schrijf

Wat kun je met je leerlingen van het derde en vierde leerjaar zoal doen rond het thema ‘communicatie’? Het hebben over de geschiedenis van de post? In de Gemeentelijke Basisschool van Jezus-Eik ontdekten ze dit schooljaar dat het zoveel meer, zoveel frisser, zoveel inspirerender, zoveel uitdagender kan zijn. ‘Zulke grote projecten zijn ontzettend waardevol. Ze maken de wereld van je leerlingen groter.’

Wanneer we de klas binnenkomen, zoemt ze van anticipatie en enthousiasme. Marianne Staels, die we leerden kennen via het Cultuurcentrum Den Blank is net met haar workshop intuïtief schilderen begonnen. De kinderen krijgen allemaal een groot wit blad. Met ecoline en de nat-in-nattechniek zullen ze het komende uur met elkaar communiceren zonder woorden. Moeilijk! Sommige leerlingen kunnen het niet helpen: af en toe glipt er toch een giechel of een zinnetje uit hun mond. Maar hun best doen ze wel. En de ogen glinsteren.

Marianne houdt een kaartje omhoog. ‘Blij’, staat erop. Het is de bedoeling dat de kinderen in kleur en vorm op papier zetten hoe ‘blij’ er voor hen uit kan zien. Er verschijnen heel wat lachende gezichtjes op de bladen. Maar hier en daar komt er al iemand los van de neiging om te tekenen. Een geel vierkant is blij. Twee donkere strepen betekenen boos.

Sommige werkjes worden erg mooi. ‘Maar ook dat hoeft niet. Het wordt ons zo van kleins af ingestampt dat wat we maken mooi moet zijn …’ vertelt ze. ‘In deze workshop moet niks. Ze mogen het zelf ondervinden.’

De volgende stap is om op dezelfde manier iets aan een medeleerling duidelijk te maken. Wenkbrauwen fronsen. Hier klinkt een zucht. Daar klinkt een giechel. Nog moeilijker! Maar ze gaan aan de slag. ‘Ze moeten wachten tot de ander klaar is en ze aanvoelen dat het hun beurt is’, zegt Marianne. Een laatste stap is een ‘gesprek’ met zijn zessen. ‘Het was superleuk!’ zegt een jongetje achteraf. ‘Wel heel moeilijk. Vaak begreep mijn vriend niet wat ik wou zeggen of hij dacht dat ik iets heel anders bedoelde. Maar ik wil het zeker nog een keer doen.’

Anders kan en mag

‘Het is het derde dynamoPROJECT in onze school’, zegt SES-juf Kristina Vlaeyen. We zijn er drie jaar geleden vrij toevallig mee begonnen, maar nu hebben we de smaak te pakken. Ik vind het een ongelooflijke meerwaarde dat de kinderen dankzij de projecten de wereld buiten de school ook beter leren kennen.’

Zo is de klasgroep naar het Oldmasters Museum (Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in België) geweest. Sommige leerlingen dachten vooraf dat het een duffe plek zou zijn. Andere hadden vooraf geen idee wat hen te wachten stond. ‘Ik wist zelfs niet dat er zulke plekken bestonden!’ zei een meisje achteraf. Ze waren aangenaam verrast en keken vol ontzag naar het werk van bijvoorbeeld Rubens. ‘Het lijkt wel een foto!’ klonk het. ‘Ongelooflijk dat die man dat zoveel jaar geleden kon met alleen maar verf en een penseel!’

Juf Kristina: ‘Onze gids was een erg bevlogen student kunstwetenschappen die de kinderen enorm enthousiast heeft gemaakt. Ook de manier waarop je zoiets aanbrengt, speelt natuurlijk een rol. 

Onze leerlingen staan nu veel meer open voor cultuur en in het algemeen voor dingen die ze voordien niet kenden of niet van thuis mee krijgen.’

Klasjuf Katelijne Debecker pikt in: ‘Dat is inderdaad dé meerwaarde van zulke projecten. Sommige kinderen – nu zelfs meer dan vroeger, vind ik – denken heel eng. Iets moet voldoen aan het beeld dat ze ervan hebben, en anders is het fout. Ze oordelen en veroordelen snel. Door dit soort activiteiten, die anders zijn dan anders, en door daarover met ons en met elkaar te praten, zien ze dat de dingen soms ook anders kunnen en mogen.

Juf Katelijne geeft een voorbeeld. ‘We hebben vorige week een dansworkshop gedaan met Mooss vzw. Vooraf zagen de meeste jongens dat helemaal niet zitten. Dans!? Ballet, dus?! Dat vonden ze iets voor meisjes en daarom per definitie stom.’ Nu bleek de workshop van ver noch dichtbij iets met ballet te maken te hebben. ‘Achteraf zijn er veel komen zeggen dat ze het juist heel tof vonden om te doen. En dus hebben ze meer geleerd dan puur de bewegingen in de workshop’, vindt Katelijne. ‘We hebben het er nadien ook over gehad waarom jongens bijvoorbeeld geen ballet zouden kunnen doen. Ik legde uit dat er in elke balletopvoering ook mannelijke dansers meedoen, die niet alleen goed moeten zijn, maar ook behoorlijk sterk moeten zijn om de ballerina’s in de lucht te tillen. In een andere klas hebben we een jongen die ballet doet. Dankzij deze activiteit hadden ze daar opeens ook heel wat minder commentaar op.’

Zelf aan de slag

Beide juffen zijn het erover eens dat het huidige project bijzonder goed meevalt. ‘Bij elke workshop die we tot nu hebben gedaan, denken we: Wauw! Ze zijn allemaal goed en to the point, ze belichten telkens een heel ander aspect van communicatie en de leerlingen zijn allemaal even enthousiast’, zegt juf Kristina. ‘En we hebben ook al zoveel gedaan dit jaar. Van september tot eind januari stond er bijna elke dinsdag iets op het programma binnen het thema communicatie: .’

  • Een workshop door professor Céline Gillebert, gespecialiseerd in neuropsychologie, over de werking van de hersenen, de leerlingen knutselden allemaal een hersenpan in elkaar.
  • Een workshop fotografie met Leen Wouters met aandacht voor kadrage, lichtinval, onderwerpen … Geen gemakkelijke materie die op een kindvriendelijke manier en vooral door veel te doen op hun niveau aan de leerlingen werd uitgelegd.
  • Bij de workshop over vormgeving brachten Ann Leblicq en haar assistent op het digibord aan hoe je aan de lay-out van een krant werkt. De leerlingen mochten met stukjes tekst en foto's de lay-out van een blad uit de krant verzorgen op hun eigen manier. Zo werd de theorie omgezet in de praktijk. Vooral hetgeen je wilt zeggen is belangrijk, maar ook de manier waarop je het brengt helpt om de communicatie goed te laten verlopen.
  • Bij de workshop cartoons hielp Studio Tibo ons op weg om leuke cartoons te maken. Je hoefde niet echt goed te zijn in tekenen. Vooral de boodschap die je wilt zeggen was heel belangrijk. Soms grappig, soms ernstig, maar vooral heel boeiend gebracht. De dagen en weken na de workshop werd heel veel in boekjes met cartoons gekeken.
  • In het Centrum Ganspoel gingen we vooral kijken naar de manier waarop leerlingen met een beperking communiceren met elkaar.
  • In het Kindermuseum in Brussel bezochten we 'De verwondering'. Dit is een tentoonstelling waarbij alle zintuigen van de kinderen werden geprikkeld: voelen, ruiken, kijken, luisteren en proeven maar vooral: spelenderwijs leren! Echt de moeite waard. Iedereen was heel ver-won-derd.
  • Schilderijen die praten? Neen! Wel veel verhalen die gepaard gaan met schilderijen, dat leerden we in het Museum voor brieven en manuscripten van Brussel. Soms is een museum niet zo leuk om naartoe te gaan, maar met een gedreven gids is het helemaal anders en bevind je je soms midden in een schilderij. Leuk om er gratis te geraken met het openbaar vervoer met dynamoOPWEG.

‘En als er geen externe partner kwam, gingen we zelf aan de slag’, legt Kristina uit. ‘Zo werkte ik met het boek Het rijk van heen en weer van Wim Hofman. Naar aanleiding daarvan hebben de kinderen elk een stad gebouwd van pizzadozen. Ze mochten zelf kiezen hoe die eruitzag en hoe ze heette. Ze moesten nadenken hoe ze de steden met elkaar konden verbinden tot één enkel land. En ze hebben elk een eigen dialect bedacht, waarin ze hun stad aan elkaar mochten voorstellen. De anderen moesten dan uitvissen op welke manier ze het Nederlands hadden aangepast om tot hun dialect te komen.’

Katelijne: ‘We hebben het thema echt volledig doorgetrokken. Alle lessen waren er wel op de een of andere manier bij betrokken. Alle workshops samen vormden de gepaste opbouw om tot een projectkrant rond communicatie te komen. En na een workshop met een externe partner bekeek ik hoe ik zelf met die nieuwe vaardigheden in de klas aan de slag kon.’

Tips van de leerkrachten

  • Trek het open. Denk verder dan de platgetreden, typisch schoolse paden.
  • Doe het samen. Andere leerkrachten hebben andere ideeën en invalshoeken.
  • Pik dingen mee. Vorig jaar was er toevallig een tentoonstelling over het oude Egypte in Brussel. Zoiets vindt misschien eens om de tien jaar plaats: doe daar iets mee. We behandelden communicatie toen als kleiner thema en hebben dan hiërogliefen als communicatiemiddel belicht. Zelfs als zo’n tentoonstelling niet 100% binnen je jaarplan past, kun je er altijd wel aansluiting bij vinden.
  • Je moet niet alles kunnen. Het is niet omdat je zelf niet schitterend kunt tekenen, dat je geen fantastische tekenles kunt geven. Het gaat erom de kinderen dingen aan te reiken waar zij iets mee kunnen.
  • Leer van de externe partners. En pas wat je leert toe in je eigen lessen en activiteiten.
  • Leer van je leerlingen. Zij hebben vaak weer andere ideeën en invalshoeken waar jij nog niet bij had stilgestaan. Vraag dus geregeld hoe zij de dingen zien.