U bent hier:

Vakrebellen

Waarschuwingsbericht

cultuurkuur.be maakt gebruik van cookies. Meer weten.

In dit voorbeeld werkten de leerlingen uit het technisch onderwijs bijgestaan door een beeldend kunstenaar. Samen met hun docenten en de beeldend kunstenaar zetten ze hun materiaalkennis en ervaring eens helemaal anders in, ze experimenteerden, verkenden grenzen en maakten kunst samen met internationaal kunstenaar Nick Ervinck. Ze ontdekten samen de mogelijkheden van architectuur, sculptuur, design, nieuwe media en 3D-printen.

AANTAL LESTIJDEN OF LESUREN/WEEK: 50

 

GESCHIKT VOOR KUNSTKUUR
 
Dit project liep in schooljaar 2017-2018 als dynamoPROJECT. We vinden het ook een  prima vertrekpunt voor een langdurig samenwerkingsinitiatief tussen een klasleerkracht en een beeldend leerkracht DKO uit de nabijgelegen academie.

Lees meer over Kunstkuur.

 

BESCHRIJVING

Tijdens dit project werkten de leerlingen uit 4 BSO hout, basismechanica en elektrische installaties samen met hun leerkrachten en internationaal befaamd kunstenaar Nick Ervinck. Samen verkenden ze de mogelijkheden van architectuur, sculptuur, design, nieuwe media en 3D-printen.

De school werkte samen met een beeldend kunstenaar. Voor dit project werden er vier werkdagen met workshops georganiseerd. Daarna werd er tijdens contactmomenten verder gewerkt onder begeleiding van de vakleerkrachten. Je kan hier lezen hoe de verschillende fasen werden uitgediept.

1) Bezoek atelier 

  • Een eerste stap in het project was een bezoek aan het atelier van de kunstenaar. Het is belangrijk dat leerlingen van 14-15 jaar de context meekrijgen. 
  • De kunstenaar gaf duiding over de start van zijn loopbaan en de realisatie van kunstwerken. Deze stap kan vervangen worden door een bezoek aan de academie of het atelier van de kunstleerkracht. Door met elkaar in dialoog te gaan, begrijpen de leerlingen het leven van de kunstenaar en vice versa. 
  • Leerlingen oefenden om out-of-the-box te denken. Ze bestudeerden bestaande voorwerpen en afbeeldingen en creëerden ze tot iets nieuws (zoals een beeld).
  • Door het atelier te zien, de materialen te bestuderen … zagen de leerlingen hoe achter elk kunstwerk een verhaal schuilt. Ze keken daardoor met andere ogen naar kunst.

2) Uitwerking ideeën

  • In een tweede fase gingen de leerlingen aan de slag met hun eigen idee. Ze werkten het uit met materialen zoals legoblokjes, piepschuim, stokjes, isolatieschuim, karton, latten … en maakten in kleine groepjes ruimtelijk werk.
  • Samen met de kunstenaar zochten de leerlingen naar interessante constructies, maar tegelijkertijd ook naar een ontwerp dat vanuit zichzelf kwam. Zo werkten leerlingen van de houtafdeling meer met volumes, terwijl leerlingen van de metaalafdeling en electromechanica meer werkten met ribstructuren. Dit met het oog op het uitvoeren van de ontwerpen in de respectievelijke materialen.
  • Ze stelden hun ontwerp voor aan de kunstenaar en aan elkaar. Er werd nagedacht of alles uitvoerbaar was in hout/respectievelijk metaal. Was het haalbaar en ook boeiend genoeg? Op welke manier, met welke machines én op welke schaal zou dit best gebeuren? Dit was geen evidente, maar wel een interessante oefening. Door na te denken over de technische uitvoering op een andere schaal, keken de leerlingen op een heel andere manier naar sterkteleer.
  • In elke groep werden een drietal beelden gekozen die op een grotere schaal werden uitgewerkt in hout of metaal.

3) Aantal lestijden met de kunstenaar

  • Samen met de kunstenaar bespraken de leerlingen en de vakleerkracht een aantal kunstvoorbeelden: de textiele installaties van Ernesto Neto, het werk van Arne Quinze in Oostende en alle commotie daarrond, de installaties met o.a. stofmaskers van Honoré d’O, het urinoir van Marcel Duchamp als mijlpaal in de kunstgeschiedenis,  … 
  • De leerlingen gingen hierover in dialoog. De vraag 'Vind jij dit goeie kunst, en waarom (niet)?' lokte reacties uit. Op die manier leerden ze hun mening argumenteren.
  • Vervolgens gaf de kunstenaar zijn visie over kunst. Kunst kan heel stoer zijn, maar ook technisch, innovatief, humoristisch en poëtisch. Spanning in contrasten (vb. recht/vloeiend) zorgt ervoor of het een goede of slechte vorm van kunst is.

4) Vormoefeningen

  • Na de kunstinitiatieles was het tijd voor een volgende stap. Samen met de vakleerkracht en de kunstenaar werden de gemaakte maquettes uitvergroot in hout en metaal en werden er vormoefeningen met metalen voorwerpen gedaan. Dit deden ze in de eigen werkplaats op school.
  • Elke leerling voegde één element toe om tot een interessante sculptuur te komen. 
  • Dan was het tijd voor reflectie, evaluatie en verbetering. Vragen als ‘Wat gebeurt er als we het werk op z’n kop zetten?’ werden overdacht en besproken.

5) Compositie

  • In de laatste fase zijn de leerlingen volop bezig geweest met de composities: kijken hoe de verschillende onderdelen op een niet-logische manier samengebracht kunnen worden. 
  • Een aantal opdrachten werden gegeven:
    • Bouw een vorm met spanning op, een niet voor de hand liggende vorm. Klaar?
    • Pas de vorm aan zodat er maximum twee horizontale lijnen inzitten. Zo werd geprobeerd om het maximum te halen uit een aantal restricties. Bijkomend aandachtspunt: zorg ervoor dat je beeld vanuit alle posities interessant is, niet slechts aan één kant.

6) Definitief kunstwerk

  • Voor het eindresultaat werden de metalen volumes, die al eerder werden gemaakt, samengebracht tot een spannende compositie. Daar werden houten tussenstukken voor gemaakt door de afdeling houtbewerking. Het werd geen kunstwerk dat op 1-2-3 tot stand kwam, maar waarbij de intensieve zoektocht het werk zo waardevol maakte.

 DOELSTELLINGEN

  • Het anders inzetten van materiaalkennis en de ervaring van de leerlingen in de studierichting door samen te werken met een internationaal befaamd kunstenaar. 
  • De leerlingen laten experimenteren, grenzen verleggen en kunst maken met nieuwe materialen tijdens de vaklessen. 
  • Leerlingen hands on laten werken rond kunst en stimuleren tot out-of-the-box en creatief nadenken.

 CULTURELE VAARDIGHEDEN EN DRAGERS

Wil je meer inzetten op cultuur in jouw klas? Ontdek de theorie Cultuur in de Spiegel.

 

CULTURELE VAARDIGHEDEN  
  • Het project ging van start in het atelier van de kunstenaar waar de leerlingen kunstwerken observeerden en luisterden naar het verhaal van zijn persoonlijke loopbaan. 
  • Ook doorheen het project nam het waarnemen van (al dan niet zelfgemaakte) kunstwerken en materialen een belangrijke rol in.
WAARNEMEN  
  • De kunstenaar gaf de leerlingen oefeningen om out-of-the box te denken waarbij ze bvb nieuwe beelden creëerden op basis van bestaande afbeeldingen. 
  • Ze gingen aan de slag met verschillende materialen en verkenden samen de mogelijkheden van architectuur, sculptuur, design, nieuwe media en 3D-printen. Dit resulteerde in zelfgemaakte kunstwerken.
VERBEELDEN  
  • Telkens een ontwerp klaar was, lichtten de leerlingen hun object toe aan de anderen. Doorheen het hele proces werd er ruimte gemaakt om met elkaar in gesprek te gaan en eigen ervaringen te benoemen.
CONCEPTUALISEREN  
  •  Tijdens de spoedcurcus kunstinitiatie onderzochten de leerlingen samen met de kunstenaar wat goede kunst inhoudt en legden ze verbanden tussen verschillende bekende kunstwerken. Daarbij werd gevraagd om telkens hun persoonlijke mening te argumenteren.
ANALYSEREN  
DRAGERS  
  • De leerlingen gebruikten hun lichaam bij het maken van ontwerpen.
LICHAAM  
  • Verschillende materialen, kunstwerken, beelden ... kwamen aan bod. 
VOORWERPEN  
  • Taal is een belangrijke drager: bij het reflecteren en analyseren over de eigen ontwerpen en tijdens de les kunstinitiatie.
TAAL  
  • Het creëren van een maquette. 
GRAFISCHE TEKENS  

PROCES

Dit inspiratievoorbeeld is geïnspireerd op een bestaand praktijkvoorbeeld. Het geeft inspiratie rond de opbouw en inhoud van een samenwerkingsinitiatief om er mee aan de slag te gaan tijdens de lessen. Daarnaast geeft het een mogelijke invulling aan de samenwerking tussen een reguliere school en een academie. In dit project werd er echter niet met een leerkracht uit het DKO samengewerkt. De expertise van een leerkracht DKO kan de vakleerkracht en de leerlingen versterken. Door langere tijd samen te werken en een teamteachingstraject op te zetten, kan er dieper en langer gewerkt worden aan het thema. 

 

RESULTAAT

  • De lessen hebben de leerlingen breder gevormd in kunst. De kunstenaar vertrok vanuit de leefwereld van de leerlingen. 
  • Het bleek voor de leerlingen niet evident om te werken rond ‘kunst’. Op school krijgen ze weinig artistieke vorming en vaak hebben deze leerlingen er ook beperkt voeling mee. Ook voor de leerkrachten was dit geen vertrouwde materie. Om hieraan tegemoet te komen, besloot de kunstenaar een een spoedcursus kunstinitiatie te geven.
  • Creatief nadenken is niet evident voor de leerlingen. De kunstenaar stimuleerde hen om na te denken over beeldende kunst en liet hun verbeelding de vrije loop gaan. 
  • Dit resulteerde bij de leerlingen in een verhoogd creatief en out-of-the-box denken. Ongetwijfeld zal dit een positieve invloed hebben op hun verdere loopbaan.

 

Succesfactoren
  • De spoedcursus kunstinitiatie zorgde ervoor dat de expertise van de kunstenaar werd overgedragen naar de leerlingen en de leerkrachten. Dit was een absolute meerwaarde. 
  • Luister naar je leerlingen, las extra lessen in als je merkt dat ze niet mee zijn in het verhaal. 
  • Geef de leerlingen voldoende context.
  • Bezoek eens een atelier van een kunstenaar, dit opent de ogen van de leerlingen.
  • Een goede voorbereiding tussen de vakleerkracht en de kunstenaar/kunstleerkracht is nodig. Denk samen een goede manier van werken uit. 
  • Niet het resultaat maar het proces staat centraal
  • De leerlingen kunnen het vak waarvoor ze gekozen hebben helemaal uitwerken in het kunstproject. De kunst sluit dus aan bij hun leefwereld en interesse. Dat is een grote meerwaarde.