Plezante vesten

De plezante veste of beter bekend als Blaisantvest, is de schoolbuurt van de Vrije basisschool Blaisantnest. Uit deze naam putte ze inspiratie voor een schoolproject waarbij kleuters niet alleen de geschiedenis van hun buurt leren kennen, maar ook hoe textiel bewerkt, verwerkt en gebruikt kan worden.

p1030306.jpg
p1030731.jpg
p1030870-1.jpg

‘Met dit project wilden we de aandacht van de kleuters, leerkrachten, ouders én buurtbewoners op het rijke textielverleden van de buurt richten’, vertelt Katrien van de Putte, juf van de tweede en derde kleuterklas. ‘Die historische link was mooi meegenomen en bezorgde ons meteen een heleboel leuke ideeën, die we gaandeweg aan elkaar breiden’

Textiel in al zijn vormen en kleuren beleven

We wilden ons thema als een rode draad door het schooljaar laten lopen. Daarom stelden we een planning op voor het hele schooljaar’, vertelt juf Katrien.

Per semester werkten we rond een centraal thema. Zo draaide het eerste semester rond ‘beleven’. Een groot succes daarbij was de lapjesweek: onze kleuters kregen de opdracht zelf lapjes stof te verzamelen waar ze dan in de klas mee aan de slag gingen. Door jute uitrafelen, stofjes te plooien, te zwaaien met grote doeken, repen stof te knippen, op te rollen en vast te lijmen, stoffen te kleuren met nat crêpepapier … leerden de kleuters wat je allemaal kunt doen met verschillende soorten stoffen.

Externe experten

‘Modeontwerper Thomas Delanote bezocht om de zoveel tijd de school en ons en de kleuters met nieuwe manieren om met stof te werken’, gaat Katrien verder. ‘Hij bracht ons onder andere in contact met technieken zoals batikken en weven. Zo’n externe specialist bij je project betrekken is een groot voordeel en zorgt voor allerlei ideeën die je zonder hulp niet zou kunnen realiseren.’

Daarnaast gingen de kleuters ook op uitstappen gelinkt aan het thema. ‘We zijn bijvoorbeeld naar het Industriemuseum gegaan, waar de kleuters aan een echt oud weefgetouw mochten zitten. Ze waren bijzonder onder de indruk van die grote machines.

Op een andere dag zijn we naar een stoffenwinkel in de Sleepstraat getrokken. Daar konden de kleuters al die rollen stof in alle kleuren van de regenboog zien, ruiken en voelen. We hebben er allerlei stoffen gekocht, zodat ze de winkeldame ook hebben zien meten en knippen, iets wat we later in de klas hebben nagespeeld.’

Kopjes koffie en pomponnetjes

Het tweede semester richtte zich vooral op het ‘ontwerpen’. De kleuters ontwierpen elk een eigen ‘plezante vest’ die ze maakten met behulp van hun ouders.

‘Met de ouders hebben we samen pomponnetjes gemaakt. ’s Morgens vroeg zorgden wijzelf dat we al aan de slag waren tegen dat de ouders hun kinderen naar de klas brachten. Bij aankomst nodigden we hen uit om mee te doen. Ondertussen konden ze met de kinderen babbelen en een kopje koffie drinken. Het sloeg erg aan. Veel ouders -ook vaders!- vonden het leuk om de kinderen bezig te zien en haalden volop herinneringen op aan hun eigen kindertijd.’

Alles ineen 

‘Het grootste belang van dit project is de kennismaking van de kleuters met textiel in al zijn vormen en kleuren. Bovendien kwamen ze in contact met het textielverleden van de buurt waar ze wonen én hebben we de ouders enthousiast gekregen voor het project.' Als afsluiter van het schooljaar organiseerde de school een modeshow waarop de kleuters hun zelf ontworpen gekke vesten konden tonen. 

Tips van juf Katrien

  • Werk samen met een modeontwerper of andere expert die regelmatig op bezoek komt en nuttige tips kan geven.
  • Bezoek met je leerlingen een stoffenwinkel en laat ze dit in de klas naspelen.
  • Organiseer een experimenteerlabo waar je kleuters volop kunnen experimenteren.
  • Plan je uitstappen in de lijn van je project.
  • Betrek de ouders op verschillende manieren. Laat hen meehelpen door dingen te maken en geef je leerlingen ook kleine doe-opdrachten voor thuis.
Organisaties Industriemuseum
Schooljaar 2008-2009
Projectverantwoordelijke Katrien Van de Putte, juf van de tweede en derde kleuterklas