U bent hier:

Tevreden, tussen vele anderen

Aan de hand van jeugdboeken, schrijfopdrachtjes en zelfportretten toont auteur Siska Goeminne van Artforum aan de leerlingen van Sint Victor in Alsemberg dat er niets mis is met anders zijn.

De drie meisjes gooien veelbetekenende blikken naar elkaar. ‘Wat vind je het mooiste aan jezelf?’ vroeg Siska Goeminne net. Ze tillen een lok van hun lange haar op en knikken naar elkaar. Dat gaan ze opschrijven: ‘Mijn haar’. Ze glimlachen tevreden en gaan aan het werk. Anders zijn dan de anderen, veel kinderen hebben er een heilige schrik voor. Ze willen niets fout zeggen, geen stom antwoord geven en liefst niet opvallen. Geduldig en met veel liefde neemt Siska hen bij de hand en toont hen dat er buiten de lijntjes ook veel moois te beleven valt.

Stempel

Nog voor Siska Goeminne de klas een eerste keer bezoekt, wisten de leerlingen al wie ze mochten verwachten. Ze hadden haar al in een videoboodschap gezien - een originele manier om zichzelf al eens te laten zien. Siska: ‘Ik vroeg hen in dat filmpje ook op één persoonlijk voorwerp mee te brengen, dat iets vertelt over wie ze zijn. We moesten elkaar toch in de eerste plaats leren kennen! Tijdens de eerste sessie las ik mijn boek Ik zie jou, zie jij mij? voor, om mezelf voor te stellen. De illustraties werden geprojecteerd, dus ik kon de kinderen zoekopdrachten geven zodat ze de tekeningen extra aandachtig zouden bekijken. Daarna bespraken we wat iedereen had meegebracht.’ Ook het boek van Siska Jij tussen vele anderen kwam aan bod.

Dit is een ‘eindklas’ met kinderen die dit jaar 13 worden en volgend jaar dus naar een andere school overstappen. Juf Elke: ‘We waren als school geïnteresseerd in dit project omdat we veel belang hechten aan het welbevinden van onze leerlingen. We werken hier elke week aan, maar vonden deze muzische insteek een meerwaarde aan onze dagdagelijkse werking. We hopen dat ze meenemen dat het belangrijk is om positief naar jezelf te kijken. Een sterk zelfbeeld maakt leerlingen weerbaarder. Onze leerlingen dragen een rugzakje mee en hebben al een heel verleden. Vaak voelen ze zich mislukt en hebben ze een negatief zelfbeeld. Ze moeten van school veranderen en worstelen soms met de stempel die ze dan krijgen: BULO.’

‘Het boek van mijn leven’

‘In de tweede sessie mochten de kinderen in eigen boekjes schrijven, naar aanleiding van verschillende thema’s uit de boeken. In die boekjes kunnen ze hun hersenspinsels, emoties en gedachten kwijt. Ik stimuleerde hen door vragen te stellen over hun zelfbeeld zoals ‘Wat troost mij wanneer ik verdrietig ben? Wat kan ik goed? Ben ik eerder druk of eerder kalm?’ Ik zocht ook vooral naar de grenzen: wat vinden deze kinderen moeilijk en wat makkelijk? Het is een beetje aftasten, bij kinderen die mentaal jonger zijn dan ze lijken. Dat vraagt tijd. Elk kind heeft een eigen verhaal, een eigen achtergrond. Er zijn leerlingen bij voor wie de vraag ‘Wat vind ik leuk aan mezelf?’ al te moeilijk is, te dichtbij komt. Als je dat merkt, moet je heel voorzichtig verder: kan ik een kleinere stap zetten? Kan ik de vraag anders formuleren? Waar voelen deze leerlingen zich wel comfortabel bij? In de praktijk komt dat er op neer dat je die leerlingen even wat ruimte geeft, hen vooral niet forceert. Soms ging ik wat te snel met een opdracht en moest ik de volgorde wat omgooien. Maar dat ging best vlot, door continu overleg en een heel goede samenwerking met juf Elke.’

De leerlingen mogen de eigen boekjes versieren met tekeningen én een titel. En plots komt hun persoonlijkheid mooi naar voor. In plaats van vooral niet anders te willen zijn, pakken ze fier uit met hun unieke titel - die ze zélf hebben bedacht en die niemand anders mag kopiëren.

Zelfportret

Siska: ‘Ik las elke sessie een stukje voor uit Brooddoos van Dimitri Leue en meester Peter las ook in de klas verder. Tijdens de laatste sessie heb ik het einde voorgelezen en hebben we het verhaal besproken. Daar heb ik een ‘spel’ aan vastgeknoopt: wat vind je van Cassie, wat haar overkomt, hoe ze ermee omgaat? Hoe zou je zelf reageren? Vind je het geloofwaardig of niet? We hadden het over het verschil tussen plagen en pesten. Ik koos voor een kringgesprek, waarin de leerlingen mochten rechtstaan wanneer ze zich in een uitspraak herkenden. Het ging om uitspraken als ‘Ik voel me soms triest in de klas’ of ‘Ik heb vrienden in de klas’. Sowieso moet je afwisselen tussen meer verbale oefeningen en meer praktische fases, waarin de kinderen mogen knippen, plakken en kleuren.’

De kinderen knutselen een dubbelzijdig zelfportret bij elkaar, zogenaamde silhouethoofden: aan de ene kant zijn ze vrolijk, op de achterkant verdrietig. In beide gevallen hebben ze een groot hoofd, vol gedachten en thema’s. De kinderen putten inspiratie uit hun schrijfboek: welke woorden zijn belangrijk? Welke woorden hebben een positieve of negatieve lading?

Siska: ‘Tijdens de laatste sessie hebben we tableaux vivants gemaakt met de groep, die doen nadenken over hoe groepen eruitzien als ze verdeeld zijn, samenhorig zijn, wanneer iemand uitsluiten … De leerlingen dragen maskers om de indruk van ‘standbeelden’ te versterken. Zo doet ook de mimiek er niet toe en gaat het echt om de uitbeelding van een gevoel/situatie. Die composities heb ik gefotografeerd.’

Toonmoment

De eigen boekjes en de zelfportretten van alle leerlingen worden een maand lang tentoongesteld in CC de Meent vlakbij de school. Ze werken mee aan de opbouw en vragen een paar keer of hun werk wel echt op een zichtbare plaats zal hangen, dichtbij de ingang? 

Siska: ‘De samenwerking met de leerkrachten - deze klas heeft les van juf Elke in de voormiddag en meester Peter in de namiddag - liep heel positief. Ik heb tussendoor ook eens met Elke gebeld om een beetje te evalueren hoe het liep en die feedback was echt heel bruikbaar. We hadden het er ook over dat er bij een echte pestproblematiek - in deze klas gelukkig niet aan de orde - eigenlijk meer behoefte is aan psychologische ondersteuning, dat een kunstenaar hiervoor niet onderlegd is, om dat ten volle aan te gaan. Ik hoop op een gevoel van verbinding. Ik hoop vooral dat ze zich samen trots voelen op wat ze als groep voor mekaar hebben gekregen. Dat ze plezier hadden in het maken en het schrijven. Dat ze zichzelf een klein beetje beter leerden kennen.’

Cultuur in de Spiegel uitgelicht 

Waarnemen: Samen kijken naar projecties van illustraties (extra goed kijken via zoekopdrachten);

luisteren naar een boek dat wordt verteld.

Verbeelden: Leerlingen schrijven en tekenen in hun eigen boek en zoeken een unieke titel die hen weerspiegelt. De silhouethoofden worden gevuld met persoonlijke gedachten in woord en beeld, en ook de tableaux vivants komen voort uit verbeelding en creativiteit.

Conceptualiseren en analyseren: In groep praten en nadenken over wie we zelf zijn, over waar we bang, blij, triest van worden, over hoe we angst voor anderen proberen te overwinnen, over hoe het is om in een groep te zijn en welke rol we daarin proberen te vinden.

Elke leerling moet zich fijn en veilig voelen op school. Zonder angst voor pesterijen. Via het project ’t Zal WELzijn -een initiatief van de VLOR i.s.m. CANON Cultuurcel en Iedereen Leest- ontdekten 54 scholen hoe cultuureducatie daaraan kan bijdragen. Ze werkten allemaal volgens de theorie van Cultuur in de Spiegel. Meer tips om aan welbevinden in de klas te werken vind je op onze inspiratiepagina.

Dien je eigen subsidieproject in

Cultuurpartners:


Schooljaar: 
2016-2017


Projectverantwoordelijke: 
Elke Belsack