Klinkende Klanken

Tijdens een vier jaar durend project leerden de leerlingen met een mentale beperking van BuSo Berkenbeek door middel van improvisatie hun eigen muziek maken. Musica ondersteunde het project en muzikanten Wim Henderickx en Jo Zanders zorgden voor de begeleiding van de workshops.

Leerlinge zingt in de microfoon
Klinkende klanken 5
Klinkende klanken 6
Klinkende klanken 9

Alles begon met een droom

Het project Klinkende Klanken begon met een oude bekende van leerkracht Katrijn Janssens. ‘Alles begon met een droom van mij en Wim Henderickx, een hedendaags componist van wie ik nog les heb gehad in het Lemmensinstituut. Na een concert van hem zag ik een verband tussen zijn soort hedendaagse muziek en wat onze leerlingen spelen als ze een instrument in handen krijgen. Ik heb toen contact gelegd met Wim, die onmiddellijk enthousiast was, en na een paar gesprekken kwam hij op bezoek in de school om de leerlingen te observeren. Het plan ontstond om alle leerlingen te betrekken, van alle niveaus.’

Al ervaring met cultuurparticipatie

Klinkende Klanken was een groots opgevat, vier jaar durend project, maar het was voor BuSo Berkenbeek dan ook geen debuut. ‘We zijn al lang op veel verschillende manieren bezig met cultuurparticipatie’, vertelt Katrijn. ‘Voordien deden we al eens een breed kunstproject met de hele school, waarbij schilderijen, foto's en ander beeldend materiaal werd gemaakt. Daarnaast gaven we ook elke paar jaar een optreden in het cultureel centrum in de buurt. En daarnaast maakte de directie ook bewust de keuze om Muzische Vorming als vak aan te bieden, zodat elke leerling daarmee in contact komt.’

Twee professionals was een meerwaarde

Wim werd peter van het project en via hem vroeg de school ondersteuning van Musica, het impulscentrum voor muziek. Zij kwamen workshops aan de leerlingen geven. Professionals van dienst waren Jo Zanders, percussionist van Lokomotiv, en Wim zelf. ‘Dat ze dat met twee deden gaf ook een meerwaarde. De ene kon het geheel mee op dreef brengen, terwijl de andere muzikaal meer kon ondersteunen. Op die manier kon je de leerlingen veel verder krijgen, omdat ze mee dreven op de muziek van Jo of Wim.’

De muziek kwam van de leerlingen zelf

Doorheen de jaren dat het project liep, werd de aanpak ook bijgestuurd. ‘Vorige jaren hebben we altijd alle niveaugroepen door elkaar gemengd, maar dit jaar kozen we er voor om de leerlingen in hun eigen groep te laten, zodat het de muziek van hun groep was die ze maakten’, vertelt Katrijn. Alle muziek had zijn oorsprong bij de leerlingen zelf. Samen improviseerden ze op basis van een vaag idee van één van hen tot ze een eigen lied hadden. Dat zorgde voor enthousiasme, omdat ze voelden dat wat er gebeurde, van hen was.

Zelf ook instrumenten maken

Ook de praktijkleerkrachten werden ingeschakeld en met hen maakten de leerlingen zelf instrumenten. ‘Zelfs een bosxylofoon konden we fabriceren, aangezien we een school in het groen zijn’, vertelt Katrijn. ‘Dat heeft geleid tot een speelmoment op de opendeurdag van de school. We begonnen met een startmoment op het grote podium van de sporthal en van daar trokken we naar verschillende locaties in en rond de school, zoals het bos met de xylofoon, waar dan nummertjes werden gebracht. Het geheel werd afgesloten op de gaanderij van de school.’

Tips van Katrijn:

  • Brainstorm over een idee samen met de externe partner.
  • Laat hem kennis maken met leerlingen en hoe hij daar mee om moet gaan.
  • Zoek verschillende externe partners om workshops te begeleiden.
  • Laat de leerlingen via improvisatie eigen nummers maken.
  • Zorg tussentijds voor een toonmoment.