Lezen met leesstrategieën!

Na het leren lezen in het eerste leerjaar, lezen we om te genieten, om van gedachten te wisselen, om te leren … Dat lukt alleen als je begrijpt wat je leest. Dat dat niet vanzelf gaat, blijkt uit de tegenvallende PIRLS-resultaten: Vlaamse leerlingen slagen erin informatie die letterlijk in teksten staat terug te vinden, maar hebben veel moeite om informatie af te leiden, om informatie te begrijpen en om ze te verbinden met wat ze al weten. Hoe kunnen we daaraan werken in het onderwijs?

Kaart leesvaardigheid, tekst ook opgenomen in artikel
Hilde Van den Bossche
Kaart leesvaardigheid, tekst ook opgenomen in artikel
Kaart leesvaardigheid, tekst ook opgenomen in artikel
Kaart leesvaardigheid, tekst ook opgenomen in artikel

Om begrijpend te lezen heb je niet enkel een grote woordenschat, maar ook een grote kennis van de wereld nodig, voldoende technische leesvaardigheid en vooral leesplezier en leesgoesting vanuit een grote nieuwsgierigheid.

Die grote nieuwsgierigheid is de motor van het leren en leunt erg aan bij ‘een onderzoekende houding aannemen’, een 21ste-eeuwse vaardigheid. Die vaardigheden vertrekken vanuit drie perspectieven: een economisch perspectief (voorbereiden op de arbeidsmarkt), een maatschappelijk-cultureel perspectief (voorbereiden op participatie in het maatschappelijk en cultureel leven door kritische en verantwoordelijke burgers te vormen) en een persoonlijk ontwikkelingsperspectief (talentontwikkeling en persoonlijke ontplooiing).1

Lezen speelt bij het ontwikkelen van al die perspectieven een grote rol. Door goed begrijpend te lezen kan je vaardig, kritisch en doelgericht informatie verwerken, feiten van meningen onderscheiden en helder communiceren en verslag uitbrengen.

Mensen hebben kennis, verbeelding, sociale relaties en technologie nodig. Ze moeten zich kunnen aanpassen aan nieuwe situaties en feiten. Ze moeten hun eigen leer-kracht ontwikkelen om hun eigen leven uit te bouwen en een bijdrage te leveren aan het leven in deze wereld. Leesbegrip is een belangrijke manier om daaraan te werken.

 

Wie is Hilde Van den Bossche?

  • Lerarenopleider Nederlands en Nederlandse didactiek basisonderwijs aan de Odiseehogeschool, campus Waas in Sint-Niklaas.

  • Voortdurend op zoek naar aanknopingspunten met leesplezier en leesmateriaal om studenten en kinderen te boeien en prikkelen.

  • Leesbegeleider van Het Lezerscollectief voor studenten aan de lerarenopleiding.

  • Stroomleider voor Lopon, vereniging van lerarenopleiders primair onderwijs Nederlands en NT2.

  • Lezer ‘om duizend levens tegelijk te leven’ en te delen met anderen.

De 4 V’s voor begrijpend lezen

Een bewuste lezer heeft een leesdoel voor ogen. Het lijkt alsof hij per doel andere elementen inzet. Dat is echter niet zo: een bewuste lezer zet actief strategieën in om zijn leesdoel te bereiken.

Om ze gemakkelijk te kunnen onthouden, worden de belangrijkste leesstrategieën vaak aangeduid als de ‘4 V’s van begrijpend lezen’: voorkennis gebruiken, voorspellen, visualiseren en vragen bedenken. Hij doet dit vóór, tijdens en na het lezen. Daardoor voert hij een ‘gesprek’ met de tekst en denkt hij na over de tekst. 

Voorkennis gebruiken

Wat weten je leerlingen al over het onderwerp? Speelt het verhaal zich af op een bekende plek? Of hebben ze er al iets over gezien op tv? Door voorkennis te gebruiken leggen je leerlingen verbanden tussen bekende en de nieuwe informatie uit de tekst.


Als leerkracht sta je model door jezelf luidop af te vragen: Is er iets in de tekst dat me doet denken aan mijn eigen leven, iets wat ik al heb gelezen, gezien of gehoord ?

Visualiseren

Welke beelden komen er tijdens het lezen in je hoofd? Zie je de hoofdpersoon en plaatsen voor je?
De verbeelding gaat aan het werk. Door te visualiseren krijgen je leerlingen meer ‘grip’ op de tekst. Daardoor zijn lezers ook dikwijls teleurgesteld door verfilmingen: het beeld dat ze voorgeschoteld krijgen, klopt niet met wat ze zelf hadden bedacht.


Als leerkracht sta je model door jezelf luidop af te vragen: Welke beelden zie ik voor me? Bij welke woorden en zinnen krijg ik een foto of film in mijn hoofd? Voel ik mij ook zo? Wat doet dit met mij?

Vragen bedenken

Wanneer leerlingen zelf vragen stellen, blijft de nieuwsgierigheid om verder te lezen en groeit inzicht in wat begrepen is en wat nog niet.


Als leerkracht sta je model door zelf luidop na te denken: Dit stukje begrijp ik, het gaat hierover. Dit stukje begrijp ik niet, hierdoor raak ik in de war en stel ik me vragen. Begrijp ik nu waar de titel op slaat?

Voorspellen

Lees de titel en illustratie op de cover, lees de achterflap, bekijk de afbeeldingen en voorspel waarover de tekst zal gaan. Laat je leerlingen tijdens het lezen nagaan of die voorspelling klopt of laat hen die bijsturen op basis van wat ze lezen. Of lees een stukje en voorspel dan hoe het verhaal verder gaat.


Als leerkracht sta je model door jezelf luidop af te vragen: Waarover denk ik dat de tekst zal gaan als ik de afbeeldingen bekijk of de titel, de achterflap of de eerste bladzijde lees? Wat verwacht ik dat er zal gebeuren? Had ik dat verwacht?

 

Vóór, tijdens en na het lezen

We hanteren dus best deze vier strategieën omdat ze zowel vóór, tijdens als na het lezen in te zetten zijn en omdat het om een beperkt en overzichtelijk geheel gaat. De vier V’s zet je in bij alle soorten teksten. Iedere geoefende lezer gebruikt ze. Bij specifieke leesdoelen zet hij ze doelgericht in, bijvoorbeeld om sleutel- en signaalwoorden te vinden en tot een samenvatting te komen.

Kinderen leren leesstrategieën door een goed voorbeeld te zien: een leerkracht die hardop denkt en voordoet zodat kinderen er op termijn zelf mee aan de slag kunnen en ze systematisch inzetten bij alles wat ze lezen, niet enkel tijdens de taalles. Elke lezer oefent, versterkt en schaaft de strategieën levenslang bij.

Voetnoten

1. Van den Branden, K. (2016) Bewust taalvaardig in de 21e eeuw. Met de deur in huis …, presentatie op de lenteconferentie NDN, 15 april 2016, Universiteit Antwerpen.