Van woordenboel naar woordenboek

De net gealfabetiseerde anderstalige leerlingen van een OKAN-klas in het Antwerpse Stedelijk Lyceum Quellin - Offerande maakten in het Museum Plantin-Moretus een eigen beeldwoordenboek. Ze leerden woorden begrijpen, schrijven en gebruiken. Ze tekenden, drukten, marmerden en etsten. Tot slot naaiden ze hun boekje in elkaar, klaar voor gebruik. ‘Het was een fijn project. Ik wil er heel graag nog een doen.’

""
""
""
""
""
""
""
""
""
""
""
""
""
""
""
""
""
""
""
""

‘Drukken is moeilijk. Om letters te drukken, moet je ze in spiegelbeeld zetten’, zegt Sadaf (12). Ze kwam een jaar geleden van Afghanistan naar België. ‘Het leukst vond ik marmeren met gekleurde inkt. Ons marmerpapier hebben we gebruikt voor de binnenkant van de kaft van ons boek.’ Ze heeft veel geleerd uit Woordenboel, vindt ze. Ze heeft nu thuis ook een boekje waarin ze allerlei schrijft en tekent wat ze mooi vindt. Voorlopig staan de woordenboelboekjes nog uitgestald in de tentoonstelling die ze in het museum mochten maken, maar straks krijgen de leerlingen ze terug en kunnen ze er écht mee aan de slag. Daar kijken ze naar uit. ‘Er is nog plaats’, vertelt Feraidoun (17). ‘Ik ga het zeker nog aanvullen.’

De OKAN-klas legde een heel traject af, samen met hun leerkrachten en Kim Jansen, de begeleidster vanuit Museum Plantin-Moretus. ‘Ik ben eerst gaan kennismaken op school. Uit andere projecten weten we hoe belangrijk het is dat de eerste stap van een traject in de vertrouwde omgeving van het publiek wordt gezet.’ Dan volgde een rondleiding in het museum, en vervolgens gingen de workshops van start.

‘We vinden het cruciaal dat een museumbezoek zit ingebed in het curriculum van de klas’

Odette Peterink – publiekswerking Museum Plantin-Moretus

Herkenning

Het Museum Plantin-Moretus zet al even in op anderstalige studenten. ‘Daarvoor hoeven we niets zelf te verzinnen: het zit in het DNA van het museum’, vertelt publieksmedewerkster Odette Peterink. ‘Plantin was 500 jaar geleden een anderstalige nieuwkomer. Hij hoopte in Antwerpen zijn droom waar te maken en een kwaliteitsvolle drukkerij uit de grond te stampen.’ Het eerste obstakel waarmee hij te maken kreeg, was de Nederlandse taal. ‘Dus vroeg hij zijn vriend Kiliaan om een verklarend woordenboek te maken.’ Met anderstalige leerlingen in het museum een eigen woordenboekje maken: het concept vloeide vanzelf uit Plantins verhaal voort.

Ingebed in curriculum

‘We vinden het cruciaal dat een museumbezoek zit ingebed in het curriculum van de klas. En dat was bij dit traject het geval’, legt Odette uit. Zo leerden de leerlingen in de les Nederlands over groenten en fruit. Tijdens de workshops gingen ze daarop voort: ze tekenden een paprika of een druif en schreven er het woord bij. ‘De leerkrachten bereidden de workshops grondig voor’, zegt Kim. ‘Voor leerlingen die nauwelijks Nederlands kennen, is een museumbezoek bijvoorbeeld erg moeilijk. Ik moest alles met armen en voeten uitleggen, maar omdat de leerlingen het in de klas al over concepten als oud en nieuw of kunst hadden gehad, lukte het.’

Ook de crealessen van lerares Veronique Maes stonden volledig in het teken van het woordenboek. Zo creëerden de leerlingen de labels voor hun tentoonstelling in haar les. ‘Die lessen woonde ik dan weer geregeld bij’, zegt Kim. ‘Uiteindelijk werd het allemaal één groot geheel.’

In de boekjes is een bladzijde gewijd aan golven en lijnen. ‘Ik schilder water met blauwe lijnen’, staat erbij. Veronique: ‘Ze leerden op dat moment bij wiskunde over punten en lijnen. Ik pikte erop in bij crea, en ten slotte kwam het in het boekje.’

Versterkend

‘Dit project werkte versterkend’, vindt lerares Nederlands Yannick Coveliers. ‘Veel van deze leerlingen komen van plaatsen waar het te gevaarlijk was om naar school te gaan. Ze konden dus niet of nauwelijks lezen en schrijven toen ze hier begonnen. Ze hebben heel wat in te halen en dat beseffen ze zelf ook.’

Tijdens het traject hinderden taalbarrière of wiskundige achterstand hen niet. ‘Het stimuleerde hen vooral om heel vrij iets heel eigens te doen.’ Veronique: ‘Ze kregen veel positieve bevestiging en mochten helemaal zichzelf zijn. Daardoor zat de groepsdynamiek bijvoorbeeld ook beter tijdens de workshops dan in de dagelijkse schoolomgeving. Als je me vraagt of ik een vervolg op dit traject zie zitten, is het antwoord simpel: direct!’ 

Tips van Veronique, leerkracht crea

  • Als je tijd in iets steekt, behaal je resultaat. Daarom vind ik de diepgang van zo’n creatief traject zo goed. De leerlingen ervaren dat moeite doen resultaat oplevert.
  • Begin vroeg in het schooljaar. Als je een woordenboek maakt dat de leerlingen in de klas kunnen gebruiken, begint het traject dan al in september. Zo kunnen ze het boekje een lange tijd in de klas gebruiken.
  • Maak iets van niets. We hebben veel gemaakt met recyclagemateriaal van het museum. Zo zagen de leerlingen dat je helemaal niet veel nodig hebt om toch iets moois te maken.
  • Gebruik wat je leert in je lessen. Ik vond het als leerkracht een enorm leerrijk proces en ik ben zeker van plan de technieken in mijn lessen toe te passen. Als je crea geeft, zit je op het eind van de rit met een heleboel losse werkjes. Bundel je ze tot een boekje, dan ontstaat er een overzicht, een verhaal of zelfs een film op papier.
     

Tips van Yannick, leerkracht Nederlands

  • Hou het persoonlijk. Stuur niet te veel zelf, kauw niets voor, maar laat het uit de leerlingen komen: ‘Wat wil jij? Wat vind jij interessant?’ Ze moeten al genoeg aan correctiesleutels en leerplannen voldoen. In zo’n project zijn ze hun eigen benchmark.
  • Laat de structuur wat losser. Je gaat de klas uit, met de leerlingen op stap. Je bent op een andere manier met hen bezig dan in de klas. Je kunt dan ook meer op zoek gaan naar de grenzen van de structuur die ze nodig hebben: wat kunnen ze aan, hoeveel vrijheid kunnen we ze geven voor ze de boel op stelten zetten. (lacht)
     

Tips van publieksmedewerkster Odette

  • Werk samen met partners met wie het klikt. Een project zoals dit vraagt altijd extra inspanning. Die ben je sneller bereid te maken als het onderling klikt tussen partners.
  • Werk ook écht samen. Wees niet de ontvanger van wat de externe partner aanbiedt. Probeer samen iets nieuws te maken.
  • Bedenk vooraf goed wat je wil en bedenk het op maat van jouw leerlingen.
  • Zoek partners in je directe omgeving. Zo vorm je makkelijker een nieuwe gemeenschap.
  • Laat het duren. Eenmalige of kortlopende projecten zijn leuk. Maar alleen lange, in het curriculum ingebedde trajecten kunnen het cultuurbeleid van je school veranderen.
  • Zie cultuur als een andere manier van leren, die inspeelt op mogelijkheden en competenties van je leerlingen waarvan je vooraf geen weet hebt. In zo’n traject zie je jongeren groeien.
     

Tip van begeleidster Kim Jansen

  • Stel je flexibel op. Durf in de loop van het traject nog veranderingen aan te brengen. Zo kan je het best op maat van de leerlingen werken en met hen mee groeien.

Culturele vaardigheden en dragers

Wil je meer inzetten op cultuur in jouw klas? Ontdek de theorie Cultuur in de Spiegel.

CIS cirkel basis

Culturele vaardigheden

waarnemen

  • De leerlingen etsen. Kim toont hoe je in een geverniste zinken plaat een tekening kunt krassen en die vervolgens in een zuurbad doet. De leerlingen doen het daarna zelf.

verbeelden

  • Feraidoun houdt erg van zijn sportschoenen. Hij maakt er een tekening van.

conceptualiseren

  • Hoe teken je een abstract begrip als ‘droom’? Waar droom jij van? Hoe teken je dat?
  • In de klas lezen de leerlingen het beeldboek voor anderstalige nieuwkomers De droom van Christoffel. Waar gaat het boek over? Waarvan droomt Christoffel? Waarvan dromen ze zelf?

analyseren

  • De leerlingen krijgen een rondleiding in het museum. Ze zien oude portretschilderijen en vormen zich een beeld van hoe de mensen er hier vroeger uitzagen. Ze leggen linken met hun eigen cultuur.

Dragers

lichaam

  • Hoe zou je ‘droom’ kunnen tekenen? Feraidoun legt zijn hoofd op zijn gevouwen handen en doet zijn ogen toe.

voorwerpen

  • De leerlingen leren drukken. Ze kiezen een woord, plaatsen de juiste letters, en trekken vervolgens aan de hefboom van de oude drukpers. Ze maken een tekening, krassen die in een zinken plaatje, wrijven er inkt in en draaien aan het wiel van de diepdrukpers. Het maakt hun woorden zichtbaar en tastbaar.

taal

  • Een van de eerste opdrachten draait om een gedicht waarin nieuwe woorden en uitdrukkingen voorkomen (het gedicht komt uit de Luisterogenmethode van KOCA/Oliva Moors, waarop het Museum Plantin-Moretus zijn eerste projecten met anderstaligen heeft gebaseerd). De leerlingen nemen het gedicht op in hun boekje en maanden later kent Sadaf het nog steeds uit het hoofd: De spiegel / ik kijk / ik droom / mooi ben ik / het leven is een bloem / mijn land, mijn taal, mijn kunst / ik heb pit / ik mag er zijn / lief ben ik.

Grafische tekens

  • Elke leerling kiest een opmerkelijk of mooi woord. Feraidoun kiest ‘ooievaar’. Hij leert het schrijven, dan in spiegelbeeld zetten en drukken.