U bent hier:

Een nieuwe mens, geknipt en geplakt

Elke leerling moet zich fijn en veilig voelen op school. Zonder angst voor pesterijen. Hoe kan cultuureducatie daaraan bijdragen? Dat toont het project ’t Zal WELzijn.

Klas? 12 meisjes en jongens uit 1B. Thuistaal? Uiteenlopend. Schoolloopbaan? Kronkelend. Ervaring met cultuur? Nihil. ‘Deze leerlingen vragen om een andere aanpak, een die vertrekt van wat ze wel kunnen bijvoorbeeld’, zegt juf An Favoreel van het GO! technisch atheneum Jette. ‘We proberen daarom volop nieuwe werkvormen uit en ons lerarenteam kan daarbij hulp, ideeën en expertise gebruiken.’

Zo komt fotografe Raisa van MUS-E Belgium in beeld. Zij gaat in Ans lessen op zoek naar de identiteit van deze tieners. ‘Wonder’, het mooie boek van R. J. Palacio over een misvormde jongen die gepest wordt, is haar inspiratiebron. Hoe zie je eruit? Wat is lelijk? Zetten wij een masker op? Waarom doen we dat? En wie schuilt er echt achter dat masker?

Verhaal achter littekens

Close-ups maken en uitzoomen. Van detailfoto naar portretfoto dus. Dat hebben ze in de vorige sessie geprobeerd. Raisa toont de resultaten. Wie heeft een moedervlekje op zijn voorhoofd? Wie een litteken op zijn hand? Leerlingen gissen en vertellen het verhaal achter het litteken. De stijltang viel op hun hand. Ze werden omvergereden door een dronken chauffeur op hun zesde. Onbewust oefenen ze hun Nederlands en komen ze nieuwe details van hun klasgenoten te weten.

Instagram is een grote leugen

Dan is het tijd voor de portretten. Ze hebben daarbij op de scherpte, achtergrond en lichtinval gelet. Ranya wou geen foto van zichzelf en ook de anderen voelen zich licht ongemakkelijk als ze hun eigen hoofd groot geprojecteerd zien. Ze vinden zichzelf lelijk. Zetten ze dan zelf geen foto’s op Facebook? Natuurlijk wel. Snapchat vinden ze geweldig en met al die filters op Instagram kan je jezelf perfecter maken. ‘Maar al die foto’s zijn een leugen’, zegt Ranya. ‘Als ik die mensen gewoon buiten zie, hebben ze niks gemeen met hoe ze op die foto’s zijn.’ En wat met anderen die beelden van jou online zetten zonder jouw goedkeuring? Absoluut verkeerd, klinkt het in koor.

‘Ik ben …’

‘Ik vind het belangrijk om gevoelens en gedachten te benoemen’, zegt Raisa. ‘Anders onthouden ze alleen het plastische.’ Het kringgesprek verloopt echter moeilijk. Ze roepen door elkaar, geven ongevraagd commentaar. Voor ze de afgedrukte exemplaren van hun portretfoto uitdeelt, maakt de fotografe daarom duidelijke afspraken: ‘Geef je foto niet door. Wil je hem niet zien, draai hem dan om.’ Ze krijgen ook een doorzichtig blad om over de foto te leggen. En een stift. Wat maakt jou jou? De aanvulzin ‘Ik ben …’  maakt die vraag concreter. ‘Ik ben lelijk, mooi, grappig, stil in de klas, Algerijn, uit Molenbeek, voetballer …’ In vijf minuten schrijven ze de folie vol en dan gaat die aan de kant.

Een nieuw karakter

Op hun tafel ligt nu hun eigen hoofd. Afgedrukt in twee exemplaren op A4-formaat. Uit het ene blad knippen ze een klein stukje waarmee ze niet blij zijn. Kin? Mond? Neus? Gooi maar weg! Het blad-met-gat houden ze bij. Uit de tweede afdruk halen ze een ander stuk waarmee ze wel tevreden zijn. Dat deel knippen ze ruim genoeg uit. Nu mag de rest van het blad in de vuilnisbak. En dan gaat de klas op zoek naar nieuwe combinaties. Ogen die perfect passen? De mooie mond van Dan proberen? Van elke geslaagde ‘nieuwe mens’ maken ze een nieuw portret. Hoe zou die persoon zijn? Zou hij zichzelf ook lelijk, blij of grappig vinden?

Anonieme babbelbox

An en Raisa werken naar een babbelbox toe. Raisa: ‘Ze lijken me te kwetsbaar voor een echt toonmoment voor de hele school. In een afgesloten omgeving, verscholen achter hun nieuwe ‘ik’ zullen ze wel kunnen reflecteren op hun welbevinden en op dit traject.’ An: ‘In de Week tegen Pesten zullen we hun filmpjes en foto’s tonen, net als de dagboeken die ze vakoverschrijdend over het traject maakten. Onze 1B’ers zullen dan transformeren tot babbelbox-ambassadeurs en de anderen aanmoedigen om hun mening en gevoelens rond pesten en welbevinden in de babbelbox te delen.’

Cultuur in de Spiegel uitgelicht

‘Details leren zien, een collage maken, er een karakter bij verzinnen, het concept van ‘de nieuwe mens’ verwoorden, onderzoeken hoe je met karaktertrekken omgaat. Ik denk dat we de vier culturele vaardigheden uit Cultuur in de spiegel naadloos toepassen’, zegt Raïsa Vandamme. ‘Vanuit onze opleiding of ervaring hebben wij er ook de tools voor. Deze cultuurtheorie als leraar wiskunde of aardrijkskunde in je les integreren, lijkt me pas uitdagend. Maar als je blijft openstaan voor nieuwe ervaringen en inzichten, toon je aan jongeren dat het cultureel bewustzijn ook een constant proces is.’  Een creatie moet in Raisa’s ogen ook niet zomaar iets moois zijn, maar ook betekenis krijgen: ‘Vandaar dat ik het belangrijk vind om gesprekken te koppelen aan het maken van dingen. Ik denk dat jongeren zo meer afstand kunnen nemen van het resultaat en beter zien hoe ze dit medium kunnen gebruiken om te vertellen wat ze niet gewoon kunnen zeggen.’

 

Elke leerling moet zich fijn en veilig voelen op school. Zonder angst voor pesterijen. Via het project ’t Zal WELzijn -een initiatief van de VLOR i.s.m. CANON Cultuurcel en Iedereen Leest- ontdekten 54 scholen hoe cultuureducatie daaraan kan bijdragen. Ze werkten allemaal volgens de theorie van Cultuur in de Spiegel. Meer tips om aan welbevinden in de klas te werken vind je op onze inspiratiepagina.

Dien je eigen subsidieproject in

Cultuurpartner:


Schooljaar: 
2016-2017


Projectverantwoordelijke: 
An Favoreel, lerares Muziek en taalondersteuning