U bent hier:

Zelfportret met rode wangen

Sarah Beel van Casa Blanca verkent met elf leerlingen uit het Buitengewoon Basisonderwijs het thema van pesten aan de hand van het boek Rood.

Vertrouwensleerkracht Karin Genijn: ‘Onze school hecht veel belang aan een goede schoolsfeer en een pestvrij klimaat. Daarvoor organiseerden we in het verleden al antipestweken, verwendagen, maakten we de speelplaats attractiever en maakten we onze eigen pestkoffer. We willen constant wakker en fris blijven om nieuwe input te bieden en dan is het een absolute meerwaarde wanneer er van buitenaf een frisse wind binnenwaait. Bovendien hebben we zo het gevoel dat we niet op ons eiland bezig blijven’. En zo kwam Sarah Beel van Casa Blanca terecht in het vijfde leerjaar (Basisaanbod Middenbouw) van De Wissel in Puurs. Elf leerlingen verwelkomden haar om samen drie sessies lang te werken rond pesten.

Volle rugzak

Karin: ‘De kinderen bij ons op school hebben vaak een laag zelfbeeld. Falen op de vorige school of een moeilijke thuissituatie maken dat hun rugzakje heel vol raakt. Vanuit dit lage zelfbeeld gaan kinderen negatief gedrag tonen. Soms door agressief te zijn, maar soms ook door andere kinderen te gaan pesten. Leerkrachten spreken de kinderen aan op dit gedrag waardoor hun zelfbeeld negatiever wordt en zo geraken ze in een negatieve spiraal. Om dit te doorbreken, proberen we heel veel gewicht te geven aan positieve aspecten en bewustmakingsprojecten. Meteen ook een goede motivatie om ons kandidaat te stellen voor dit project. Via overleg bepaalden we welke klasgroep er mee gebaat zou zijn. Maar het was ook belangrijk dat de leerkracht het zag zitten, zodat het geleerde ook na het project nog verder wortels zou krijgen binnen de klaspraktijk. De leerkrachten die hun klas inschreven, wilden mee hun schouders onder het project zetten én vonden het programma een meerwaarde voor hun leerlingen.’

Juf Kristin: ‘De sfeer is fijn in de klas; natuurlijk is er al eens een ruzie maar in het algemeen zit het snor. Als één van de kinderen verdrietig is, wordt die goed opgevangen en getroost. Voor sommige leerlingen is het moeilijk om hun gevoelens uit te drukken - ze uiten die niet zo snel als anderen en moeten daar wat aan werken. Sowieso werken we veel rond sociaal-emotionele ontwikkeling: gevoelens benoemen, ruzies uitpraten, dat soort zaken’.

Zelfportret

De klas werkte rond het boek Rood van Jan De Kinder en de gevoelens die in dat boek naar voor komen: boosheid, angst, verdriet en verlegenheid. Bij de eerste sessie legde Sarah vooral de nadruk op dans en beweging. Sarah: ‘In het begin moesten ze een beetje loskomen. Zo mochten ze een rood pluimpje bewegen en mocht iedereen bewegen zoals dat pluimpje. Bij een andere oefening mochten ze een standbeeld maken rond één van die gevoelens. Dat uitbeelden ging niet zo vlot, vooral het groot maken van een beweging vonden ze duidelijk moeilijk. Tijdens een tweede sessie maakten de kinderen een zelfportret, aan de hand van een spiegel. Ze tekenden eerst in potlood, daarna met Oost-Indische inkt en de natuurlijke kleurstof bister.’ Het valt op dat de kinderen erg lief en geduldig met elkaar omgaan, en elkaar en Sarah met plezier helpen.

Karin: ‘De acute problemen op onze school pakken we op een meer individuele, op maat ontwikkelde aanpak aan. Dit project biedt wel een speelse en creatieve manier om meer te werken rond bewustmaking en omgangsvormen zoals: anders naar elkaar leren kijken, geloven in jezelf, complimenten geven ...’

Rood gevoel

Tijdens de derde en laatste sessie worden de zelfportretten afgewerkt. Dat doen de leerlingen door een kalkblad over de tekeningen te leggen, waarop hun wangen rood worden gekleurd en de boodschap 'Word jij ook rood van pesten?' wordt genoteerd. Sarah: ‘Het is de bedoeling dat de kinderen hierbij eens nadenken welk 'rood gevoel' bij hen het grootst is bij pesten. Ik neem het boek er nog eens bij en dan volgt een klasgesprekje. Ik vind het belangrijk dat de leerlingen hun gevoelens leren uiten. Ik ben natuurlijk geen therapeut, maar dat verwachtten de leerkrachten ook niet. Het belangrijkste is dat ik wat ballonnetjes heb kunnen oplaten. Als buitenstaander ken je de kinderen misschien minder goed, maar anderzijds heb je ook geen vooroordelen.’

Het toonmoment wordt een collage-voorstelling waarbij de kinderen zichzelf en het project kunnen laten zien. Sarah: ‘Alles wat we gedaan hebben laten we samen komen in een mini-voorstelling: samen dansen met de pluimpjes, uitbeelden van de rode gevoelens, tonen van de portretten…

Sarah: ‘Op zo’n korte tijd leer je de kinderen maar oppervlakkig kennen. Het is moeilijk om te meten wat zo een traject met kinderen doet. Wij proberen in onze workshops vooral iets positiefs te brengen en heel mild te zijn: elke stap die je vooruit zet is een overwinning op zich! En dat is bij elk kind anders. Iemand zal misschien net eens iets meer gedurfd hebben dan anders. Een ander zal onthouden dat ik zeg dat het belangrijk is dat je je gevoelens kan delen met iemand. Nog een ander heeft misschien ontdekt dat hij dansen toch wel leuk kan vinden. Ze leren elkaar ook anders kennen’.

Cultuur in de spiegel

Sarah is het gewoon om muzisch te werken, maar de combinatie met een boek is nieuw. Over Cultuur In de Spiegel vertelt ze: ‘Wij werken sowieso al multidisciplinair, dus veel elementen van de theorie zijn er al in doorweven.’

Tijdens de sessies was de leerkracht altijd aanwezig. Sarah: ‘Dat is heel fijn. Het is denk ik ook boeiend en verrassend voor hen. Ze mogen gewoon observeren. Zo zien ze dingen die ze anders niet zien, omdat je het als leerkracht vaak zo druk hebt. Dit is hopelijk een kans om met iets meer rust naar de klas te kijken.’

Karin: ‘Het is belangrijk om geleerde en aangebrachte vaardigheden verder te implementeren. Zo vermijden we dat het enkel een ‘leuke activiteit’ was, maar bevorderen we ‘hoe brengen we dat verder in de praktijk’. Een project heeft zo meer draagkracht’.

Cultuur in de Spiegel uitgelicht

  • Als cultuurdrager gebruiken de leerlingen hun eigen lichaam, maar ze besteden ook veel tijd aan een zelfportret op papier.
  • Waarnemen en verbeelden zijn essentieel: de kinderen observeren zichzelf in een spiegel en zetten hun observaties om in een getekend portret.
  • Er wordt op het niveau van de leerlingen gepraat over gevoelens, inclusief negatieve gevoelens, en hoe die te benoemen en te kanaliseren.
  • Sarah gaf aan dat de kinderen bij haar eerste sessie meteen het thema ‘pesten’ zelf benoemden. De stap naar een reflectief gesprek over dit thema was dus snel gezet.

 

Elke leerling moet zich fijn en veilig voelen op school. Zonder angst voor pesterijen. Via het project ’t Zal WELzijn -een initiatief van de VLOR i.s.m. CANON Cultuurcel en Iedereen Leest- ontdekten 54 scholen hoe cultuureducatie daaraan kan bijdragen. Ze werkten allemaal volgens de theorie van Cultuur in de Spiegel. Meer tips om aan welbevinden in de klas te werken vind je op onze inspiratiepagina.

Dien je eigen subsidieproject in

Cultuurpartner:


Schooljaar: 
2016-2017


Projectverantwoordelijke: 
Karin Genijn