Moderne dans in het vijfde leerjaar: 'Laat de bewegingen uit de leerlingen komen'

‘Miroir’ een moderne dansvoorstelling noemen? Het zou kunnen, maar die bewoording dekt niet de hele lading. Voor de leerlingen van het vijfde leerjaar van De Levensboom uit Marke is het de aanleiding om landgrenzen over te steken, om zichzelf te ontdekken, hun blikveld open te breken ... en om te dansen.

De hoofdrolspelers van ‘Miroir’ zijn de leerlingen van meester Reinald uit Marke en juf Magalie uit Roubaix. 25 kilometer en een Frans-Belgische grens scheiden hen van elkaar. Zo dicht en toch zo anders. De verbindende factor? Dat is dansspecialist Pol Coussement van vzw Passerelle.

Twee verschillende voorstellingen

Pol werkte tijdens afzonderlijke workshops in elke school aan een eigen voorstelling. De spiegel was daarbij telkens het uitgangspunt. Wie ben ik? Wat zijn mijn talenten en valkuilen? Dat waren de centrale vragen. ‘Pol verkoopt geen kant-en-klaar-product. Hij laat de bewegingen uit de leerlingen zelf komen. Hij houdt rekening met de schoolcultuur en de inbreng van de kinderen. Dat alles vertaalt hij naar het podium. Hoe sta je, hoe dans je, hoe vul je de ruimte op een podium? Die knowhow hebben wij als school niet’, vertelt Reinald Baeyens. Via workshops gingen de kinderen op culturele ontdekkingstocht en kregen ze een inkijk in hedendaagse dans. ‘In zes voormiddagen lukt het hem om tot een echte voorstelling te komen. Die beperkte tijdsspanne zorgt ervoor dat de schwung nooit verloren gaat.’

Over de grens kijken

De workshops en het vele oefenen resulteerden aan beide zijden van de grens in een prachtige voorstelling. De Belgische kinderen palmden het podium van de Budascoop in Kortrijk in. Maar de twee klassen gingen ook bij elkaar op bezoek. ‘We zijn begonnen met ons voor te stellen aan elkaar. Beelden daarvan werden in de voorstellingen geprojecteerd. We gingen naar de partnerschool in Roubaix en zij bezochten ons voor een dag. Via Facebook konden onze Franse vrienden zien hoe het project ook hier vorderde. In de derde en laatste uitwisseling hebben we een gezamenlijke workshop gehad met dansstukjes die de twee groepen kenden. Dat was krachtig!’

Sommige kinderen maken echt heel veel vooruitgang. Ze leren dingen waarvan ze zelf niet wisten dat ze het konden.

Positieve confrontatie met andere context

‘Wij hebben een publiek dat open staat voor dans en andere expressievormen’, zegt directeur Klaas Vandommele. ‘25 kilometer verder leven de Franse kinderen anders. Ze lossen conflicten anders op en hebben weinig ervaring met projecten als deze. Voor hen is het bijvoorbeeld niet vanzelfsprekend dat een jongen met een meisje uit zijn klas danst. Dat besef zorgt ervoor dat het proces en het product, de dansperformance, inhoudelijk sterker wordt. Door in een creatief project te stappen werk je onbewust aan het welbevinden van de kinderen. Je verandert de groepsdynamiek omdat de kinderen op nieuwe manieren samenwerken en elkaar leren kennen.’

Doelen, doelen, doelen

‘De uitwisseling is belangrijk, maar ook de mogelijkheid voor elk kind om te ontdekken dat het muzisch kan zijn. Het is mooi om te zien wat ze uiteindelijk bereiken en hoe ze hun oorspronkelijke schroom overwinnen. Sommige kinderen maken echt heel veel vooruitgang. Ze leren dingen waarvan ze zelf niet wisten dat ze het konden. Van onbewust bekwaam zijn, worden ze bewust bekwaam.’

Dromen van samen optreden 

Reinald droomt al luidop van een vervolg: ‘Volgend jaar gaan we nog een stap verder als het van mij afhangt. Pol integreert nu wel stukken van Roubaix in onze voorstelling en andersom, maar we staan niet samen op het podium. Ik zou het nog sterker vinden als we echt samen konden brainstormen en optreden. Hier en in Roubaix. De leerlingen kunnen dan bij elkaar overnachten, wat voor nog meer uitwisseling zorgt.’

Tips van meester Reinald en juf Magalie 

  • Gewoon doen, en niet te veel denken ‘Dans? Ga ik dat wel kunnen?’.
  • Kijk verder dan puur het muzische, de performance, het toonmoment. Wat kan er nog meer als doel achter zitten?
  • Creëer een breed draagvlak zodat je iedereen mee hebt op je kar. Wees zelf zo enthousiast dat iedereen er al in gelooft nog voor het begonnen is. Zorg ook dat het project ‘gesupporterd’ wordt vanuit de hele schoolgroep. Als je op het moment van een uitwisseling de sportzaal nodig hebt, is het fijn dat collega’s begrijpen waarom.
  • Betrek ouders. Zonder hun puur praktische hulp lukt het niet. Maar ze moeten ook weten hoe het proces werkt: als de choreograaf beslist dat een leerling een bepaalde tekst niet brengt omdat hij te weinig motivatie toonde, dan moeten ze daar ook achter staan.
  • Hoe ziet de ander een samenwerking rond dans slagen? Waar wil iedereen naartoe? Wat is de bedoeling? Dat aftasten tijdens de eerste kennismaking verhoogt de kansen op slagen.
Auteur Veerle Vanbuel
Organisaties Passerelle
Schooljaar 2015-2016
Projectverantwoordelijke Klaas Vandommele en Reinald Baeyens