Boekenteam de Regenboog | Alle leerkrachten werken keihard aan een algemeen beleid

Deze nominatie ging niet naar één persoon, maar naar het hele team van Vrije Basisschool De Regenboog in Neerlinter. De school kiest bewust niet voor de aanpak van één voltijdse boekenjuf, maar voor de kracht van het voltallige team. De hele school werkt mee en zelfs de kleuters schrijven hun eigen verhalen. Directrice Mia Hombreaux vertelt.

Een juf helpt een leerlingen bij het kiezen van een geschikt boek
Een boekenkoffer
Een juf leest een boek voor in de klas
Enkele leerlingen in de klas
Drie leerlingen lezen aan hun bank
Drie leerlingen lezen in de klas
Leerlingen lezen in de boekenhoek

‘Ik heb zelf de kar getrokken omdat de opmerking kwam dat de leerlingen heel slecht schreven. Ze lazen ook niet graag. We zijn begonnen met een goede nascholing over functioneel schrijven. Het vergt voor veel leerlingen veel inspanning om te beginnen lezen. Alles is zo vluchtig geworden met de beeldcultuur, sms-cultuur, Facebook en dergelijke …

‘Als je die leescultuur naar huis wil brengen, moet je eerst de leerlingen warm maken. Als je van de ouders iets wil, moet je via de leerlingen gaan’

Mia Hombreaux - directrice

Ouders bereiken we via de leerlingen

We zijn vorig schooljaar in januari begonnen met het opnieuw promoten van leescultuur. We gaan om te beginnen al elke week naar de bib. Met alle klassen, zelfs met de kleuters. We hebben geleerd de drempel zo laag mogelijk te houden. Ze maken kennis met het uitzicht en gevoel van boeken. Sommige kleuters hebben zelfs nog nooit een boek gezien als ze thuis geen leescultuur hebben.

Trouwens, als je die leescultuur naar huis wil brengen, moet je eerst de leerlingen warm maken. Als je van de ouders iets wil, moet je via de leerlingen gaan: dat is een goede tactiek (lacht).

‘De nieuwe boeken die in de bib worden aangekocht, gaan in een box die door de klassen reist zodat de leerlingen al een idee kunnen opdoen van het boek dat ze willen ontlenen’

Mia Hombreaux - directrice

We denken niet meer in AVI-niveaus. ‘Dat is jouw vakje en daar moet je een boek uit kiezen’: daar geloven we niet in. AVI-niveaus zijn goed, want een leerling moet technisch vlot kunnen lezen. Maar AVI-niveaus zijn een middel, geen doel. Voor leerlingen die niet goed kunnen lezen zijn er andere alternatieven dan een saai boek van een laag AVI-niveau. Zo zijn we weer bezig met de opwaardering van prentenboeken.

Een boekenjuf voor onze school is er niet, maar voorlezen zit nu wel structureel ingebouwd in het lessenrooster. Voorlezen is ook veel beter dan vertellen. Wie vertelt, past zich aan aan het niveau van degene die luistert. Bij voorlezen gebruik je de taal van de schrijver. Bij vertellen geef je je eigen versie, die vaak minder goed is en die de leerlingen minder bijbrengt.

De Beste Boekenjuf/meester van het jaar

De prijs voor de Beste Boekenjuf/Boekenmeester beloont leerkrachten (kleuterschool en basisschool) die een concrete en dagelijkse inzet tonen voor leesbevordering en het werken met kinderboeken in de klas. In het magazine brengen de kandidaten hun verhalen en je vindt er massa's tips en tricks rond lezen en leesplezier in de klas.

CANON Cultuurcel en de Groep Kinderboekenuitgevers zoeken een juf of meester, zorgleraar of -coördinator uit het basisonderwijs (kleuter- en lager) die zich inzet voor leesbevordering en werken met kinderboeken aanmoedigt.

Nomineer jouw kandidaat

Wie besmet jou met zijn of haar passie voor (voor)lezen? Wie vult de boekenhoeken op school met een rijk en recent aanbod? En wie wakkert in jouw team het leesvuur aan? Kortom, welke juf of meester heeft op jouw school het grootste hart voor boeken? Ken jij zo iemand? Nomineer je kandidaat via boekenjuf.be.

Kleuters en Eskimo’s

We hebben voorts jaarlijks een Voorleesweek. Dan komt er een echte belleman die de koning van het boekenland aankondigt en zegt welke boeken er dienen te worden gelezen. Toen moést de juf – of het nu rekenen of iets anders was – alles laten vallen en met voorlezen werken. Bij de jonge leerlingen beslaat het voorlezen een uur per week, bij de ouderen eerder een halfuur.

De leerlingen van het vijfde en zesde leerjaar gaan geregeld bij de kleuters voorlezen. Individueel welteverstaan. Verder heeft elke klas een eigen boekenhoekje. En daarnaast werken de verschillende leerkrachten naargelang de situatie in hun klas met andere dingen, bijvoorbeeld korte Franse fragmentjes uit Le petit prince vanaf het vijfde leerjaar, luister- en vertelcd’s ...

Elk jaar heeft zo zijn eigen dingen. De kleuterklas heeft bijvoorbeeld een verteltasje om mee te geven aan huis. Allemaal rond lezen en voorlezen, met heel concrete raakpunten met hun eigen leven. De kleuters hebben bijvoorbeeld een boekje om hen te helpen zindelijk te worden. In gezinnen zonder leescultuur breng je op zo’n manier ook boeken binnen.

‘Dat we geen boekenjuf hebben, heeft het voordeel dat we in heel de school een geïntegreerd beleid voeren’

Mia Hombreaux - directrice

In de kleuterklas werkt de juf trouwens met een vertelschort: een schort met allemaal zakjes waarin prentjes zitten. De juf haalt bijvoorbeeld een tekening van een Eskimo tevoorschijn. Hoe heet de Eskimo? Dan een locatie: een tropisch eiland. Wat doet hij daar? Zo wordt een heel verhaal opgebouwd uit de fantasie van de leerlingen. Fantastisch!

Samenwerking met de bib

De nieuwe boeken die in de bib worden aangekocht, gaan in een box die door de klassen reist zodat de leerlingen al een idee kunnen opdoen van het boek dat ze willen ontlenen. Wij krijgen dus eigenlijk de eerste keus van de bib. We mogen ook suggesties doen voor aankopen. We maken heel veel gebruik van de bib, maar veel leerkrachten kopen met extra budget tevens boeken aan.

Rond boeken werken we voorts met memory-spelletjes, knutselwerkjes, prenten ... Dat gaat allemaal in een verteltasje en de leerlingen nemen die dingen dan mee naar huis. Daar kregen we van de ouders heel goede feedback over.

‘Ons sterke punt is dat we met een heel team – van de eerste kleuterklas tot het zesde leerjaar – een rode draad hebben’

Mia Hombreaux - directrice

Boekpromotie doen we door voor te lezen. Ook leerlingen die van nature niet aangetrokken zijn tot boeken, kun je zo warm maken. Maar voorlezen moet je natuurlijk ook kunnen. Niet iedereen is daar natuurlijk mee weg. We geven wel tips mee voor ouders om beter te kunnen voorlezen. De bereidheid bij de ouders was er spontaan. Zelfs grootouders komen met plezier voorlezen. Niet iedereen natuurlijk, maar toch.

Schrijvers komen ook op bezoek. Die zijn redelijk duur maar omdat we een heel team en geen boekenjuf hebben, is ons budget wat ruimer. En de ouderraad sponsort ons vaak, dat moet ik ook zeggen.

Geïntegreerd beleid

Dat we geen boekenjuf hebben, heeft het voordeel dat we in heel de school een geïntegreerd beleid voeren. Ik geloof toch in de kracht van de klasleerkracht. We kunnen nu spontaan leesmomenten in de klas invoeren. Een boekenjuf heeft waarschijnlijk een vast, afgemeten schema. Voorlezen is ook een soort therapie. Als leerlingen barstend van energie terugkomen na de speeltijd is het goed om te zeggen dat ze eventjes vijf minuten kunnen neerzitten om te lezen om tot rust te komen. Die spontaniteit mist een vaste boekenjuf toch wel, denk ik.

Ons sterke punt is dat we met een heel team – van de eerste kleuterklas tot het zesde leerjaar – een rode draad hebben. En alle leerkrachten werken keihard aan een algemeen beleid.

Auteur Alexandra De Laet
Schooljaar 2011-2012