U bent hier:

Het magische stof van Antipestman

Elke leerling moet zich fijn en veilig voelen op school. Zonder angst voor pesterijen. Hoe kan cultuureducatie daaraan bijdragen? Dat toont het project ’t Zal WELzijn.

‘We misten technieken om rond fijne omgangsvormen te werken’, zegt Laura, de leerlingbegeleider van BuSO Zonnebos in ’s Gravenwezel. ‘In de ene klas waren er veel ruzietjes. Die groep hing niet aaneen en ze konden weinig van elkaar verdragen. De andere klas leed onder stoere taal. Die jongens bedoelden hun opmerkingen misschien als grapjes, maar zo voelde het niet voor de anderen.’

Laura schreef de klassen in voor het project ’t Zal WELzijn. Tijdens een open overleg met Oliver van De Conventie kwamen ze tot een traject waarin beweging, dans én superhelden centraal staan. Het boek ‘Brooddoos’ van Dimitri Leue werd het vertrekpunt. ‘De klasleraar las het in de klas voor. Wij haakten ons karretje aan het humoristische verhaal’, vertelt Oliver. ‘Wat zouden de leerlingen willen veranderen aan de school, aan de wereld? Welke krachten zijn daarvoor nodig? Wat is dan een passende superheldennaam voor je personage?’

Elkaar leren vertrouwen

Vijf sessies van een uur: meer tijd heeft het duo Oliver - Timeau niet. ‘Je kan leerlingen uit het buitengewoon onderwijs moeilijk langer aandachtig en verwonderd houden. Om tot een echt superheldenfilmpje te komen, is het wel te weinig. Ik vind het artistieke einddoel ondergeschikt aan het elkaar leren vertrouwen en het samenwerken. Ook met die ene die je niet ligt. Daar zetten we op in.’

Concreet, bekend en dus veilig

Beweging en dans zijn veilige vormen voor leerlingen die op talig vlak niet zo sterk staan en moeite hebben met fantasie. Oliver en Timeau vertrekken vanuit concrete en bekende contexten. Zo krijgen ze de meeste leerlingen mee in het verhaal. ‘Ze hebben niet veel verbeelding nodig, maar worden er wel in uitgedaagd. Daarom zijn er ook begeleiders en leerkrachten bij om te helpen. Zo staan ze er nooit alleen voor.’

Samenwerken, ook met die ene die je niet ligt

Oliver werkt met technieken die leraren en begeleiders ook zelf in de klas kunnen uitproberen. ‘Een dansopdracht start bijvoorbeeld door iemand aan de rug in een bepaalde richting te duwen. Dan leid je hem rond aan elk lichaamsdeel dat hij heeft terwijl hij zijn ogen dicht heeft. In een derde stap wordt hij dan een pop die je in allerlei houdingen kan zetten. Ook met de ogen dicht. Tot slot neemt stiekem een andere klasgenoot de leiding over. Stilaan leren leerlingen dat de ander hem niet tegen de muur zal duwen, dat ze samen mooie momenten kunnen beleven.’ Laura zag het effect van die oefening: ‘De ‘pop’ kreeg, zonder het te weten, instructies van een meisje waarmee het eigenlijk niet klikte. Die twee werkten plots goed samen. De blik in hun ogen toen ze dat merkten …’

Superheldentikkertje

De actieve opwarming zet vandaag meteen de toon: tikkertje, maar in de superheldenvariant natuurlijk. Wie getikt is, neemt de supermanhouding aan en met een high five kan je weer bevrijd worden. De moeilijkheidsgraad verhoogt: bevrijden kan alleen na een dubbele high five en een sprong samen. De muziek knalt uit de Marshall en het gaat er hevig aan toe. De kinderen kennen deze opwarming uit de vorige sessies, net als het ‘dansje’ waarbij ze in een kring om beurt een dansmove uitvoeren die de anderen nabootsen.

16 tellen springen

Oliver start met een eenvoudige choreografie. Hij legt niet veel uit, maar doet voor. Na twee pogingen is iedereen mee. 16 tellen springen, twee keer naar links, twee keer naar voor, twee keer naar rechts … Om dan vooruit te lopen en naar een imaginaire bal hoog in de lucht te koppen waarop een krachtige storm hen weer terugblaast. Perfectie is geen vereiste. Iedereen die probeert, krijgt complimenten. Ze leren de ruimte te gebruiken.

Armoedeman en Natuurman

Dan kruipen ze allemaal in de rol van de superheld die ze in de vorige sessies bedachten. Natuurman, Armoedeman en Catwoman verschijnen. Antipestman strooit magisch stof dat onrecht neutraliseert. Elke superheld zoekt vier bewegingen uit die bij zijn personage passen. Eén liedje de tijd krijgen ze ervoor en Oliver en Timeau assisteren iedereen die het zelf moeilijk vindt om met ideeën te komen.

10 seconden-toneel

Zo evolueren ze naar een toneeltje: de superheld redt iemand met een probleem. Een slogan rondt alles af. 10 seconden. Langer hoeft het niet te duren. Verkleden mag. Oliver geeft een voorbeeld. Met pruillip: ‘Ik heb buikpijn.’ Timeau: ‘Geen probleem! Buscoman brengt redding, want … met Buscoman verdwijnt buikpijn als sneeuw voor de zon.’ Gegniffel op de bank bij de begeleiders. En al gaat het grapje aan de leerlingen voorbij, ze snappen weer meteen waar die twee acteurs naartoe willen. Spelen maar!

Cultuur in de Spiegel uitgelicht

Cultuur in de Spiegel zit op een heel analytisch niveau. Ik leer eruit dat je elke mediavorm voor elke culturele vaardigheid kan inzetten’, zegt Oliver. Hij laat leerlingen daarbij hun lichaam gebruiken en gaat zo verder dan praten, lezen of schrijven over cultuur. ‘De overgang van een soms zwaar groepsgesprek naar een actieve wow-ervaring met dans en theater, loopt vaak stroef. Zeker in een kort traject als dit. Daarom gebeurt het reflecteren en benoemen van pesten hier door de klastitularis. Wij kunnen zo vooral onze kunst-educatieve expertise inzetten en leerlingen volop laten ervaren, beleven en spelen. Hoe ver we springen met een cultuurtraject als dit, wisselt. Je moet altijd rekening houden met het ritme van de klas. Hun eigen inbreng is daarbij belangrijker dan het kopiëren van onze voorbeelden.’

 

Elke leerling moet zich fijn en veilig voelen op school. Zonder angst voor pesterijen. Via het project ’t Zal WELzijn -een initiatief van de VLOR i.s.m. CANON Cultuurcel en Iedereen Leest- ontdekten 54 scholen hoe cultuureducatie daaraan kan bijdragen. Ze werkten allemaal volgens de theorie van Cultuur in de Spiegel. Meer tips om aan welbevinden in de klas te werken vind je op onze inspiratiepagina.

Dien je eigen subsidieproject in

Cultuurpartner:


Schooljaar: 
2016-2017


Projectverantwoordelijke: 
Leerlingbegeleider Laura Peeters